Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Ja, dan beginnen we bij u, mevrouw Van Saltbommel. Ja, voorzitter, vandaag bespreken we in de commissie het nieuwe Wmo-beleidsplan en de verordening welke in 2026 van kracht zal zijn. Dit plan is zo opgesteld dat het voldoet aan de wettelijke verplichting van een goed en toegankelijk beleid voor eenieder, om zelfredzaamheid en participatie vooral te bevorderen. GBLV gelooft en ondersteunt de zelfredzaamheid, zodat de eigen kracht van elke inwoner centraal moet staan in de zorgverlening. Het nieuwe beleid is hier een perfecte weerspiegeling van. De nieuwe verordening maatschappelijke ondersteuning voor 2026 benadrukt expliciet de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners en de wederzijdse ondersteuning binnen hun sociale netwerk. We streven ernaar om inwoners zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven te laten behouden en hen in staat te stellen zelfstandig te blijven functioneren, gezien ook de vergrijzing in onze gemeente. Het stond vandaag toevallig nog, of van het weekend, in het AD, een heel artikel over langer thuis wonen en dat we vergrijzing hebben in Nederland en dit sluit hier natuurlijk ook bij aan, want we hebben ook in onze gemeente. En ik kom weer even terug. Dit is de menselijke maat die GBLV voorstaat, ondersteuning bieden naar behoefte met de persoonlijke omstandigheden als leidraad en het ondersteunen en stimuleren daar waar het kan, van de zelfredzaamheid. Daarom is dit beleid ook gebaseerd op een integrale visie waarin zorg, wonen en activiteiten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De Wmo-doelstellingen zijn diep verweven in onze woonagenda 2024-2027 en de prestatieafspraken met wooncorporaties. Een prachtig voorbeeld hiervan is het initiatief langer zelfstandig wonen en dit is mogelijk gemaakt door de eenmalige investering van maar liefst 10 miljoen uit het Eneco-reservefonds. Deze middelen zijn bestemd voor woningaanpassingen en andere ondersteuningen, zodat onze senioren maar ook mindervaliden zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Voorzitter, wij zijn blij met de aandacht voor de snelle, doelgerichte hulp en preventie. We willen voorkomen dat onze inwoners in complexe, schrijnende situaties terechtkomen. Daarom zijn er in 2023 welzijnsgesprekken ingevoerd en wordt het aanvraagformulier voor de Wmo-hulp makkelijker gemaakt en toegankelijker naar het centrale servicepunt van de gemeente, die dus een spil is, vooral voor de Wmo-aanvragen. Nog een mooi voorbeeld van integraal samenwerken, hetgeen GBLV blij maakt dat de gemeente en de woningcorporaties gezamenlijk bijdragen aan de financiering van een flatscoach en een seniormakelaar. Deze flatscoach versterkt de sociale cohesie en signaleert snel problemen, wat leidt tot minder individuele Wmo-aanvragen. Dit is een concreet voorbeeld van hoe we de grenzen van vrijwilligers en mantelzorg in samenwerking bewaken. Wij hebben als GBLV ook een 55-plus avond gehad waarin een flatscoach was en dat was voor ons heel verhelderend. Wij wisten niet wat zij allemaal deed, maar dat ze echt heel veel kon betekenen voor een bewoner en verwijzen en activiteiten. Dus ik ben ook heel blij dat ik dit weer teruglees. Ik ga weer even verder. Onze visie op samenwerking reikt verder dan alleen de fysieke projecten. We ondersteunen actief de initiatieven van bewoners en organisaties. Het nieuwe subsidiesysteem dat vanaf 2026 wordt ingevoerd, is hier een perfect voorbeeld van. Voorzitter, tot slot, in het licht van het verwacht structureel begrotingstekort van 2026, toont dit beleid dat wij als Leidschendam-Voorburg de ambitie hebben om te blijven investeren in onze bewoners door slimme en doelgerichte keuzes te maken. Leidschendam gaat namelijk de landelijke regelgeving in 2026 invoeren door van een ieder een eigen bijdrage te vragen voor de Wmo. Daar waar het een financieel knelpunt zal zijn, zal de Wmo met de inwoners kijken naar een oplossing, zodat de aanvraag nooit een belemmering mag zijn. In de berekening is ook meegenomen dat wij binnen onze gemeente met de vergrijzing zitten en daardoor kunnen verwachten dat er natuurlijk ook meer aanvragen komen naar de Wmo. Voorzitter, vraag aan de portefeuillehouder: hoe worden wij als raad meegenomen in de jaarlijkse cliëntervaringsonderzoeken? Ik ga naar een afronding. Dit beleid is een berekende poging om op lange termijn kosten te besparen en zo de zorg en ondersteuning van onze inwoners te waarborgen.
En het ondersteunen tot zover, dank u wel. Het CDA, meneer Visser. Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje zoeken tussen de woorden en uiteraard komt het op meerdere plekken terug, maar in de eerste alinea van het beleidsdocument komt de verwijzing naar 'Samen' op een of andere manier niet voor. En dat is jammer, want maatschappelijke ondersteuning is vooral ook mantelzorgers, vrijwilligers, familie, vrienden, kennissen. Want samen zijn zij de dragende kracht en ruggengraat van de samenleving. Die zorgt voor elkaar. Het CDA is daarom ook altijd trots op de vele inwoners die bijdragen aan de zorgzame samenleving. Dat moeten we koesteren. Die solidaire maatschappij binnen familie, gezin of huishouden is mooi. Samen met organisatieverenigingen soms leidend en daarbij ondersteunend via het beleid of de regelgeving van de overheid. En dan komt dus ook de belangrijke rol van de gemeente om te doen kijken. Dan in terecht hebben we daarvoor de WMO en naast de WMO de andere regels, wet en voorzieningen die het op toe te zien dat we een goede solidaire maatschappij kunnen opbouwen. Het CDA signaleert echt enkele knelpunten, het meest advies en bevlogenheid enkele voorbeelden. Wijken zorg thuis biedt ook in de preventie onze inwoners mogelijkheden zo lang mogelijk thuis te blijven. Dat is ook goed in het kader van het bestrijden van de vervreemding en eenzaamheid, iets waar het CDA al jaren voor ijvert en maakt ook de betrokkenheid sterker. Dat vraagt om een visie en de werkprogramma en steun voor een infrastructuur op wijkniveau waar mogelijkheden voor samenkomen en samen zijn, ondersteuning en verzorging en opvang van alle leeftijden mogelijk is. Het verdwijnen van bijvoorbeeld de Oranjehoek vraagt daarom een actieve inzet van de gemeente. En zorgen rond de tram zijn of ware voorbeelden hoe precaire maatschappelijke peer-to-peer kan zijn in de wijk. Een eerder initiatievoorstel van het CDA is dit milieu kosten voorzag in de mogelijkheid om die wijkgerichte zorg te bieden. De CDA-fractie mist de essentiële elementen in de WMO-nota. Het CDA is wel blij om te zien dat er enkele stappen worden gezet. De beestelijke dus het opbouwen van een maatschappelijke vangnetten en voor en door inwoners in de wijk, zodat deze inwoners nog meer en beter kunnen worden met elkaar kunnen worden verbonden en kunnen worden ondersteund. Als je het over mensen hebt, het gaat bij het CDA uiteraard niet alleen om geld en regels die beschikbaar moeten gesteld worden voor middelen. Maar maatschappelijke ondersteuning leunt ook en juist vooral op mensen, professionals en vrijwilligers. De arbeidsmarkt kent alle uitdaging genoeg. Dat maakt de inzet van mantelzorg en vrijwilligers nog pregnanter. Hun bijdrage is enorm en levensnoodzakelijk. Er gaat vele malen verder dan alleen hun inzet. Ik denk alleen maar aan de wervingen en nu juiste ondersteuning, zoals bijvoorbeeld respijt, zorgscholing of vooral waardering. En dan kan het toch niet, dan is toch het niet het signaal van het basaal uitgangspunt van artikel 19e lid 3? In ieder geval een cadeaubon, een echt initiatief om te zeggen, joh, wat zijn, wat zijn we blij met jullie? Het CDA ziet dat veel bewoners een verantwoordelijkheid willen nemen en vraagt erom ook actie aan het