Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Goedenavond. Als een ieder wil gaan zitten, dan kunnen we beginnen. Als de beide heren hiervoor kunnen plaatsnemen. Welkom, iedereen welkom, inwoners die meekijken en aanwezig zijn, raads- en commissieleden, in het bijzonder welkom aan de heer Maarten Vos en meneer Peter van Heeswijk, beide werkzaam voor respectievelijk Vidomes en WoonInvest, die vandaag de presentatie gaan geven. Vriendelijk verzoek is aan de raads- en commissieleden om hun pasjes te gebruiken. We gaan het vandaag hebben over de woningcorporaties die u tijdens deze beeldvorming willen laten zien hoe de vraag voor woningtoewijzing en urgente aandachtsgroepen eruitziet en op welke manier zij hierop in willen inspelen. Door het realiseren van extra woonruimte, bijvoorbeeld door het optoppen en vernieuwen van woningen. In de omgevingsvisie en het volkshuisvestingsprogramma legt de gemeente de ambities en de beleidskaders vast waarbinnen de woningcorporaties hun projecten realiseren. Daarnaast willen de woningcorporaties de leefbaarheid van de wijken bespreken. De samenwerking tussen gemeenten, zorg en welzijn en woningcorporaties is van groot belang voor de uitdagingen die op het gebied van leefbaarheid aanwezig zijn in deze gemeente en die het hoofd geboden moeten worden. De woningcorporaties halen graag uw ideeën op en gaan dan ook graag het gesprek met u aan. Mocht u vragen hebben, deze bijeenkomst is uiteraard informatief van aard, dus als u technische vragen heeft, dan kunt u die uiteraard stellen na de presentaties, graag na de presentaties. De vraag, wilt u dan de vragen stellen? En dan is er ook nog ruimte voor de gedachtewisseling en dan geef ik eerst graag het woord aan de heer Van Heeswijk. Dan blijft u zitten of maakt u gebruik van het? Nee, zegt u het maar. Wat voor u het makkelijkst is?
Dankjewel, fijn dat we hier mogen zijn op een heel belangrijk moment, zo na de vakantie. Iedereen heeft mooie verhalen over de rust, maar dat ligt achter ons, want we hebben nog een serieuze tijd nu tot de verkiezingen en de verkiezingen ook nog staan. Er zullen ongetwijfeld ook mede in het licht staan van de enorme opgave die er ligt. We willen wonen en die uitdaging is ook hier natuurlijk enorm groot. Dan druk ik op dit knopje, gebeurt er iets. Yes, nou. We staan hier samen, zij aan zij, Vidomes en WoonInvest al in haar eerdere beschijningsvormen. Al 100 jaar verantwoordelijk voor sociale woningbouw. Dat is natuurlijk uniek in de wereld dat wij een systeem hebben van sociale woningbouw zoals dat in Nederland is ingericht. Wil ik ook graag zeggen, dat mogen we ook best trots op zijn, omdat we daarmee betaalbaar wonen al 100 jaar mogelijk maken. In deze stad zijn wij dat ook. We hebben maar liefst bijna 8900 woningen, wil er snel overheen, en 20.000 inwoners hebben een plekje bij ons. Samen willen we de wooncrisis aanpakken. Dat doen we ook in gezamenlijkheid. Als de ene net wat meer mogelijkheden heeft dan de ander, dan ruilen we gewoon van projecten. Dat is nu momenteel ook al bezig. De concurrentie die er ooit in een ver verleden was tussen corporaties is er niet. We hebben een uniek gezamenlijk doel in regionaal verband. Dat wil ik ook wel even benoemd hebben. Door het samen aanpakken investeren we serieuze bedragen. Tot 2035 gaat het over 575 miljoen om prettig wonen in onze stad te realiseren. Actueel is, en dat weten jullie, de omgevingsvisie. Het volkshuisvestingsplan is vastgesteld en prestatieafspraken. Dat is ook. Sinds 10 jaar doen we dat met elkaar in Nederland om met elkaar afspraken te maken wat de doelen zijn. Dat is heel belangrijk om die prestatieafspraken ook hier te noemen, want corporaties kunnen een heleboel maar kunnen in feite alleen helemaal niks. Het is echt partnerschap in de gemeente. Dat is de alle. Iedereen die bij woningbouw betrokken is, dat zijn onze partners in de bouw, maar dat is vooral natuurlijk ook de gemeente die ons ruimte biedt en ruimte geeft om te kunnen bouwen. Dat is hartstikke ingewikkeld. Tegenwoordig komen we straks nog wel even op terug. Iedereen heeft een mening over voetbal en het weer, maar ook over bouwen. En dat betekent dat in de besluitvorming dat razend ingewikkeld is. Nou, dat is even de inleiding. Maarten, die gaat het vervolg doen. Ik doe meer de politieke algemene kant en Maarten is in deze regio de professor als het gaat om de cijfers en de inhoud. Maarten, aan jou het podium. Als er vragen zijn, brand gewoon los, hè? Even Jacco, onze bestuurder, zou hier ook aanwezig zijn, maar wegens privéomstandigheden helaas vanavond moest hij wat anders doen, dus vandaar dat ik hem even vervang. En toevallig komt het ook wel op uit, omdat het wat inhoud is waar ik ook inderdaad wel wat vaker mee bezig ben. Als je kijkt naar de woningnood, hè? Rechts een plaatje van de woningzoekende kalender die is in de kalender. Die is in Rijnmond hebben gemaakt. Scheurkalender met allemaal voorbeelden van mensen die training tot zoek zijn naar een woning. Oh ja, sorry, ik ben altijd heel beweeglijk, dus ik moet me even blijven staan. Yes, in de regio hebben wij ruim 200.000 woningzoekenden. Vorig jaar is de grens doorbroken van 200.000. Niet iedereen is actief. Een kleine helft is actief zoekend, hè? Dus ook die reageren geregeld. En van de mensen die niet reageren zijn er gewoon best wel veel mensen die zich gewoon uit voorzorg hebben ingeschreven met het idee van nou, ik schrijf me vast in. Als ik over 5 jaar een woning nodig heb, dan heb ik vast inschrijftijd opgebouwd. Maar we hebben uit woningzoekende onderzoek wat we dit jaar hebben of afgelopen jaar hebben verricht ook zicht gekregen. Dat is een 10% heeft opgegeven, heeft die willen we graag gewoon woning, maar die zien dat er 600 reacties op een woning zijn dat zij op nummer 450 staan. En ja, zijn het vertrouwen kwijt dat ze nog een plekje kunnen gaan veroveren de komende jaren. Leidse de rechtsstang steeds de cijfers even voor Leidschendam-Voorburg. Het is wel een regionale markt, hè? Dus als de druk in Den Haag toeneemt, zie je dat die ook opleiding dan Voorburg toeneemt en vice versa. Nou, ik zei al, hè? 600 reacties. Er zijn woningen met meer dan 1000 reacties en het gemiddelde neemt ook steeds toe. En dat betekent dus dat er bij iedere verhuring ruim 400 mensen ook weer teleurgesteld worden omdat ze de woning