college om ervoor te zorgen dat die altijd kunnen nemen en dat ze daarin ondersteund worden. En daarnaast ook het vriendelijke bezoek die college om die vrijwilligers en mantelzorgers die echte mensen zijn van inzet ook als zodanig te ervaren en niet te zien als een asset waar we zometeen, de wethouder van Financiën een keer voor langskomt om dan te horen hoeveel ze beter kunnen ingezet worden, zodat we kunnen besparen. Op de uitgaven van de WMO. Eenzaamheid bestrijding het CDA miste duidelijk inzet op eenzaamheid bestrijding in dit WMO-beleid. Verbinding met anderen hebben is een essentieel voor de gezondheid van een zelfstandige leven. Aanpak voor eenzaamheid had voor het CDA dan ook essentieel onderdeel mogen zijn van het WMO-beleid en veel pregnanter aanwezig zijn in dit document, hè? Het WMO-beleid raakt aan de randvoorwaarden van de gezonde samenleving, wijkgericht werken, vrijwilligers worden daarin wel genoemd. Maar, we snappen niet waarom niet een duidelijk aanpak van eenzaamheidbestrijding aanwezig is. En als je dan kijkt naar 18, 18 plus het CDA mist ook heel veel actiever inzet in op de overgang van 18 min 18 plus het college heeft aangegeven hier veel aandacht te hebben in het WMO-beleid en het CDA wil graag weten hoe dat nieuwe dat nieuwe 18 18 min 18 plus beleid meer en beter vorm kan krijgen. Behalve dan de wet uit wettelijke bepalingen die er op dit moment zijn. Want waar we het in de in het verleden voor een 18 jaar te weinig doen, krijgen we het in de toekomst weer terug in de. Van zorg die doorgaat en dan hebben we onze oudere onze gemeente vergijst sterk. Dat wil zeggen dat er ook vanuit de demografisch oogpunt meer van de gemeente gevraagd zal worden. Kanden wij trouwder aangeven op wat dit betreft, het beleid ook en de financiën en voorzieningen mee zullen blijven groeien met die demografische verwachting niet alleen beperkingen, maar ook leeftijd moet zich kunnen verheugen in de gewaardeerde aandacht van en voldoende ondersteuning. En dan voor de middelen best passende steun versus het goedkoopst compenseren de voorziening. Het is meer dan semantiek. Het voorziet in de grote zorg of zorgen 8 deze nota in het nieuwe WMO-beleid is terechte aandacht voor financiering. Nou en houdbaarheid van wettelijk verplicht om ook een eindregelingen. Maar dat mag voor ons CDA niet het vertrekpunt zijn. Goedkoop heeft altijd de geur van een rolstoelment, driewieler essentiële voorzieningen voor WMO moet niet onder een constante dreiging van mogelijke besparingen leven. Zorgen bijvoorbeeld ook voor dat het sociaal servicepunt niet alleen een servicepunt is, maar ook een startpunt voor een nieuw, vernieuwd en mogelijk zo zelfstandig mogelijk leven. Dat geeft dynamiek. Dat maakt ook creatief. Het college lijkt hier een beetje de slag te verliezen. Het vraagt ook om vertrouwen, zeker, het geeft ook vertrouwen als men daar iets mee gaat doen, iets wat beter mag dan in het verleden, zoals de toeslagenaffaire ons heeft geleerd voor het CDA geld dat inwoners veel zelf met elkaar kunnen oppakken. Daarmee hoeft goede ondersteuning niet duur te zijn, maar een mensgerichte zorg kan ook juist ook leiden tot goedkopere zorg. Van de duidelijkheid, het CDA is voor wat betreft zorgfraude voor de harde aanpak. We hebben al eerder winst in emotie samen met de VVD laten horen. Het is asociaal met onze samenleving niet niet het profijt kan trekken voor mensen die. Asociaal met deze met deze zorg omgaan. Daarin steunen we het college volledig, maar het is de heilige overtuiging van het CDA dat 90% van de mensen van goede trouw is en daar dus niet over zou moeten lijden. En soms is een extra vraag of even extra meekijken onvoldoende om dat vinkje terug te vinden die alles kan verklaren. Afsluitend is daarmee het college is daarmee het door het college voorgestelde WMO-beleid slecht? Nee, het CDA is van mening dat dat niet het geval is, maar dient meer te zijn dan alleen maar het er alleen maar te zijn voor wie het nodig heeft. Het beleid dient te initiëren, te motiveren, te faciliteren en soms zelfs te fascineren. Dit beleidsdocument mist in dat opzicht wat sprankeling dit beleid gaat van
Meer dan dat. Dank u wel. Dank u wel. Partij van de Arbeid, mevrouw Kok. Ja, voorzitter, dank u wel. In de 3,5 jaar tijd in deze raad heb ik eerlijk gezegd nog nooit een beleidstekst gelezen die zo ver afstaat van de realiteit van inwoners. We gaan de Wmo harmoniseren naar landelijke standaard. Maar wat betekent dit in de praktijk voor die 160 inwoners in onze gemeente die gebruik maken van dagbesteding? Dat zijn mensen met een beperking, met GGZ- of verslavingsproblematiek, dementie, ex-dak- en thuislozen die dat nu gratis doen, daar een bijdrage voor moeten gaan betalen. Op een doorgaans al heel krap inkomen kan dat leiden tot financiële problemen of tot zorgmijding. De Partij van de Arbeid verzet zich dan ook hiertegen vanaf het moment dat deze coalitie dit onzalige plan in hun akkoord had opgenomen. En welke landelijke standaard dan? We weten dat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage eraan zit te komen, wat juist niet van een generiek abonnementstarief voor iedereen uitgaat en dat gemeenten ook de mogelijkheid geeft om groepen juist uit te zonderen van hun eigen bijdrage. De Partij van de Arbeid ziet dus op geen enkele manier hoe deze beslissing rechtvaardig is. Kan de coalitie hierop reflecteren, kan de wethouder hierop reflecteren? Voorzitter, niet alleen bij de eigen bijdrage hebben wij fundamentele bezwaren. We zijn kritisch op dit hele plan. Dat deelden we al in de bespreking van de koersbrief. De nadruk ligt op kostenbeheersing in plaats van op kwaliteit van zorg. Hoe zit het bijvoorbeeld met de terugroepactie van hulpmiddelen? Worden onze inwoners gecontroleerd of ze die traplift wel echt gebruiken, of het onderzoek naar het gebruik van de regiotaxi, of op het vergroten van het bewustzijn van de interne organisatie ten aanzien van het signaleren van mogelijke fraude? Voor het budgetplan dat inwoners met een PGB moeten gaan opstellen. Al deze maatregelen ademen de kille en technocratische bestuurscultuur waarin inwoners als potentiële...
Genomen, maar dat is bij dit plan helaas niet het geval. Dank u wel. Dank u wel, meneer Voortman, VVD. Ja, dank u wel, voorzitter, ik probeer het iets korter te houden dan al mijn voorgangers. De volgende stap is er in het Wmo-beleid na de koersbedrijf. De beleidsnotitie is voor ons erg belangrijk. Een uitvoeringsplan, want sinds we met de Duisenberg-bril kijken, is die koppeling tussen beleidsnotitie en hoe ga je het doen wel een hele essentiële en de nieuwe verordening. De eerste reactie na lezing is voor ons belangrijk te constateren dat het beschreven beleid in lijn ligt met de afspraken die we hebben gemaakt in het coalitieakkoord. Voor ons is het belangrijk dat iedereen in onze gemeente moet kunnen meedoen, maar helaas is de realiteit dat niet iedereen dat altijd zelfstandig kan. We vinden het dan ook zeker belangrijk dat mensen in zulke gevallen terug kunnen vallen op hun eigen omgeving en netwerk. En waar nodig kunnen ze rekenen op steun van de gemeente. In zulke gevallen blijven we natuurlijk altijd zorgen voor hulp en ondersteuning dichtbij huis. Het uitgangspunt hierbij is wel dat mensen zoveel mogelijk eigen regie houden over hun leven. Hierin zien we een grotere taak voor onze welzijnsorganisatie. Mooi is ook dat wij al weten hoe wij die hulp eigenlijk ook gestalte kunnen geven door zorgondersteuning en voorzieningen wijkgerichte organisatie te organiseren. Dat we zorgen voor voldoende aangepaste huisvesting en dat we welzijnsorganisaties steviger positioneren. De nieuwe verordening ligt ook in lijn met hetgeen in het coalitieakkoord wordt benoemd en onderschrijft ook.
Om vanuit eigen kracht en zelfredzaamheid de regie te voeren over hun leven en deel te nemen aan de maatschappij. Ik zie een interruptie voor mevrouw Kok.
Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Voortman heeft het nu tot twee keer toe over de belangrijke rol van welzijnsorganisaties. Nu heeft de VVD eigenlijk de afgelopen periode steeds tegengestemd op voorstellen van de PvdA en GroenLinks om daar bijvoorbeeld...
Betekent dit dat de VVD daar nu misschien anders tegenaan kijkt, gezien de reactie van de heer Voortman op dit tweemobeleid? Nou, ik denk dat wij altijd een voorstander van een stevige positie voor welzijnsorganisaties zijn geweest en dat onderschrijven we ook in het coalitieakkoord, dus daar is in nuance niet veel in veranderd. Oké. Een stukje over de financiën. En zorg voor dragen we vinden wel dat het enorm belangrijk is dat we de zorg voor dragen dat het geld en de hulp daar komt waar het ook echt nodig is. Vraag aan de wethouder. Dit mede in het kader dat de entree naar hulpverzoeken sterk is vereenvoudigd. Wat is de verwachting in de nabije toekomst als het gaat om het aantal hulpverzoeken die kunnen gaan komen en welke impact kan dit hebben op inzet van personeel, middelen en financiën? En vragen we aan de wethouder over uitvoering van het beleid is het mogelijk om aan de voorkant met name de verzoeken die gaan komen meer aandacht te gaan geven aan bijvoorbeeld preventie en stimulatie. En dat er met goede expertise en kennis gekeken wordt en beoordeeld en gewogen kan worden van de verzoeken of dat daadwerkelijk verzoeken zijn om gekwalificeerde hulp. Vanuit de VNG zijn er een aantal bemerkingen dat een aantal verzoeken voor hulp in de huishouding eigenlijk niet de juiste verzoeken waren, maar dat waren verzoeken voor meer sociale contacten. Dus als zo'n verzoek binnenkomt, dan vragen wij wel of de juiste expertise er is en goed beoordeeld kan worden met de juiste kennis. De VNG stelt ook dat Wmo ook raakvlakken kan hebben met ander beleid, bijvoorbeeld meer...
Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Vogelaar, D66. Dank u wel, voorzitter. D66 vertrouwt op de eigen kracht van mensen, maar ziet ook dat we sociale wezens zijn, geen op zichzelf staande eilandjes, maar verbonden met elkaar en voor elkaar. Heel veel mensen zijn in staat om goed voor zichzelf en hun naasten te zorgen, maar er is ook een groep voor wie dat op korte of langere termijn minder goed lukt, bijvoorbeeld door ziekte, ouderdom of een beperking. Gelukkig hebben we met elkaar ondersteuning georganiseerd voor die mensen, zoals de Wmo. Die dient voor D66 een heel duidelijk doel: mensen de hulp bieden die ze nodig hebben en hen zo in staat te stellen om regie te houden op het eigen leven en actief te kunnen blijven deelnemen aan de maatschappij. Mijn fractie kan zich daarom goed vinden in het uitgangspunt van het nieuwe Wmo-beleid: toegankelijke, snelle en passende hulp voor iedereen wanneer het zelf niet meer lukt. Na een kritisch debat over de koersbrief ben ik positief verrast door het uiteindelijke stuk, waarin niet alleen helder wordt uiteengezet wat de gemeente van inwoners verwacht, maar ook wat de inwoners van de gemeente mogen verwachten en wat de gemeente zelf gaat doen om haar inwoners nog beter van dienst te zijn. In het bijzonder was ik erg blij met het bijgevoegde uitvoeringsplan. Formeel is dat natuurlijk een document van het college, maar het hielp wel echt om een beter beeld te krijgen bij het nieuwe beleid. Dus veel dank daarvoor en hou dat er vooral in. Daarnaast de complimenten, ook nog wel wat opmerkingen om te beginnen bij het eerste doel, het beter vindbaar maken van informatie over de Wmo. De bijbehorende acties zien er goed uit, maar er moet natuurlijk ook bij de doelgroep getoetst worden of het ook echt voor hen werkt en makkelijk is. En hoe houd je dan oog voor de mensen die het allemaal niet zo makkelijk kunnen vinden? Want dat is moeilijk meetbaar. Graag een reactie van de wethouder. Dan doel 4: meer vrijwilligerswerk voor en door inwoners, een supermooie ambitie natuurlijk waar wij als D66 helemaal achter staan, maar tegelijkertijd ook wel een spannende. Want uiteindelijk kun je hier als gemeente natuurlijk niet echt op sturen. Je kunt alleen maar faciliteren. Hoe kijkt de wethouder aan tegen deze onzekerheid? Het nieuwe Wmo-beleid is voor onbepaalde tijd en het uitvoeringsplan wordt gezien als een levend document. Natuurlijk is het goed dat beleid stabiel is op een middellange tot lange termijn, want je wil niet elk jaar iets nieuws, maar tegelijkertijd moet beleid ook af en toe geëvolueerd worden om te kijken of het doet wat we ermee bedoelen. Staat de wethouder daar daarom voor open om toch een periodieke evaluatie in te bouwen? Ik noem maar wat, één keer per 5 jaar. En ik weet wat u gaat zeggen: we hebben de monitor sociaal domein, maar die bevat, als ik dat met een enigszins lelijk woord mag zeggen, vooral productiegegevens. Hoeveel indicaties, hoeveel rolstoelen, et cetera, en dat heeft minder het karakter van een echte beleidsevaluatie. Dan tot slot, voorzitter, wil ik nog even noemen dat D66 blij is dat er in het nieuwe Wmo-beleid ook de verbinding wordt gezocht met aanpalende beleidsterreinen, waaronder aandacht voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. En in dat kader vraag ik dan ook maar even...
Extra aandacht voor de signalering van de voorstadia van femiciden, ook gezien de recente gebeurtenissen en met die oproep sluit ik mijn eerste termijn af.
Ik nodig de heer Van der Lubbe uit om zijn eerste bijdrage in de Commissie Samenleving te doen. En veel succes. Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, u zei het al, dit is mijn eerste bijdrage aan het debat in uw commissie en daar wil ik toch wel heel even kort bij stilstaan, want ik vind het een ontzettende eer om hier vanavond te mogen spreken en ik kijk er ook ontzettend naar uit om me de komende periode namens de inwoners van Leidschendam, Voorburg en Stompwijk in te zetten voor deze gemeente. Mee in te zetten bijvoorbeeld voor hoe wij als gemeente zorgen dat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen of voor mensen met een beperking die ondersteuning nodig hebben en voor mantelzorgers die dag en nacht klaarstaan. Want daar gaat de Wmo over en achter die afkorting gaan een hele hoop mensen schuil. Voorzitter, GroenLinks ziet een hoop verbeteringen in het voorstel, zoals de inzet van de wethouder om inwoners sneller passende ondersteuning te bieden. Maar als we dit proces willen versnellen, moeten we voor inwoners dan juist minder drempels opwerpen. In plaats daarvan moeten inwoners met dit voorstel straks een budgetplan indienen waarin allerlei zaken zijn opgenomen, zoals de kosten van de voorziening, maar ook de wijze waarop de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd. Voorzitter, de helft van de mensen die gebruikmaken van de Wmo, dat zijn mensen in de WW of de bijstand, in de WIA of de Wajong en dit zijn mensen die niet kunnen werken of mensen die om wat voor reden dan ook geen werk hebben en voor hun inkomen afhankelijk zijn van de overheid. Dus stel je voor je zit in de bijstand. Geld is al een stressfactor en om de hulp te krijgen waar je recht op hebt, wordt er eerst van jou gevraagd om een budgetplan op te stellen. Ja, voorzitter, begrijp ons niet verkeerd. We zijn een groot voorstander van het behoud van regie bij de inwoner. Daar vindt de wethouder ons dan ook aan zijn zijde. Maar hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat de budgetbalans, zoals hij schrijft, niet een te grote drempel wordt en met welke frequentie onderzoekt het college of inwoners op de maatwerkvoorziening zijn aangewezen? Moeten inwoners ieder jaar gaan bewijzen dat ze nog recht hebben op de Wmo of krijgen inwoners straks een meerjarige indicatie? Waar de wethouder ons ook aan zijn zijde vindt, is de inzet om de informatie over de Wmo makkelijk en snel vindbaar te maken. Nu nog is het spreken en kunnen lezen van Nederlands een harde eis voor het vinden van informatie over de Wmo. Als je geen Nederlands spreekt of kunt lezen, kun je geen informatie vinden over de Wmo en weet je dus niet hoe je Wmo moet aanvragen. En eerder hebben de collega's Veld Kok en Wat Loet hij een amendement ingediend bij het beleidsplan schuldhulpverlening om een communicatieplan op te stellen, gericht op laaggeletterden en anderstaligen. Mijn vraag aan de wethouder is hoe hij ervoor gaat zorgen dat de informatie over de Wmo ook toegankelijk is voor ongeletterde, laaggeletterden en anderstaligen. Is de wethouder bijvoorbeeld voornemens om de informatie op de website, maar ook het aanmeldingsformulier en de Wmo-folder in andere talen aan te bieden? Tot slot, voorzitter, wil ik de wethouder een aantal vragen stellen over de eigen bijdrage. De wethouder schrijft dat er voor inwoners met een minimuminkomen een passende oplossing wordt gezocht binnen de ontwikkeling van het minimabeleid. Kan de wethouder toelichten hoe die oplossing er precies uit gaat zien? Ook stelt de wethouder dat de eigen bijdrage ter demping is van de kostenstijging van de indexatie van de BGB-tarieven. Maar wat is precies de hoogte van die kostenstijging en wat is de raming van de opbrengst van de eigen bijdrage? En deelt de wethouder de mening van GroenLinks dat de gemeente een eigen bevoegdheid heeft om invulling te geven?