niet krijgen. Nou, je ziet dat de wachttijd, toen ik in 2010 ongeveer hier in de regio kwam werken, was, kon je nog met 3 jaar wachttijd een woning krijgen. En als je niet kieskeurig was, had je binnen een ruim een jaar wel een kans op een klein eenvoudige woning in een iets mindere buurt, zeg maar. Nou, die verhoudingen zijn enorm verschoven. Gemiddeld wacht je nu 7 jaar, maar als je wat leukere woning wil, dan wacht je echt al meer dan 10 jaar. En, zelfs als je eigenlijk alles accepteert wat er vrijkomt, zit je al gauw aan de 3 à 4 jaar, hè. Dus waar je vroeger met een jaar op de bank slapen je kon redden, is dat nu echt zo uitzichtloos geworden. Dus de spoedzoekers, zeg maar de mensen die aan het eind van de verhuisketen een plekje zoeken. De starters die zijn uiteindelijk degene die het meeste het gevolg ervaren van die woningnood. En belangrijk daarbij is altijd, ik zeg altijd, je kunt niet meer startershuisvesten met woonruimteverdeling. Want ja, iedere vrijkomende woning, waar bijvoorbeeld iemand doodgaat, eindigt altijd bij een starter in de verhuisketen. Dus zeg nou niet, er moet meer starterschoppen worden met de woonruimteverdeling, want dat gaat dus gewoon niet. Je kunt wel meer doorstromen verhelpen. Maar het gekke is dat je een lager percentage starters helpt, dus dat is best een dingetje om even in de gaten te houden dat je daar op de goede manier kritisch op stuurt.
Er is toch een dringende vraag daarbij? De PvdA. Ja, ik wist niet hoeveel vragen tussendoor mochten stellen, maar ik dacht, ik steek toch maar even mijn hand op, want u zegt wel iets interessants van ja, we moeten niet meer woningen voor starters bouwen. Nou, dat zei ik niet letterlijk. Nee, ik zei, je kunt niet met woonruimteverdeling, hè? Dus we hebben ook gesprekken over de huisvestingsverordening bijvoorbeeld, maar je kunt niet de andere regels stellen in de huisvestingsverordening. Meer starters helpen, want iedere verhuisketen eindigt toch altijd met een starter. Je kunt wel minder doorstromers helpen. Ja, en dan lijkt het alsof je meer start. Hetzelfde percentage hoger is. Maar of je starterswoningen moet bouwen is een andere vraag, oké, want wij krijgen nu huisvestingsverordeningen. Die gaan over 55 m², 40 m² voor minimum aan te bouwen woning en dan krijgen wij het verhaal te horen van ja, dat is nodig. Daar wordt om gevraagd. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar uw visie daarop. Want is een woning van 40 m², ofwel 55 m² in het middeldure segment.
Is dat voldoende om die woningmarkt op gang te krijgen? Ja, dat is een hele leuke vraag. Ik probeer er even kort reactie op te geven. Als je mij vraagt, waar haal je het meest rendement in de woningmarkt mee, dan moet je bouwen voor de senioren die willen doorstromen. Want dan maak je een beginnende verhuisketen, hè? Dus iemand, ik zeg even 75, laat een grote eengezinswoning achter en gaat in die seniorenwoning wonen. Als die 40 m² is, dan gaat die verhuizing niet gebeuren, want die senior zegt: "Ja doei, ik wil wel mijn spullen kwijt kunnen. Ik wil een berging, hè? Goede bergruimte," enzovoorts. Dus wij doen ons uiterste best om ook een goede driekamerwoning voor die senioren te bouwen die uit die grote woningen komen. Vanuit die grote woning kunnen we een langere verhuisketen maken, want dan komt er een gezin dat naar die grote woning gaat. Die laten bijvoorbeeld een vierkamer kritiekflatje achter. Daar gaan...
Toe en daarachter komen bijvoorbeeld twee starters die daar weer gaan samenwonen. Dat is de ideale verhuisketen. En daarom pleit ik vooral voor het bouwen voor die doorstroming, want we hebben. Ik wil niet zeggen dat het in iedere gemeente enige opgave is. Als je echt heel weinig kleine woningen hebt, is het ook prima om daar wat aan toe te voegen voor starters. Het probleem is in de vrije sector, het middensegment, is dat die commerciële partijen het hoogste rendement halen bij die kleine woningen en dan zie je dat er wat mij betreft veel te veel kleine woningen worden.
Terwijl er ook behoefte is aan andere groepen in de stad die zo'n woning van € 1.100 nodig hebben. We hebben ook een presentatiecyclus. Hoe meer vragen nu gesteld worden, hoe weinig tijd erover blijft voor de presentatie is rond maken. Proberen te beperken, want anders komt zo meteen de presentatie in het gedrang en het totale plaatje.
Vragen op. Dus als het alleen met deze vraag over ja, het is echt een hele korte vraag. Kees Elenbaas, GroenLinks, dank u wel. Durft u een aantal vierkante meters te plakken op wat die senioren vragen, wat is ongeveer? Die er wordt steeds gezegd. Senior vraagt ongeveer 70 tot 75 m² gebruiksoppervlak en dat is minimaal. Ja, en dat ja kijk, wij kijken ook nu al naar concepten waarmee je door hele goede ontmoetingsruimte en communityvorming dat ze zeggen, nou dan of ik wel een beetje ruimte op hè? Dus we zoeken wel, want het is voor ons echt al 1/2 a job om die vierkante meters te realiseren. Dat vraagt offers, zeg maar waarvan wij zeggen, nou, die zijn het ook wel waard omdat je die hele keten ermee kan faciliteren. Maar het valt echt niet mee en dan kom ik een beetje op het onderwerp van. Wij hebben nauwelijks grondposities de gemeente eigenlijk ook heel weinig, dus wij moeten het hebben van de commerciële partijen die de grond in het bezit hebben. En als die een sociaal programma moeten realiseren, ja, dan gaan zij toch het liefst voor die 40 m² of € 900, terwijl wij zeggen, we willen eigenlijk 70 m² en een deel ook voor € 700. Dus je kunt je voorstellen dat als de gemeente die eisen voor die locatie niet scherp genoeg stelt, dat eigenlijk die grondeigenaren een veel te grote winst kan inrekenen en dat wij heel moeilijk tot een prijsafspraak kunnen komen die voor ons haalbaar is. Dus daar ligt echt nog over de gemeente om die eisen goed te formuleren, zodat je
Dure kippenhokken weg kan komen. Mevrouw Muller, ja dank u wel, Lieke Muller van Aandacht voor Leidschendam-Voorburg. Ik heb een vraag over iets anders dan vierkante meters, maar juist over de wachttijd. Ik heb laatst gehoord en ik hoop dat u dat dan wel kunt ontkrachten of verifiëren, dus hopelijk is het ja of nee als mensen tijdelijk antikraak ergens wonen en wat natuurlijk in de woningnood een mooie oplossing is voor mensen, blijft er dan op een wachtlijst staan of gaat hun wachttijd dan weer van nul af aan?
Natuurlijk joh. Over twee jaar moet je er weer uit bij wijze van spreken. Dit wordt heel specifiek op het moment dat je een eenkamerwoning of onzelfstandige woonruimte of tijdelijke woonruimte betrekt. Behoud je inschrijftijd en ik vermoed dat het een van die drie is bij antikraak, maar dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. Dan is misschien heel specifiek de situatie of dat daar ook van toepassing is, maar het is wel zo dat als jij zelfstandig woonruimte hebt en verhuist naar een zelfstandige woning, dan gaat de huisvestingsverordening ervan uit dat je in je huisvesting bent voorzien. Tenzij een van die drie dingen die ik net noemde aan de orde is. Ja. Dan het aanbod. Nou, er komen zo'n 18.000 woningen per jaar vrij in deze regio. Een kleine 500 in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Nou, je ziet de getallen. We hebben in totaal iets van 170.000 woningen als corporaties bij elkaar. Daar zit ook de middenhuur bij, overigens, en een kleine 9.000 kwam net al aan de orde in Leidschendam. En het percentage sociale huurwoningen in de regio is 30% en in Leidschendam is dat 24%. Dus we zitten hier wel wat onder het gemiddelde en de regiewet, de Wet regie op de volkshuisvesting, die zegt dan ook: gemeenten, zorg dat je bijbouwt sociaal en realiseer minimaal 30% sociaal in je nieuwbouwprogrammering. Die wet is vlak...
Nou, wat speelt er nog meer? Behalve woningnood? Ik zeg wel eens: wij hebben twee doelstellingen, als je het heel simpel maakt. Mensen huisvesten en zorgen dat ze prettig wonen. Nou, mensen huisvesten ging het net over. Dit gaat over prettig wonen en je ziet een ontwikkeling dat de leefbaarheid in het corporatiebezit onder druk staat. Voor de echte liefhebbers kan ik de rapportage van veerkracht in het corporatiebezit aanraden. Daar zie je dat door de jaren heen er een uitsortering aan het plaatsvinden is. Steeds minder lagere inkomens in corporatiewoningen wonen en de middeninkomens steeds minder. En dat is op zich geen probleem. Je ziet alleen ook dat bijvoorbeeld door keuzes rondom extramuralisering, ook mensen die vroeger met bijvoorbeeld psychische problematiek intramuraal werden opgevangen nu veel meer in de eigen woning blijven zitten en ambulante zorg krijgen. En dat heeft ook zijn weerslag op de verstandhouding in de portieken en de kwaliteit van leven in de wijken. We zien dat er steeds meer mensen met uitdagingen in het leven in onze woningen wonen en dat levert dus ook uitdagingen soms op voor de buren, maar ook voor onze medewerkers, maar ook voor de politie. Waar de zorg terugtreedt, zie je dat corporaties...
Zetten wij het dan over grote getallen of zijn er percentages? Heeft u van het aantal? Nou ja, we hebben een heel, heel gesprek. Kijk, het is een heel genuanceerd verhaal. Dat wil ik echt even vooropstellen, want wij huisvesten bijvoorbeeld mensen die uit een instelling komen waar ze eerder met psychische klachten of verslaving of andere vraagstukken intramuraal zijn geweest. We hebben een convenant met de gemeente dat we die mensen weer een zelfstandig plek geven en dat gaat gelukkig meestal goed. Maar onze medewerkers schatten dat zo'n één à twee per 10 dat het daar toch op een gegeven moment niet mee goed gaat en dat kan tijdelijk zijn, een terugval. En soms hebben we ook het idee dat mensen te vroeg eigenlijk weer aangewezen worden van ja, die kan weer zelfstandig gaan wonen, want ik sprak gisteren nog zo'n sociaal beheer medewerker die ons zei: nou, ik zie het soms eigenlijk aankomen van nou, die komt nu bij ons wonen. Ik ben wel benieuwd of dat goed gaat. En één van de uitdagingen die we met elkaar hebben is zorgen dat we veel sneller met elkaar als die problematiek optreedt escaleren en mensen weer tijdelijk terug kunnen vallen in opvang. In ieder geval dat het niet te lang kan door etteren, want dat zien we soms gebeuren dat mensen die willen dat die meiden zorg of er wordt niet adequaat ingegrepen en dan kan het heel lang echt de buurt op stelten zetten met een hoop ellende tot gevolg. En gelukkig, ik zeg nu even het één à twee op de 10 van de mensen die uitstromen. Maar het zijn natuurlijk ook gewoon soms huurders die bij ons komen wonen waarvan we die niet in zorgrelatie hebben, maar waar het ook af en toe helemaal misgaat, net als bij alle mensen het wel eens mis kan gaan. En dit is echt een onderwerp waar het samen heel sterk van toepassing is. Ik bedoel, hier hebben wij echt heel veel belang bij korte lijnen bestuurlijk tactisch, maar ook operationeel in de uitvoering met de gemeente, met handhaving, veiligheidshuis, met de zorgpartijen die hier ook door de gemeente soms aanbesteed hun werk doen. Dus dit is echt een onderwerp waar we veel op te winnen hebben om die samenwerkingen heel goed in te richten en elkaar ook te laten weten als het even niet lekker gaat en daar een goed gesprek over te kunnen hebben. En mijn oproep: bezuinig daar alsjeblieft niet op dat sociaal domein. Dat is leefbaarheid, zeg ik wel eens. De problematiek bij leefbaarheid zit voor 90% achter die voordeur, dus de vraagstukken die mensen in het privéleven hebben. Als je teveel gedoe hebt, dan is het ook moeilijker om een goede buur te zijn. Ik moet er trouwens bij zeggen, wij zijn behoorlijk positief over die samenwerking. Ik deed net een oproep voor die samenwerking, maar we hebben echt. Ik kreeg van mijn collega die veel in dat sociaal domein met jullie samenwerken nog mee en we zijn blij hoe we dat in Leidschendam-Voorburg met elkaar doen, dus die wil ik ook wel even meegeven. Wat een andere belangrijke is, en die zullen jullie ook weer herkennen, de vereenzaming, vergrijzing. Wij zetten in onze visie sociaal wonen, waar Liesbeth van der Heide afgelopen jaar hard aan gewerkt heeft, in op meer verbinding creëren, communityvorming, samenredzaamheid en het is makkelijker gezegd dan gedaan. En dit is ook typisch een onderwerp waar we die samenwerking met de gemeente heel hard nodig hebben. Woonzorgconcept, ik moet een beetje doorlopen. Nou ja, helder. Ik weet niet of jullie bekend zijn met het fenomeen als een flatcoach, een community builder, wonen met een plus, divers wonen, vertellen we graag nog wat meer over, maar dat zijn allemaal vormen van dat je die gemeenschap probeert te ondersteunen en mensen met elkaar goed te laten wonen. Nou, Sterk Voor Noord natuurlijk als een mooi voorbeeld van hoe ook daar een stap verder gaan in de samenwerking. Maar wat ons betreft mag het best nog een tandje sterker met die aandacht voor die kwetsbare huishoudens en echt een ontzettend pijnpunt voor ons is dat de privacyregelgeving het goede nogal eens in de weg staat, waardoor wij te laat signalen krijgen dat er problemen zijn waar wij ook misschien...