Vindt de wethouder dat het harmoniseren van de gemeentelijke wet- en regelgeving aan landelijke standaarden geen doel op zich mag zijn? Dankjewel. Dank u wel.
Gefeliciteerd met uw eerste inbreng in deze commissie, dat er nog maar vele mogen volgen. Dan ga ik ten slot naar de ChristenUnie, meneer Wilschut. Ja, voorzitter, samenleving met een warm hart betekent ook dat vele inwoners in Lijst van Stofwijk en voorbeeld naar elkaar omzien. Sociale netwerken die sterk zijn, bieden veel houvast als het nodig is. Maar als die ondersteuning vanuit het netwerk ontbreekt, is een beroep op de gemeente een logische stap. Voorzitter, we zien bij de Wmo dezelfde opgave als het gaat om het vergroten van het bereik, want inwoners die het mogelijk het meest nodig hebben, zijn ook lastig te bereiken. Inwoners die kwetsbaar zijn, die digitaal vaardig of weinig leesvaardigheid hebben bijvoorbeeld. Het verbaast ons daarom dat het beleidsplan begint met de visie dat inwoners zelfredzaam zijn. Waarom gaat het college daarvan uit of heeft dat als visie? Volgens de ChristenUnie is het veel reëler om uit te gaan van dat een hoop mensen dat juist niet zijn en daar ook op te acteren, erop af. Ik begreep in ieder geval dat dat in jargon tegenwoordig heet outreachend zijn. Prima, als het maar gebeurt. Daarnaast is het ook belangrijk dat ons aanbod beschikbaar is in verschillende talen. GroenLinks had het er ook al over. Voorzitter, dan nog een aantal accenten en vragen. Via de Wmo krijgen inwoners ondersteuning. Tegenwoordig vinden ook veel mensen het fijn om juist iets aan te leren hoe het moet, dan dat steeds mensen over de vloer hebben. Staat dit aanleren van die vaardigheden ook op het netvlies van het college? Voorzitter, dan sociaal servicepunt. Voor de ChristenUnie is het belangrijk dat we die verstevigen en dat ook snel doen zodat meer mensen snel op de juiste plek terechtkomen. Kan het college aangeven wat de toekomstplannen zijn, want die zijn steeds wel toekomstbestendig genoemd. Maar nou, wij pleiten voor vaart. Voorzitter, vanuit nieuwe brandregelgeving is het nodig dat scootmobielen niet meer op de gang worden geparkeerd. Dit vraagt dus om een goede afstemming tussen gebouweigenaren, zoals woningcorporaties en de Wmo. Heeft het college daar oog voor en wordt er bijvoorbeeld gekeken naar pilots die er nu zijn als het gaat om deelscootmobielen? Voorzitter, de ChristenUnie gelooft dat investeringen in sterke netwerken een goede bijdrage kunnen leveren aan een samenleving met een warm hart. Niet omdat dat per se goed is voor de financiën, maar omdat naar elkaar omzien via sterke netwerken, sterke verbindingen, veel fijner is. Voorzitter, op welke manier zou het college ook vanuit eenmalige middelen die we hebben, want we zitten best redelijk in die middelen, juist investeringen kunnen doen die ook langjarig terug te zien zijn, bijvoorbeeld preventieve maatregelen of een campagne waarin wordt gestimuleerd om tijdig voor te bereiden op de oude dag? Wat zijn dan keuzes die je zou kunnen maken of waar je ze over na moet denken? Voorzitter, tot slot de inkomensafhankelijke bijdrage. We zien vrij weinig tekst hierover en terwijl we juist zien landelijk dat de beweging wel is dat dat richting de gemeente gaat komen. En zo'n eigen bijdrage voor inwoners met een kleine portemonnee is soms echt wel een drempel, terwijl het voor sommige inwoners wel heel makkelijk is geworden om schoonmaak aan te vragen, terwijl die tijdens het werken levend zelf gefinancierd. Wij snappen best dat in het nieuwe beleid wordt gezegd: we gaan die eigen bijdrage voor begeleiding invoeren, maar wij vinden wel dat dat hand in hand zou moeten gaan met ook iets.
De eerste termijn van de zijde van de commissie, wethouder gebeld. Aan u het woord. Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, u vraagt altijd: wie zit er dan naast u, hè? Maar dat zal ik dan zelf zeggen. Naast mij zit de beleidsmedewerker Wmo en de regisseur uitvoering van de Wmo. Want dat is één en daarachter zit nog veel meer mensen, want er zijn nou ja, heel veel consulenten die wij in onze organisatie hebben, maar daar heeft u in een eerdere informatieve sessie ook kennis mee kunnen maken. Maar laat ik starten. Dank allen voor de inbreng en dank ook voor de mooie woorden voor dit of deze stukken die hier nu voorliggen. Er is lang aan gewerkt. Hebben we de tijd voor genomen? We hebben eerder een koersbrief hier met elkaar besproken. Heeft u verder of in dat proces heeft u input kunnen geven? Maar ook toen die koersbrieven besproken werden, heeft u aandachtspunten aangegeven. Die hebben we meegenomen. Daarnaast zijn er ook adviezen geweest van onze adviesorganen. Wij hebben dat verwerkt en het is gelijk ook doorgepakt om de verordening aan te passen. En dit is de eerste keer dat wij eigenlijk het Wmo-beleid zo neerzetten sinds de invoering. Bij de invoering zijn we van start gegaan en het is een lerend stelsel. Dus tussendoor zijn er steeds passende maatregelen genomen, maar dit is de eerste keer dat we goed met elkaar de tijd hebben.
Goed op papier te zetten en ook daar naar de toekomst door te kijken. En ik ben blij met het stuk dat hier ligt. De heer Visser heeft een interruptie. Uiteraard ga ik ervan uit dat u dat goed allemaal doordacht heeft. Maar tot nu toe klinkt het een beetje alsof u het, zeg maar, op het gemeentehuis gedaan heeft. Heeft u ook?
Heeft u daar het gesprek mee gevoerd? Heeft u nu getapt op hun kennis en ervaring? Weet u het zeker? Dat staat ook uitgebreid beschreven in het stuk en in alle stukken die daarbij die we met u daarbij.
Mocht u er een paar gemist hebben, bent u dan bereid om die alsnog te horen? Zoals gezegd, dit is een lerend stelsel, dus we praten continu met een nieuwe partner. We staan continu open voor informatie, maar we leggen dit nu al niet voor en daar mag u over twee weken in de Raad een oordeel over vellen. Dus ik denk dat we daar allemaal niet nu een extra vertragende factor in moeten zitten, maar tussendoor voeren we continu gesprekken en dat staat ook in dit stuk. Juist ook met al het hele uitvoerende domein, het voorliggend veld, de partijen die we inschakelen, voeren we veel meer continu overleg. Tussendoor om het product steeds beter te maken. Voorzitter, met uw toestemming ga ik in op de vragen en de opmerkingen die per fractie zijn gemaakt. Allereerst GBLV, ja, mooie woorden van mevrouw Van Saltbommel. Ik denk heel treffend wat u noemt, hoe we de menselijke maat inderdaad willen hanteren, ondersteuning passend willen maken en hoe het ook raakt met alle andere beleidsvelden. Het woondossier met name, maar ook het hele welzijnsdossier. En hoe we daar ook dus andere instrumenten op inzetten, bijvoorbeeld de middelen waar u naar verwijst. De 10 miljoen die voor langer zelfstandig wonen zijn ingezet. Dat geeft ook aan dat Wmo-beleid niet op zich staat, maar in dat hele sociaal domein dat alles met elkaar verweven is. Eén specifieke vraag van u, oh ja, hoe neemt de wethouder of het College de Raad mee in de ontwikkeling, met name het cliëntenonderzoek? Nou, dat doen we allereerst. Er werd ook al even genoemd door één van de andere partijen, de monitor sociaal domein. Maar we sturen ook een jaarlijkse raadsbrief met die ervaringen en toevallig zit hij morgen in het college, dus ik ga ervan uit dat de collegeleden die daar ook in kunnen vinden, dus die heeft u dan vlot ook tot uw beschikking nog denk ik voor de raadsbehandeling. En dat blijven we doen, we monitoren veel en ook in nieuwe subsidieregelingen gaan we extra informatie vragen voor alle partijen die wij inhuren dat zij zelf die cliëntgegevens ook moeten aanleveren en dat onderzoek moeten doen. Dan fractie CDA, de heer Visser. U heeft ook een aantal opmerkingen en vragen gemaakt. De wijkaanpak, ja, wat in het stuk staat, is dat we juist daar ook heel veel kansen zien om de Wmo door te ontwikkelen. Op pagina 15 staat ook hoe we dat gaan doen. We gaan data veel meer wijkgericht inzetten en we willen ook die wijkgebouwen waar mogelijk beter daarvoor benutten. Dat zit ook in de hele ontwikkeling van het SSP. Dus daar gaan we mee aan de slag en dat is ook één van de belangrijke bronnen om die Wmo nog dichter bij die inwoners te brengen. Vrijwilligers en mantelzorg noemde u, ja, dat is een heel belangrijke component in dit beleid dat we dat daar ook in die ring van mensen, de Wmo of de zorg ook plaatsvindt en juist die vrijwilligersaanwas gaan we versterken en ook de mantelzorgers gaan we zorgen dat ook die daar een achtervang is. Eenzaamheid aanpak, u zei dat u dit in dit stuk miste. Ik gaf u net al aan, de Wmo is onderdeel van het hele sociaal domein. We hebben een uitvoerige eenzaamheidsaanpak, zoals het dan maar heet, vanuit de welzijn. En dus daar vinden verschillende acties op voort en ik kan u zeggen dat ook, zeg maar een soort eenzaamheidscheck ook bij elke Wmo-aanvraag plaatsvindt, dus daar letten de consulenten extra op bij de intake. Dan het 18-min 18-plus overgang stukje naar de jeugdhulp. Ja, ook daar is nagedacht. In dit plan staat onder andere op pagina 6 van het uitvoeringsplan dat we een verbeterde samenwerking, dus de Wmo en de jeugdhulp, gaan al inzetten vanaf dit jaar. Er zitten verschillende componenten die we daar verder uitwerken, omdat u ook dit al meermaals heeft aangegeven dat u dat heel belangrijk vindt in deze Raad. Ja, en dan een stukje over ouderen. Ja, het mag ook niet vreemd klinken dat een groot deel van de doelgroep of de mensen die gebruik maken van de Wmo in die oudere categorie valt. Ja, hoe groeien die financiën mee? Meerdere van u hebben daarvoor gevraagd, ja, de financiën. Die gaan de komende jaren oplopen. We hebben te maken met een vergrijzende bevolking, dus dat geven we ook hierin aan dat we zien dat dat gaat oplopen. Het is een open einde regeling, dus dat kunnen we niet en willen we ook niet dichtzetten. Gelukkig krijgen we vanuit het Rijk daar ook een stukje van gecompenseerd, maar het zal niet anders zijn dat vanuit Leidschendam-Voorburg ook daar de komende jaren dat gaat oplopen. Maar juist met dit plan zetten we ook in op snelle processen. Kijken of de juiste hulp op de juiste plek is en proberen we daar ook financiën toch ook binnen de perken te houden, laat ik het zo maar zeggen. Maar dat er een groei op zit is onvermijdelijk. Desondanks of juist daarom ook investeren we op een aantal vlakken, daar heeft u met de kalendernota ook al een besluit over genomen, dus het gaat u straks in de begroting terugzien. We gaan die PGB's actualiseren, de SSP versterken, maar ook zaken als suïcide en geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daar investeren we extra in om dit te versterken. Dan mevrouw Kok. Ja, uw bijdrage daar werd ik ook wat minder enthousiast van. Ik ben er ook persoonlijk voor mee omdat u daar ook toch wel wat chargeert met woorden als een nadruk op de kostenbeheersing. Nou, daar ben ik pertinent niet mee eens dat dat erin zit. Dat ziet u ook in de vijf pijlers van dit Wmo-beleid en ik denk ook met woorden als een kille bestuurscultuur dat u daar niet recht doet aan het werk.
Wordt. Dus daar neem ik afstand van de eigen bijdrage, mevrouw Kok. Ja, dank u wel, voorzitter. Die woorden slaan niet op het werk wat ambtenaren doen, want ik heb daar alle vertrouwen in dat zij dat met toewijding en hart en ziel doen. Het gaat mij om het effect op inwoners, dus ik ben benieuwd als u dat van zich werpt of u dan mij kunt.
Dat de negatieve effecten waar de Partij van de Arbeid zich zorgen om maakt, dat inwoners daar geen last van gaan ondervinden. Meneer Belt: Ja, het stuk heet niet voor niks "Er zijn voor wie het nodig heeft". Dit stuk is doordrenkt om het beste voor onze inwoners neer te zetten met snelle hulp, passende hulp voor iedereen die dat nodig heeft. En daar laten we niemand door het ijs zakken. We hebben eerder gesproken over die eigen bijdrage. Dat is iets wat vrijwel in alle gemeenten de standaard is. Dan hoef je het nog steeds niet te doen, maar we doen het juist ook voor die betaalbaarheid en het draagvlak in deze hele gemeenschap. En het is ook juist eerlijk, hoor, want op de andere onderdelen van de Wmo geldt ook al die eigen bijdrage. Dus er zit nu een onderscheid tussen inwoners die het ene Wmo-product gebruiken en het andere Wmo-product gebruiken. En ik ben er zelf juist heel blij mee dat we met die eigen bijdrage toch ook rekening houden met dat toekomstperspectief.
De minima buiten schot laten. En daar staat ook in dat we dat nog dit najaar verder uitwerken, mevrouw Koekoek. Ja, dank u wel, voorzitter. De wethouder geeft aan dat hij graag die gelijkheid aan wil brengen nu en dan refereert hij aan landelijk beleid. Maar zegt landelijk beleid wat er aan zit te komen. De ChristenUnie refereerde er ook al aan, dat gaat juist in op, dat maakt juist mogelijk dat er gedifferentieerd kan worden binnen Wmo-beleid, dus dat er verschillende tarieven bijvoorbeeld gaan gelden voor inwoners.
Bijdrage, dat staat toch juist haaks op die? Iedereen betaalt hetzelfde, wat de wethouder hier nu propageert. Wethouder. Nee, dat vind ik niet, want dit gaat binnen de Wmo over producten. Waarom zou je voor het stukje dagbegeleiding geen eigen bijdrage vragen, terwijl we het op andere producten wel doen? Dus het is binnen de Wmo. Waar je patiënten kan hebben met eenzelfde indicatie, daar maken we geen onderscheid en trekken we hem juist gelijk de hele discussie over de de inkomen.