Het is niet mogelijk door systemen of sector de wetgeving die daar beperkt in is. De bron ligt zeg maar in de wetgeving, maar soms ook over een te krampachtig omgaan met wetgeving. De privacyregelgeving wordt nog wel eens te snel gebruikt, dat mag niet. Terwijl er is heel veel ruimte in de regelgeving. Als je maar een goed onderbouwd doel hebt waarom je de gegevens uitwisselt, dan kan er vaak meer. Er is gelukkig ook nog wat verbetering in de wetgeving op komst dat corporaties wat meer zorggegevens gedeeld mogen krijgen dan voorheen. Ik moet door, want anders vallen de laatste dia's van de kar. Wie krijgt voorrang? Uiteindelijk is de vraag, welke starter wil je als eerste bedienen? We hebben een urgentie die in de huisvestingsverordening 2019 heel sterk teruggebracht. Je moet nu echt wel zeer levensontwrichtende omstandigheden hebben en alles goed hebben gedaan zodat het niet aan jezelf ligt, wil je kans maken op een huisvestingsverordening en dat leidt toch soms wel tot schrijnende situaties waar ook urgentiecommissies nog wel eens een hardheidsclausule voor gebruiken, omdat ze eigenlijk vinden dat die regels te streng zijn geworden. Een andere grote groep waar we mee te maken hebben, zijn mensen die met voorrang gehuisvest worden. Dat zijn die mensen. Ik had het net al even over convenant, de mensen die vanuit een instelling gehuisvest worden en de groep die vanuit het COA statushouders die gehuisvest worden. En wij hebben eigenlijk met de gemeente het gesprek geopend van wij zien de afgelopen jaren die veerkracht afnemen. We zien die kansen voor de reguliere woningzoekenden afnemen, dus wij willen eigenlijk daar een grens aan stellen wat we nog een verantwoorden aandeel huisvesting vinden van die groep. En een vrij algemene regel is eigenlijk niet meer dan 30% van de verhuringen. En wat we daarmee willen bewerkstelligen is dus dat er ook nog kansen zijn voor reguliere woningzoekenden. Dat de druk waar ik het net over had niet te veel toeneemt, maar ook juist dat de mensen die we die plek geven uit die instellingen en vanuit vluchtelingen dat die een goede startkans hebben. Dat zijn drie heel belangrijke redenen waarom we zeggen, wat vinden we nog verantwoord? Nou, die afspraak is dat we maximaal 30% per vijver, noem ik het even, per segment in ons jargon huisvesten. En wat zijn dan die vijvers? We hebben eigenlijk ons woningaanbod even in die vier hoofdvijvers verdeeld en de meeste mensen zitten meestal in één of maximaal twee vijvers waar je een woning mag zoeken. Dus we hebben woning voor alle leeftijden bij een klein huishouden van groot huishouden. Een klein huishouden van 40 jaar is aangewezen op de vijver, alle leeftijden, kleine woning. Wij willen eigenlijk dat mensen die op die vijver zijn aangewezen, ook daar nog een slaagkans hebben. Dus zeggen we, laten we van die vijver niet meer dan 30% naar die aandachtsgroepen gaan. Dat geldt zo voor alle leeftijden kleiner groot, voor jongere woningen waar je alleen onder de 27 jaar terecht kan en voor seniorenwoningen waar je over de 55 of 65 jaar terecht kan, zodat je in al die vijvers kansen houdt ook voor reguliere woningzoekenden en die druk op de complexen acceptabel houdt. Nou, dan heb je eigenlijk nog een lijn erdoorheen, namelijk de woningen die onder de aftoppingsgrens en boven de aftoppingsgrens worden verhuurd, want deze grens is heel belangrijk in de woonruimteverdeling. Moeten wij de lagere inkomens even afgerond onder die €700 huisvesten en dat noemen we de primaire doelgroep en de rest van de sociale doelgroep, die ook wel de DAEB-doelgroep wordt genoemd, diensten van algemeen economisch belang. Dat is de secundaire doelgroep die worden over het algemeen gehuisvest boven die €700. Dus eigenlijk zijn die vijvers zijn het acht vijvers van mensen in zoeken. En om nou te voorkomen, want wat zie je in de praktijk? Nou ja, we hebben die grenzen gesteld. We hebben de aantallen over afgesproken en dan zien we eigenlijk dat we nog woning tekort komen. En dat ze eigenlijk 25 meer vrijkomende woningen per jaar nodig hebben. En als je dan kijkt hoe dat dan uitpakt met deze getallen, dan zie je nog eens dat die woning die lichtblauwe balken, dat die vaak juist die woning voor alle leeftijden onder de aftoppingsgrenzen dat daar die druk het grootst is en dat daar een te groot aandeel eigenlijk toch nog naar de mensen met voorrang gaan, waardoor die reguliere woningzoekenden nog langer moet wachten en waardoor ook een deel van onze complexen heel erg onder druk staat. Nou, wat vraagt dat eigenlijk? Vraagt dat dat er om ook weer zeg maar één op de drie woningen voor die doelgroep te kunnen verhuren. Zou je de cijfers heeft vrijkomende woningen per jaar meer nodig.