Komt later wanneer daar ook het rijk aan toe is, laat ik het zo maar even zeggen. Meneer Wilschut. Ik heb nog even weer de meest actuele datum waarop het rijk zegt dat het in zou gaan opgezocht. Eén jaar 1 januari 2027. Dan
Ik wacht even daarop, want ik combineer het een en ander en dan maak ik het echt passend voor de mensen die het echt nodig hebben. Nee, dat doen we nu niet. Het is een lerend stelsel, dus we passen continu aan. Deze maatregel hebben we ook al in 2022 aangekondigd. Is trouwens ook al in de begroting verwerkt, dus wanneer daar weer nieuwe actualiteiten zijn? Het UU zei een beetje lachend, 1 januari 2027, omdat u zelf weet dat met de huidige perikelen bij het landelijk bestuur dat dat natuurlijk totaal niet in de lijn der verwachting ligt dat dat er dan is.
Nou ja, wij blijven hier zelf deze koers varen en zetten hem zo in. Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de wethouder heeft het weer over onze realiteit hier binnen het gemeentehuis. Dat vind ik ook een beetje waar de heer Visser op doelde met zijn vraag net, hè, waar u heel kort op antwoordde en waar hij heel kort op antwoordde, de wethouder. Maar het gaat ons. En volgens mij doelt de heer Wilschut ook een beetje op de realiteit voor inwoners. Dat wetsvoorstel staat volgens mij nog steeds voor 1 januari 2027 op de planning, waardoor het kan gebeuren dat er volgend jaar voor hen iets vrij groots verandert, wat misschien het jaar daarop dan weer anders wordt. Het maakt me niet zoveel uit dat we dat al aankondigen in een coalitieakkoord en dat we op wetgeving moeten wachten. Het gaat mij om de realiteit van inwoners.
Krijgen waar dat het jaar daarop weer verandert. Hoe bekommert de wethouder zich daar dan om? Wethouder: Nou, ik denk dat we het allereerst niet hebben over een enorme kostenstijging. We hebben het over het maandtarief wat we gelijktrekken, wat op dit moment € 21 per maand is, waarin we de minima vrijwaren. Mensen die al gebruik maken van een ander Wmo-product ook niet. Deze extra kosten hebben dus een redelijk beperkte groep, kan ik er gelijk bij zeggen. Ja, zoals ik zeg, dus de impact zal minder groot zijn en we blijven kijken natuurlijk of mensen daar niet tussen wal en schip vallen, want zo is het bij al onze regelingen die we in de Wmo hebben. We proberen het hier zo breed mogelijk op te zetten, maar uiteindelijk...
En continu naar een oplossing gezocht wordt die passend is en waarbij niemand in de problemen komt. Mevrouw Kok. Ja, dank u wel. Misschien dat kwam ook in het betoog van GroenLinks naar voren. Kan de wethouder iets meer vertellen over het vrijwaren van minima, want er staat eigenlijk een heel vaag zinnetje in.
We gaan er nog iets mee doen in 26, maar we hebben het minimabeleid net vastgesteld in deze raad. Dus ik vraag me af hoe dat dan vorm krijgt. Daar werken wij op dit moment nog aan, dus dat wordt dit najaar duidelijk en we zorgen dat dat per het nieuwe jaar, dus als dit Wmo-beleid ingaat, geregeld is. Voorzitter, een aantal vragen van de heer Voortman vanuit de VVD. Wat is het perspectief op de Wmo? We hebben te maken inderdaad met toenemende vraag vanwege vergrijzing. Ook met personeelstekorten, ook een stukje over beschreven allemaal waar we tegenaan lopen en daarom moeten we het slimmer doen. Daarom moeten we meer samenwerken met het voorliggend veld als mensen sneller, naar bijvoorbeeld ook op andere manieren geholpen kunnen worden. En een onderdeel daarvan is wat u zelf ook aanstipte. Ja, hoe krijgen we nou dat de juiste verzoeken? Dat mensen niet, een beetje gechargeerd gezegd, voor de gezelligheid gebruik gaan maken van de Wmo. Nou ja, daar zetten we bijvoorbeeld in op iets als welzijn op recept, dus dat is via de huisarts die daar echt kijkt van waar hebben mensen behoefte aan? En dat zou dan bijvoorbeeld kunnen zijn dat het bijvoorbeeld helemaal niet op een Wmo-product ligt, maar dat het bijvoorbeeld eerder is op kennismaking of juist in die eenzaamheid aanpak veel meer terecht kan. Dus door juist met dat voorliggend veld veel meer samen te werken, welzijnsorganisaties, huisartsen, proberen we ook die toeleiding naar de Wmo zo zuiver mogelijk te maken. Ja, u geeft ook aan dat de aandacht voor preventie belangrijk is en daar zijn goede signalen dat wij ook de ISA-regeling vanuit het rijk, waarvan we heel veel van dat soort dingen op dit moment doen, dat we dat met het nieuwe aswaas zoals dat dan heet, dan word ik woensdag alweer bijgepraat dat we ook daar heel veel dingen op preventie kunnen doorzetten de komende jaren. Dus dat zijn goede signalen en daar hoort ook bij dat we de informatie weer vroegtijdige signalering. Daardoor kunnen we die preventie dan op inzetten. Mevrouw Vogelaar vanuit D66 blij met de heldere rollen en taken hoe die beschreven is. Ik denk dat u ongetwijfeld dan ook verwijst naar dat grote schema wat we toen op die informele sessie hadden, waarin precies die taken en rollen van al die partijen beschreven staan. Dank ook voor de woorden over het uitvoeringsplan. U maakt ook een of u heeft een verzoek gedaan voor die evaluatie. Kijk dat uitvoeringsplan, dat gaan we iedere zoveel jaar ook aanpassen en ik denk dat het dan ook op zijn plek is om dan juist ook die evaluatie iets op te pakken. Dus dan steken we even iets meer de vinger erin dan op basis van de jaarlijkse monitoring die we hebben, waar we ook al heel veel informatie uit kunnen halen. Maar dat kan dus bij dat vier- of vijfjarige uitvoeringsplan laat ik het zo maar even zeggen, dus dat vind ik een hele mooie suggestie waar ik in mee wil gaan. U scherpt ook aan, ja, informatie moet vooral ook heel goed vindbaar zijn, los van het digitale. Nou, daar zitten we juist in op. Ook met die ontwikkeling van dat SSP met makkelijke inloopmomenten, maar ook met papieren communicatie ook weer die het voorliggend veld met die huisarts dus dat het praktisch wordt. En daar denken we dan ook bij. Dat ik die ook maar gelijk even meepakken in. Hoe we daar met taal omgaan, dus de sociale kaart die we hebben, die is al meertalig. En hoe we bij de Wmo en ook bij het SSP.
Nodig, die naast de consulent of gelijk de consulenten optrekken. Voorzitter. Mevrouw Vogelaar. Dank u wel. Ja, mijn punt over de vindbaarheid van de informatie zat niet zozeer in het onderscheid van digitale dan wel offline communicatie, maar meer: we hebben nu de intentie. We willen onze vindbaarheid verbeteren, onze duidelijkheid voor de doelgroep vergroten en we moeten op een bepaalde manier gaan controleren.
Het ook beter is geworden, zeg maar, en of de doelgroep het makkelijker vindt en het makkelijker begrijpt en zo, en hoe gaan we dat doen? Ja, dat moet natuurlijk in die monitoring ook terugkomen, maar juist met dat SSP, waarin mensen bij wijze van spreken met die die het niet zelf of of of waar familie het niet direct kan regelen door juist met het SSP gaan we daar. Nou ja, worden mensen daar aan de hand meegenomen om het in te vullen om het ook uitlegbaar te maken. Nou ja, hoe die regeling in elkaar zit en ook hulp met de aanvraag, dus dat is het SSP en daarnaast hebben we ook onze consulenten die nou ja, heel dicht op de belevingswereld van de mensen zelf zitten.