Daarna. Yes, gaat u door, gaat u door? Nou en dan zien we met die wet versterking op de regie op de volkshuisvesting nog eens dat we regionaal inschatten. Maar het is heel lastig. Ik zit in die werkgroep om daar grip op die getallen te krijgen, maar dat we mogelijke verdubbeling van het aantal urgenten krijgen. Dus de druk op de sociale voorraad is enorm. Dus dat stelt ons voor een flinke opgave, vandaar ook de titel.
Onze presentatie aan het begin. Peter. En vooral, voorzitter, mag ik nog een vraag stellen, even één opmerking. De presentatie staat gewoon natuurlijk in iBabs ook, hè? Voor de volledigheid, ja, ga je gang. Ik zie nu de getallen van 75 vrijkomende woningen nodig. U had het ook over 24% sociale woningen in Leidschendam-Voorburg. Maar in je ook in de particuliere sector zijn de woningen onder de huurgrens. In hoeverre of is dat ook een aanzienlijk percentage of waar kom je dan op uit voor de totale doelgroep?
Paar dingen te zeggen. Ten eerste zie je dat het aanbod van particulieren in het sociaal segment heel hard afneemt, hè, want daar zijn toch de verdienmogelijkheden een stuk kleiner. Daar zit meer huurbescherming op en dat soort dingen waardoor ze het maximale eruit kunnen halen. Een tweede punt is dat je met particuliere verhuurders vrij lastig afspraken kan maken dat zij ook die aandachtsgroepen huisvesten, hè? En ik hoorde laatst het gesprek van iemand van de IVBN, die zegt ook heel eerlijk, ja, dat kunnen we gewoon niet zo goed, maar los daarvan. Het geeft ook gewoon meer gedoe dus. Ik begrijp het, maar als je de particuliere voorraad meerekent als sociaal. Wij zeggen wel eens, dat noemen we eigenlijk nep sociaal, want het levert niet die maatschappelijke bijdrage die we beogen met onze sociale woningen. Ja, dan willen we ook de verlichting geven en de verlossing. Want zo hoort dat ook bij een doemverhaal. Wat kunnen we doen, bouwen, bouwen, bouwen? Maar het noemt vooral woonruimteverdeling. Dat is verdeling van schaarste. Dat heeft hij ook laten zien. We kunnen maar één ding doen door deze problemen op te lossen is serieus bijbouwen en dat kunnen we als gemeente en wij samen kunnen daar heel veel samen in betekenen. Want voor wie bouwen we? Dat is mensen die extra aandacht verdienen. Die komen bij ons terecht. Maarten zei het net al. Woningcorporaties zijn eigenlijk de enige waar dat echt kan en natuurlijk gewoon mensen die een baan hebben. Brandweermannen, de onderwijzeres die alleen woont, medewerkers kinderopvang, beveiligen. Het is niet alleen de sociale onderkant, zeg maar even negatief gezegd hè? Dus de minst verdienende nee. We huisvesten 2,4 miljoen woningen in Nederland. Daar woont gewoon iemand met een baan en ook mensen die daardoor in het gedrang zijn gekomen. Waarom moeten woningcorporaties dat nou doen? Want ze zouden ook die andere kunnen doen? Eén belangrijk voordeel is dat we daarmee ook sturing kunnen geven. De wet heeft voorzien in 2015 dat de gemeente een dikke vinger in de pap heeft in prestatieafspraken in voorwaarden in antreurovereenkomst in samenwerking met corporaties. Jullie hebben daar serieus een vinger in de pap. Ik gebruik die, maar dat betekent ook wederkerigheid dat we ook samen dingen moeten oppakken. Corporaties zijn een betrouwbare partner voor de langere termijn. Wat je ook ziet, hè? Ook hier is mogelijk om sociaal te bouwen voor een beperkte periode, weliswaar met een boete daarover, maar op de langere termijn gaan die woningen naar de markt. Dat kan kort duren, dat kan lang duren of ze kopen het af. Maar uiteindelijk is een woningcorporatie daar duurzaam een partner in. Voor de laagste inkomenshuisvest urgente aandachtgroepen de prijs kwaliteit. Wij gaan niet voor de maximale huuropbrengst, want wij hoeven geen winst te maken. Dat lukt ons overigens ook totaal niet. Even voor de zekerheid dat ook nog wel te zeggen en alles wat we hebben komt rechtstreeks van de huurder. Misschien zijn er nog mensen in de zaal die denken dat wij subsidie krijgen, dat krijgen we niet. Begin jaren 90 gingen we nog. Ik geloof iets van 4 miljard naar sociale huisvesting. Dat is nu nul. Als we dat even omdoen, zouden we nu 10, 15 miljoen in de sociale huis, 1 miljard in de sociale huisvesting moeten stoppen. Eigenlijk zouden we dat eerlijk gezegd gewoon weer moeten doen en dan hebben we 10, 15 jaar nodig en dan zijn we uit de wooncrisis die. Dat lef moeten we met zijn allen hebben. Dat ligt niet.
Wel de waarheid. Rosbenders heeft een vraag voor u. Ja voorzitter, sorry, ik zal het kort houden. Ik ben altijd heel erg geïnteresseerd in die prestatieafspraken tussen de gemeente en de corporaties en u bent al een aantal jaren betrokken bij de corporatie waar u nu voor staat en ik vraag me af: als u nou reflecterend terugkijkt, en het hoeft geen lange reflectie te zijn, maar gewoon één zin, misschien, welke afspraak in de prestatieafspraken mist u nou elke keer? Dus welke afspraken in de prestatieafspraken zou je...
Wat zei u? Goedkopere grondposities? Ik weet dat het lastig is, hoor, maar dat zou echt wel een oplossing kunnen zijn. Want wij bouwen, nou ja, simpelweg. Als we nu een woning bouwen, dan kunnen we van de rente die we daarvoor moeten betalen, niet uit de huuropbrengsten halen. Dat betekent dus dat de zittende huurders eigenlijk op termijn mede de huisvesting van de toekomst betalen. Ik heb daarbij nog een nuance als het gaat over compact bouwen. Ik ben daar, ik ben een bemin de gelovigen op het gebied van compact bouwen. Want waarom? Eén, 60% van de woningen die we verhuren gaan naar één persoon. We wonen in Nederland het royaalst van alle landen om ons heen. Dat is een zegen, maar van de andere kant, dat moet wel ergens van betaald worden. Compacte woningen zijn goedkoper, kunnen eenpersoonshuishoudens huisvesten, ook ouderen, maar daar een gezonde mix van. En dan kunnen we op compacte ruimtes ook meer woningen bouwen. Ja, kwalitatief heb je dan wat minder doorstroming wellicht, maar je hebt kwantitatief natuurlijk gewoon meer woningen te bouwen voor dezelfde centen. Dus dat is een ingewikkelde discussie, maar het heeft gelijk en ik heb gelijk. Dat is een beetje het lastige in die keuze. Maar compact bouwen, het kan. Je ziet in Amsterdam voor 25 m² al bizarre prijzen vragen. Dat is misschien ook niet wat de bedoeling is. Dat willen wij zeker niet doen, maar een beetje compacter kunnen we met z'n allen wel bouwen. Want ook de gemiddelde woninggrootte in Leidschendam-Voorburg is serieus. Wetende ook dat ook hier relatief misschien nog wel meer mensen alleen in een huis wonen, omdat dit één van de meest vergrijzende gemeentes is van.