Van der Lubbe, voorzitter, kan de wethouder uitleggen hoe de meeste mensen bij de Wmo komen? Hoe ze met zo'n aanvraag komen. Dat gaat op verschillende manieren. Je hebt mensen die vanuit hun eigen netwerk dat vinden via onze website, digitaal. Het gaat nu ook al veel via het SSP, maar ook bijvoorbeeld via de huisarts, via bijvoorbeeld Zorgdomein dat er doorverwijzingen zitten. Dus, en dan kijk ik toch even naar links. Volgens mij zijn dat de drie grootste manieren om mensen bij de Wmo te krijgen. Ja, het budgetplan. Daar had u een aantal vragen over. Ja, het budgetplan, dat is een wettelijke vereiste dat inwoners zelf dat geld kunnen beheren. En nou ja, dat is dat inwoners zelf die budgetten kunnen beheren, dus daar zit een bepaald format omheen. Maar wij zorgen zo met de begeleiding ook dat dat natuurlijk zo simpel mogelijk in elkaar steekt en dat dat makkelijk loopt. Dus het is niet de bedoeling dat dat, en dat is ook niet de praktijk, dat dat nu zeg maar één groot papierwerk is. Nee, we zitten juist in, omdat als dat nu te groot zou zijn, waar we die signalen niet van hebben, dat dat juist nog simpeler en passender is. U noemde een aantal cijfers in uw betoog die wij niet direct hier erkenden, dus dat bijvoorbeeld dat de helft van de mensen die in de Wmo gebruik maken van de Wmo ook in de bijstand zouden zitten. Er werd direct hiernaast van geknikt. Nou, dat klopte niet direct. Maar die cijfers die hebben we allemaal. Die laten we ook in die monitor zien. Ja, en u had ook een vraag die ik net beantwoord heb, hoe geven we nou de informatie voor laaggeletterden en mensen die de taal niet spreken? Nou, voor laaggeletterden wat ik net ook al zei of nemen we de mensen...
Ja, meneer Van Leusden, en is de wethouder ook voornemens om de informatie op de website in meerdere talen aan te passen? Wij doen het nu op de sociale kaart. En daarnaast hebben we ook tolken, zoals ik net zei, die bij de consulenten ook daarbij zijn.
Daar is hier over gesproken en dat is de praktijk hoe we nu werken. En dat is ook hoe we het nu beogen om het voort te zetten. Mevrouw Kok. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vraag me eigenlijk af naar aanleiding van deze discussie: is het niet de manier om zelfredzaamheid te stimuleren als mensen het gewoon zelf kunnen lezen op de website in plaats van dat ze samen met de consulent of samen met een tolk moeten gaan vertalen om zo te kunnen kijken waar ze toch recht op hebben?
Krijgen? Het is toch het summum van zelfredzaamheid als mensen dat gewoon in hun eigen taal kunnen lezen en vervolgens zelf actie kunnen ondernemen? De hele website is erop gericht om vanuit een bepaald niveau dat die het voor iedereen leesbaar is. Dat is een keuze waar u ook mee hebt ingestemd. Dat is volgens mij op B1 plus, ik zit daar niet helemaal zo in. Eerder in dit huis zijn al discussies gevoerd over hoe we communiceren over taal. Dat heb ik net ook gezegd. Op dit moment doen we dat. Nou ja, nogmaals, dat die sociale kaart dat is en dat we die tolken hebben. Dat is de lijn die we doorzetten en volgens mij is dat dan ook niet opportun om dat debat hier met mij voort te zetten, want dan zouden we dat een communicatiedebat van moeten maken. Tot slot de heer Wilschut aan te vragen. Ja, u begon met het stukje over zelfredzaamheid dat dat het uitgangspunt zou zijn. Kijk, het uitgangspunt voor ons is dat juist de intrinsieke wens van heel veel mensen is, of dat zij juist graag zelfredzaam zouden willen zijn. Ik ben mij daar ook van bewust dat heel veel mensen dat niet zijn. Vandaar dat we hier met de Wmo een heel stelsel op hebben gezet. Die begint bij de mensen zelf, maar daarna in de eerste kring om hen heen. We hebben het preventieveld en daarnaast.
Daarbij zit ook in op het ontwikkelen van vaardigheden en juist in dat voorliggend veld. Mevrouw Feld. Ja, dank, ik kon het toch even niet laten om hier nog wel over dit stukje communicatie te reageren. Allereerst toch best wel flauw om te zeggen, ik wil hier geen communicatiedebat over maken. Als het eerste doel streven uit dit beleid is om de communicatie te verbeteren, maar is dit een punt waar ook deze wethouder gewoon voor wil gaan staan en waar wij dus ook vragen over kunnen stellen en waar ook kritisch op mogen zijn. Daarnaast, als we het ook bij het minimabeleid over hebben gehad. Het klinkt nu, het wordt nu een soort van gesuggereerd alsof wij met elkaar besloten hebben om het allemaal alleen maar in het Nederlands te doen. Dat blijkt niet zo te zijn. Wij gaan hier als raad over en ik hoop dus ook dat we hier met als raad, net als bij het minimabeleid over besluiten dat als het beter is voor onze inwoners, voor de effectiviteit van ons beleid en in lijn is ook met het streven van dit beleid om dus ook op een website de eerste manier die de wethouder noemde waarop mensen in aanraking komen met Wmo-aanvragen om dat dus ook toegankelijk te maken voor mensen die anderstalig zijn, die laaggeletterd zijn of die ongeletterd zijn. En het is...
En dat zou ik zonde vinden en flauw vinden. Dus ik hoop dat de wethouder hier nog een keer op een andere manier op kan reflecteren. Wethouder. Maar eigenlijk niet. Het is. Misschien ben ik al wel flauw. Maar kijk, wij hebben er bewust voor gekozen om niet heel onze website in meerdere talen te doen. Daarnaast kan ik me voorstellen dat er verschillende onderdelen zijn, zoals de Wmo waarin we echt die taal naar soms tegen belemmeringen aan lopen. Nou ja, daarvoor heb ik gezegd welke instrumenten wij hebben, dat we dat we er zelfs een tolk naast zetten en dat we die belangrijkste producten zo hebben. Dat is hoe we, hoe we hoe we hem hier insteken. Dat is ook gelijk met de ander product, zoals het minimabeleid en nogmaals ja, als als als u daar. Tot doel
Een vraag, mevrouw Feld, want ik vind dat hele theatrale mooi. Kunt u beantwoorden wat het doel is van de Wet maatschappelijke ondersteuning? Nou, volgens mij heeft de Wet maatschappelijke ondersteuning als doel, zodat mensen die dat nodig hebben, zoals ook vaak door het college gesteld, de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben. En dat gaat voor iedereen, ongeacht welke taal je spreekt, of je de Nederlandse taal spreekt of niet, omdat je dat onderwijs in de Nederlandse taal niet hebt gehad, of omdat dat komt omdat je uit een ander land gevlucht bent en hier nu woont en die taal nog niet goed genoeg beheerst. Iedereen heeft daar het recht op. En wat ik ook zou willen benoemen: ik vraag juist niet dat de hele website in het Engels gaat. Het is juist de omgekeerde wereld. Vrijwel de hele website staat al in het Engels, behalve als een inwoner op zoek is naar zaken als minimabeleid of hulp bij de Wmo. En daarom vraag ik specifiek ook op dit beleidsstuk, waarin ook specifiek benoemd wordt dat communicatie zo belangrijk is, of de wethouder over de Wmo...
Geven om dit dus ook in communicatie zo toegankelijk mogelijk te maken. En niet alleen als je al vaardig bent in de Nederlandse taal. Mevrouw Van den Heuvel: Nou, voorzitter, laat ik dan een nuance maken. De wet heeft niet als doel te zorgen dat mensen hulpstukken krijgen of ondersteuning. De wet heeft als doel dat mensen deel kunnen nemen binnen hun beperking of gegeven aan de maatschappij en bij deze maatschappij hoort de Nederlandse taal en ik snap dat.