Wel de meest kleurrijke Gijs. Absoluut, absoluut. Nee, dat is geen veroordeling, maar dat is een constatering, meneer de voorzitter. Nou, die nuance dan ook nog maar even gezegd. We hebben een ambitie: 1100 woningen. Dus even nog ter toevoeging, stel dat we alles compact zouden bouwen, dan hebben we over 10 jaar 10% van onze woning compact. Dus het is niet zo dat we iedereen op elkaar gaan stapelen. Dat gaan we zeker ook niet doen, want je wil ook een menging natuurlijk hebben van allerlei woonvormen. Tussen akkoord zegt 750, 1100 woningen in de afspraken en we hebben op dit moment 500 daadwoningen. Deels staat het diagnostisch nog huis nog bij, maar er zijn ook andere voorbeelden te geven die wellicht wat meer aanspreken, zoals mogelijkheden dichtbij de shoppingmall, waar dan ook natuurlijk heel veel bewoners dan weer bezwaren tegen maken. Nou, dat moeten we ook goed bezien in een goede balans. Dat de kansen voor de nieuwe bewoners ook in verhouding staan met de mensen die al een woning hebben. En Overgoo is natuurlijk een serieuze puist waar we met zijn allen keihard de schouders onder moeten zetten, want het gaat over kloeke aantallen. Dat gaat over extra subsidies, dus plan gas ook met Overgoo, want dat zou een serieuze verlichting betekenen van de woningnood in deze gemeente en dat kunnen wij echt niet alleen. Er zitten veel partners onder tafel. Daar hebben wij maar heel bescheiden invloed op, de gemeente veel meer, dus daar trekken we ook heel goed samen in op. Omgevingsvisie, volkshuisvesting, plan anterieure overeenkomsten helpen. We hebben jullie echt keihard nodig en even ter ondersteuning daarvoor. Jullie hebben wellicht allemaal al dit blaadje gekregen. Daarin staat in compacte woorden al verder naar maart al een aantal wensen of een aantal aandachtspunten die wij in regionaal verband met elkaar in SVH de sociale verhuurder Schaklanden hebben geformuleerd. Als jullie je verkiezingsprogramma nog niet helemaal af hebben, kijk eens even langs of het een beetje klopt en als het niet klopt, bel ons dan en stel ons de vraag waarom het niet klopt of waarom jullie vinden dat dit niet klopt. Neem mee gratis advies. Ja, bouwen bouwen bouwen hoe te realiseren. Dat is ja door een aantal hele relatief simpele dingen woningcorporatie is een positie gegeven. Ik heb ooit in een gemeente mogen werken, in Leiderdorp was dat, en daar zei ik, zei de gemeente: Geachte projectontwikkelaar, daar is de deur van de woningcorporatie die bouwt. Die neemt van jullie 30% af, zo niet, dan gaat het plan niet door. Misschien een beetje straf, maar het werkt wel. Inzetten op regionale samenwerking Bouwstroom Haaglanden met modulaire bouw kom ik zo nog even op terug. En ook durven kijken naar het optoppen van bestaande woningen, want die ruimte is al gezet. Daar kun je bovenop bouwen en dat is natuurlijk een fantastisch, even altijd een simpel voorbeeld, want dat geeft. We hebben in Nederland 800.000 portiekflats die moeten verduurzaamd worden, is razend ingewikkeld. Eind jaren 50 zet je er twee woonlagen op en we hebben 400.000 woningen. Soms zit er een spits dakje op, dus zijn er wat minder, maar dat is wel de theorie. De theorie zei ik, maar er zitten dus enorme kansen ook om verdichting daarin te bewerkstelligen, maar dan hebben we ook, daar hebben we de gemeente natuurlijk nodig in planvorming. Dat is vaak heel creatief ingewikkeld, want het is net even anders. Bewoners vinden er iets van en maar ook ze spelen daar dingen mee. Zoals ik daaronder zoals we eronder hebben staan parkeernormen. Als je gemiddeld één persoon in een woning hebt zitten en je bent nou, dan heb je geen parkeernorm boven de één nodig. Sterker nog, je kunt ook eisen stellen. Wat in andere gemeentes gedaan wordt als jij wil verdichten. Geen parkeernorm zoek het maar uit pak, maar de fiets of verzin maar iets maar. Willen we mensen huisvesten of willen we auto's huisvesten? Dat is daar de cruciale vraag, slapen we onder de brug of zetten we de auto in op een parkeerplek? Beetje cru, maar het is wel hoe het werkt. Doorlooptijd ja, door knokken we met zijn allen in de gemeente is, moet ik zeggen. Daar zijn de afgelopen jaren ook wel stappen. Serieuze stappen in gezet hoe ingewikkeld het ook is doorlooptijd. Om die te versnellen en dat zit hem vaak ook in opeenstapeling van eisen. Bekenden voor ons is tenminste bijvoorbeeld welstand wij bouwen, compact wij bouwen, modulair, wij doen van alles, maar dat betekent dat het soms ook repeteerbaar is en dat je soms ook naar welstand moet kijken en zeggen, ja, we willen het mooier. Maar het kan niet, want het kost geld. En het is net als een kokende kikker. Dan zijn we in onderhandeling hè? En het water wordt steeds warmer. Ja, doen we nog maar een nog maar een dingetje bij en doe nog maar een dingetje bij, maar iedere keer ben je weer 10 miljoen verder en gaat ons rendement onderuit en moet dat de andere huurders weer opgaan hoesten. Nou zijn er ook nog andere discussiepunten waar je best eens een keer een kanttekening bij mag zetten, zoals publiek groen is elk lapje, schaam groen heilig of kan daar ook verlichting plaatsvinden. We hebben hier in deze stad prachtige parken. Daar willen we ook zeker van wegblijven, maar niet elke vierkante meter groen is heilig. Een stukje gras waar een een hoe heet. Zo'n scootmobiel moet staan, daar oeverloze discussies over voeren. Ja. Daar vind ik iets van. Nou had ik er nog iets. Oh ja, de discussies over over, wat moet er gebouwd worden? Corporaties zijn zeer wel in staat dat zijn de professionals maatschappelijk middenveld die doen dat al 100 jaar. Het zou best handig zijn om een beetje ruimte te geven op sommige momenten aan wat corporaties bij elkaar.
Rond, ik zie in ieder geval drie vingers. Ik begin even links. Dank u wel, Ed Klaarhamer en mijn Gemeentebelangen. Ik kom even terug op uw opmerking over die grijze gemeente. Jullie ontwikkelen hele mooie
Ook aan het ontwikkelen van Knarrenhof? Daar kijkt heel Nederland naar en de theorie is fantastisch en de praktijk is ook fantastisch. Die woonvormen worden in onze vakliteratuur geroemd, maar het probleem is wel dat het grondgebonden is. Het vreet ruimte en het is relatief duur. Het concept is fantastisch, samenlevingsvormen, maar we moeten er zeker de ideeën die erachter zitten ook in onze plannen meenemen: relatief compact bouwen, maar wel met publieke voorzieningen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Die behoefte is enorm bij mensen die willen verhuizen en ook een publieke ruimte willen hebben om een feestje te kunnen geven met hun familie als dat niet in eigen huis kan. Dat kan bijna nergens meer. Dan doe je dat in een gezamenlijke ruimte. Daar ontmoet je elkaar en bestrijd je de eenzaamheid, want leefbaarheid en eenzaamheid zijn een van de meest primaire problemen op dit moment van onze samenleving. Dus zie ik mezelf plotseling in beeld, ja, dus dat.
Wel test duur. Even een korte aanvulling: in Delft hebben we nu net een positie om een Knarrenhof in de Buitenhof te gaan bouwen. Dat zijn overigens ook wel gestapelde woningen, hoor. Dus het hoeft niet alleen, dus wanneer noem je het een Knarrenhof is even de vraag. Het is niet naderhof, maar hier doe je dus een aanpassing om het wel betaalbaar te houden. Dat zijn hele mooie ontwikkelingen, niet letterlijk zoals in... Waar was het? In Harderwijk het eerste.
De heer Vossen moet even een knopje uitzetten. Coach gemist, Gemeentebelangen. Wat was mijn vraag? U zei van: je moet meer verdichten. Wees nou niet zo kritisch, altijd bij het opofferen van groen. Ik begrijp dat tegelijkertijd hebben we ook de discussie over leefbaarheid.
Dus, hoe hou je daar een beetje het goede evenwicht? Nou ja, dat is belangrijk hè? Groen is ongelooflijk bepalend voor het geluk van mensen. Dat ben ik de eerste die dat onderschrijft. En, het is zo wat ik zeg, publiek groen is in. Dat is het eerste wat er één keer vier jaar geleden kon werken, dat het publiek groen hier. Echt complimenten er ook in juni, de moeilijkste maand, eigenlijk heel goed bij ligt, dus dat moeten we zeker koesteren. Van de andere kant zijn er ook plekjes van een paar 100 m² waar je denkt van ja. Een grasveld met Engels raaigras. Ja, dat heeft nou niet de kwaliteit. Ja wel, voor eiwitrijk etende ganzen, maar niet voor de verdere rest van de biosfeer hier. Ik denk dat we er soms ook wel eens moeten kijken, waar liggen onze prioriteiten niet in de parken, maar wel in de ook een beetje creatief zijn en niet halsstarrig groen tot heilige verklaring? Ja, dan moet je in balans in zoeken. Ik ben het met je.
Ja, voorzitter, ik had het idee dat ik een beetje mijn vraag kwijt was, maar ik ga gewoon praten en dan komt mijn vraag wel weer naar boven. U heeft een hele duidelijke visie over wat we als gemeente eigenlijk zouden moeten doen om hier meer woningbouw te kunnen realiseren en dan ook meer betaalbare woningbouw. En ik ben echt enorm gecharmeerd van jullie beide verhalen, dus daar wil ik jullie alvast voor bedanken. Maar ik vraag me dus af, want ik proef door uw verhaal heen dat in andere gemeentes bijvoorbeeld woningcorporaties wat eerder worden betrokken bij de projectontwikkeling. En nu is het zo in onze gemeente dat we weinig grondpositie hebben als gemeente en daardoor afhankelijk zijn van ontwikkelaars om sociale woningbouw te realiseren. En daar heb ik heel veel vragen bij, maar die bewaar ik voor volgende week voor de commissie voor de wethouder. Maar heeft u het idee dat u eigenlijk een beetje op de achterbank zit op het moment dat er...
En nee, als dat uit mijn verhaal zou blijken, dan zou ik echt de inzet van de gemeente in de volle breedte tekortdoen. Er liggen natuurlijk uitdagingen. Ik ben soms wel eens kritisch op welstand. Ik ben soms wel eens kritisch op inspraak. Ik ben soms wel eens kritisch op keuzes ten aanzien van openbaar groen. Dat heb je gehoord in deze complexiteit van woningbouw. En dat is hier misschien het meest complexe gebied van heel Nederland, van de plekken waar ik gewerkt heb. En dat is van Groningen tot Limburg, Brabant en hier. Ja, er liggen hier gewoon extra uitdagingen om dat congestie. Drukte, ja, het is hier best vol en dan betekent dat voor de gemeente een enorme uitdaging. En ik vind dat daar, nee, ik heb geen klagen op samenwerking. Wij zitten echt niet op de achterbank. We zitten in elk overleg, kunnen we kritisch zijn, kunnen we complimenteus zijn en weten we ook hoe de zaken spelen. Nou ja, en soms zeggen we: ja, een beetje meer gas, dat is ook wel fijn, want dat zou alleen maar helpen. Er zijn voorbeelden ook in de landen waar echt alle druk op de woningbouw en in vier jaar tijd complete woonwijken uit de grond komen. Ja, dat is hier iets ingewikkelder, dat begrijp ik, maar het kan wel degelijk ook nog steeds versneld worden. En die zoektocht, die hebben we ook naar elkaar en benoemen ook naar elkaar van waar we denken dat het sneller kan en dat gesprek hebben we maandelijks bijna. Nee, vaker denk ik. Ik in ieder geval maandelijks, maar ook onze medewerkers, wekelijks of tweewekelijks. Nou ja, goed, nee, nee, dus die kritische noot zal je niet van me horen. Wel dat ik enorm blijf voor gas geven. Voor de langere termijn zou het wel, hè? We verlangen wel eens terug naar de tijd voor 2012, toen de gemeente nog grondposities durfde te hebben. We hebben allemaal wat pijn geleden in de crisis die kwam, maar het is wel jammer dat daardoor de terughoudendheid om grondposities in te nemen enorm geworden is. Want neem een overgroot deel, hebben we nu, ik begrijp, vijf partijen die we daar waar we mee te maken hebben, dan is het heel stroef om tot slagvaardigheid te komen. En vroeger hadden we gewoon veel vaker in dat soort situaties gewoon gemeentegrond en konden we veel sneller zaken doen. Voor de lange termijn is dat nog wel eens een gesprek waard of je daar weer meer lef in zou kunnen hebben als gemeente, lef en ondernemerschap. Ja, klopt, en dat is risico natuurlijk. Bouwen is risico, maar dat zou ook helpen. En dat moet de gemeente natuurlijk ook niet piepen als het een keertje niet helemaal lukt, want dat is natuurlijk wel het punt en dat zie je dan vaak gebeuren. Als het dan een keer net niet lukt en op andere momenten wel, dan is de lokroep bescheiden en de kritische noot heel groot.
Ik kijk even rond. Ik zie een vraag, meneer Van Wijk? Ja, dank u, ik hoor u net zeggen. Positie van de gemeente, tenminste de grond voor de gemeente. De gemeente heeft redelijk wat grond nog in bezit, maar doet vooral zaken met projectontwikkelaars. En ik hoorde u volgens mij daarnet zeggen, een stukje terug.
Begreep ik dat nog goed? Nee, maar er zijn verschillende modellen, hè? Kijk, wij werken ook samen met projectontwikkelaars en je ziet daarop allerlei niveaus ook gewoon in toenemende mate een open en transparante houding naar elkaar, dus daar zit ook groei in. Wij tegen zij, dat verdient behoorlijk wat nuance. Projecten zoals overigens, kunnen wij samen, zelfs wij samen, niet ontwikkelen. Daar heb je ook publiek geld voor nodig. Daar heb je private investeerders voor nodig, dus die samenwerking is niet meer zo zwart-wit als in het verleden. Doe maar aan ons alles, dan regelen wij het wel. A, gaan we die knaken niet, hè? Zoveel geld hebben we niet en B, zij kunnen ook voor bepaalde segmenten bouwen die wij niet hebben. Met name dure, echt dure huur, waar ook behoefte aan is. Dus nee, het is veel minder wij tegen jullie, maar wel de gemeente die daar regievoerder in kan zijn en die partijen op een goede en soms ook wat directieve manier naar elkaar toe kan brengen. Met als voorbeeld wat ik toenstraks zei over...
In Leiderdorp heb ik nog een vraagje. Ja, je had het over, zeg maar, het terugtreden van de particuliere verhuurder. Dan heb ik het dan wel voor de duidelijkheid over het sociaal huursegment. Bent u daar dan partij om dat soort huizen te...
Aan uw woningvoorraad? Of is dat een hele gekke bewering? Nou, die prijzen zijn voor ons vaak niet interessant. Er zit een ander aspect in. Kijk, de particuliere, de kleine, vooral de kleine particuliere belegger heeft de goedkopere woningen in de afgelopen 10 à 15 jaar gekocht. Het zijn vaak woningen die qua onderhoud achterlopen. Onderschat niet, de gemiddelde onderhoudskwaliteit van woningen is bij woningcorporaties beter dan bij particulieren. Dat wordt vaak even vergeten, hè? Er wordt wel eens gepiept en gemopperd over woningkwaliteit bij corporaties, maar onze gemiddelde woonkwaliteit is beter en ook onze gemiddelde energielabel. Beter. Maar het klopt, die particuliere markt is nog zo ontiegelijk duur voor ons dat daarmee dan een woninkje uitkopen geen soelaas biedt.
Is. Mag ik daar nog wat over vragen, voorzitter? Jawel, ga je gang. Die huizen die de particulieren hebben gekocht 10, 15 jaar geleden. Wat u zei, klopt dat? Dat dat vooral...
De corporaties in het algemeen hebben woningen verkocht in het verleden waarvan we nu zouden zeggen: is dat handig geweest? Nou, dat bedoel ik dus. Hoe kan het dat het nu eens...
Zoveel woningen tekort? Hoewel jullie zelf in het verleden behoorlijk wat woningen hebben verkocht? Nee, dat is waar. Dat is ontegenzeggelijk waar en het heeft ook te maken met destijds alle maatregelen die er genomen zijn, zoals de verhuurdersheffing. We hebben miljarden natuurlijk in de publieke pot gegooid. Dat is niet naar volkshuisvesting gegaan. Dat is vooral in de clubkas van Rutte gegaan en dat geld is niet in de volkshuisvesting gestopt. Woningcorporaties hebben zich in hun bochten gewrongen en hebben soms inderdaad bepaalde keuzes gemaakt om een verkoop van woningen. Overigens, ik sluit in de toekomst niet uit, maar dat is nog een discussie die we hier. Dat zou nog wel een uurtje duren. Of ook bepaald de verkoop van woningen niet een aanjager kan zijn voor de woningproductie. Als je één woning verkoopt, zouden we er met een beetje creatief rekenen 1,5 à 2 voor terug kunnen bouwen. Dus in totaal heb je dan niet één woning, dan heb je er 3. Dus dat is wel degelijk ook een overweging om dat in de toekomst.
Slimmer doen dan in het verleden? Ja, in de toekomst hebben we misschien weer overschot. In de toekomst een overschot, dat dachten we 15 jaar geleden. Daarom hebben we toen de handrem erop gezet. Toen konden we lekker geld halen bij de woningcorporaties. Inmiddels is de geschiedenis achterhaald en zien we dat we in Nederland 800.000 tot 1 miljoen woningen tekortkomen. Zie je ook nog eens gezinsverdunning die plaatsvindt, dus voorlopig hebben we nog wel wat te bouwen. En als we dan toch op enig moment woningen over zouden hebben, zou het heel goed zijn om die woningen die ooit gebouwd zijn, portiekflats van eind jaren 50, die toen voor 10.000 gulden gezet zijn en nu nauwelijks duurzaam zijn, om daar ook eens een keertje kwalitatief te kunnen slopen. Ik ben daar vrij optimistisch over.
Ik weet niet met wie we dat. Ik hoop het van harte. Ik hoop het ook van harte. Nee, als er geen vragen meer zijn, dan dank ik u, want dan is het inderdaad tijd voor de meeste van onze online fractievergadering.