Beleid, maar hoe effectief is het als mensen dus in hun eigen bubbel blijven binnen hun eigen taal? Dan wil ik terugvragen hoe effectief het is. Effectief is het als je niet kan bijdragen aan de samenleving, omdat je puur omdat je geen Nederlands kan? Niet de middelen krijgt om daaraan te kunnen bijdragen. Ik denk dat dit van twee kanten moet komen. Ik denk dat dit ook een hele mooie manier is om juist mensen te verwijzen naar manieren om de Nederlandse taal te leren en als we het daarover gaan hebben, wordt inderdaad een breder communicatiedebat. Maar ik vraag daarom juist puur specifiek op iets wat al wordt aangegeven in het beleid, namelijk de communicatie verbeteren en toegankelijker maken om het dan dus niet alleen te hebben over de mensen die al goed Nederlands kunnen, maar juist breder te kijken naar ongeletterde laaggeletterden en anderstaligen, net zoals we ook in deze raad besloten hebben om dat te doen. Als het
Ja, ik wil eigenlijk dit debatje beëindigen. Wethouder. Dank u, voorzitter. Scootmobielen, daar was ook nog een vraag over. Wat nieuwe wetgeving geeft ons inderdaad heel veel werk. Dat wil zeggen dat scootmobielen niet zomaar in gezamenlijke ruimtes of verzorgingsflats mogen staan. Dus daar vinden we nu onder andere vanuit die regeling waar uw buurvrouw het over had, een passende maatregel, dus dat we daar investeringen doen. Dat doen de corporaties ook. En één manier is ook om de druk op de openbare ruimte ook weer passend te maken, is dat we juist ook in een pilot kijken van joh, hoe kun je nou ook veel meer met gezamenlijke, dus dat we een aantal scootmobielen op meerdere inwoners faciliteren, dus een soort deelgebruik. Maar daar hebben we onze, nou ja, daar zitten we bovenop en die verandering zijn we aan.
Verordening, namelijk die periodieke onderzoeken of mensen nog wel aanspraak kunnen maken op de Wmo. Die hebben we schaars, want ook als we net van plan om even een rondje te gaan maken om...
Zeker op het moment? Mensen periodiek nabellen, is dat puur om te kijken hoe gaat het? Is de zorg naar wens, lukt alles, past het? Wij maken afspraken bij professionele aanbieders. Zit dat in de contractgesprekken?
Of als we denken dat mensen dat noodzakelijk vinden of zelf prettig vinden? Helder, dank u wel. Dan het punt over vrijwilligerswerk, zoals gezegd een belangrijke component. We hebben daar ook een stukje paragraaf voor opgenomen hoe we dat willen versterken. Wat we hebben gezien uit de evaluaties, onder andere dat het echt het vaste structurele vrijwilligerswerk steeds lastiger wordt om dat in te vullen. Dus mensen leggen zich minder of zijn minder geneigd om zich langer vast te leggen. Dus we zijn bezig met kleinere modules waar mensen kunnen instappen, zodat we juist ook een hele nieuwe groep van mensen aanboren die zegt van: nou weet je, er komt in één keer één soort taak vrij waar je dan kan inspringen. Dat is één van de onderdelen die we inzetten. En daarnaast rondom vrijwilligers proberen we ook die connectie juist met het professionele veld te versterken, zodat we zo nog veel meer van die vrijwilligers ook gebruik maken. Dus er zijn een aantal dingen waar we op die vrijwilligers inzetten. Zo ook in, nou ja, in campagnes die we doen voor vrijwilligers en mantelzorgers.
Terugkomen in dit beleid en, voorzitter, moet ik toch nog even één keer naar de overkant kijken om die vraag nog één keer te herhalen. Ik was er al bang voor, meneer Wilschut. Nou, u had het over de aswaag-gelden. Dat is natuurlijk structureel geld, maar mijn vraag was ook: zijn er ook nou eenmalige dingen te doen waar je lang jaagt, zeg maar veel plezier van hebt? En dan denk ik onder andere bijvoorbeeld heel iets heel kleins, namelijk: je zou bijvoorbeeld campagne kunnen doen waaraan mensen worden opgeroepen. Stel, je bent 50. Denk eens...
Of de oude dag, dat komt er allemaal bij kijken. Daar moet je eens een keer over nadenken, nou bijvoorbeeld. Maar misschien zijn er ook wel grotere of andere dingen. Ja, er zitten meerdere acties ook hierin natuurlijk die eenmalig zijn en die de verandering proberen te bewegen en ook dingen waar we mee gaan testen. Nou ja, met mijn collega van mobiliteit en van jeugd gaan we onder andere met de OV-coaches starten. Dus kijken van ja, mensen die nu bijvoorbeeld zowel in de Wmo als voor de jeugd bijna standaard in een taxi of in gezamenlijk vervoer geplaatst worden, wijzen in andere gemeentes uit dat je juist met zo'n OV-coach juist ook veel zelfstandiger kan maken door bijvoorbeeld wel met de fiets of het OV te gaan. Dus...
Inzetten om zo een korte beweging te maken. Meneer Van der Schaft, ja, een kleine toevoeging bij de wethouder is opmerking over die mobiliteitscoach om mensen het over vervoer.
Voorbeelden waar dat niet goed is gegaan, dus dat even om het weer in balans te brengen. Goed, dan gaan we naar de tweede termijn, waarbij ik u ook graag verzoek om aan te geven wat u met dit raadsvoorstel wilt. Hamerstuk.
Ondersteunen. Als GBLV. Meneer Visser. Ik denk dat het nog een keer terug kan komen. Ik wil nog even een paar puntjes aanraken die toch misschien nog even nu wel of de weken van belangrijk zijn. De ouderen worden natuurlijk ook nog echt gewoon ouder, dus zeg maar, het aantal 80-plussers neemt natuurlijk ook navenant toe. Dat is ook een zwaardere zorg en de mantelzorg van die tachtigjarige is, wij spreken ook 80. In hoeverre wordt daarin voorzien anders dan, zeg maar, de mantelzorg ondersteunen die natuurlijk iets meer aandacht vraagt dan alleen maar de gewone ondersteuning. Er werden links en rechts wat suggesties gedaan in verband met het invoeren van het wisselend tarief. Is het dan bijvoorbeeld mogelijk om per 1 januari 2027, en u zei zelf wethouder dat dat misschien nog wel langer gaat duren, omdat het in Den Haag nou niet helemaal soepel loopt om het even eufemistisch te zeggen. Is er dan bijvoorbeeld de mogelijkheid om vandaag of morgen mensen die van dit tarief afhankelijk zijn, een soort meerjarig contract aan te bieden met als één datum de invoering, zodat ze zekerheden hebben over wat ze zouden moeten betalen, niet zouden moeten betalen. Wat dan natuurlijk voor mensen die een lastig pakket zien iets simpeler is om te hanteren dan dat ze weten dat ze niet weten wat ze morgen zouden moeten betalen. Praktische vraag: zit de WMO in het dashboard van de minister van Financiën? En als we dan toch over taal hebben? Ik onderschrijf een beetje de opmerking aan mijn linkerzijde, in dit geval dat u er zich iets makkelijker vanaf maakt, want communicatie is per definitie natuurlijk wel. Ook is hij zeker in de WMO zodanig van belang dat u eigenlijk ook wethouder communicatie in dat opzicht bent. Dus ik hou me nog even ook op de vlakte voor wat we daarmee zouden doen, want ik ben het wel met u eens dat het onzinnig is om even flauw gezegd 123 talen op het internet te zetten en op de website.
Maar iets zou toch wel tot de mogelijkheden moeten behoren. Dan denk ik dat we daar nog eens een keer over zouden moeten doorpraten, in de vorm van moties die dat helpt ondersteunen en niet alleen voor dit laatste.
Moties, zo dat gaat dat worden. Even kijken, mevrouw Kok. Dank u wel, voorzitter. Ja, de wethouder die deed mijn betoog af als gechargeerd en mevrouw Van den Heuvel noemde de interrupties van mijn GroenLinks-collega hiernaast zelfs theatraal. Het is natuurlijk altijd makkelijk om iets te zeggen over de vorm van het betoog van mensen in plaats van over de inhoud. Want over de inhoud ben ik eerlijk gezegd nog steeds niet zo gerustgesteld. Na de beantwoording van de wethouder in de eerste termijn, bijvoorbeeld op die zinnen over het stimuleren van alert te zijn op fraude in de interne organisatie. Wat wordt daar precies mee bedoeld? Wat gaan we dan meer doen of anders doen? We hebben, ik noem ze hier niet. Het is bijna een soort Godwin aan het worden, maar we hebben nogal slechte ervaringen met nadruk op fraude in sociaal beleid van de afgelopen jaren. Dus ik vraag me af of het college zich hier bewust van is en of zij daar ook prudent mee omgaan, dus daar graag nog wat meer uitleg over. Verder ben ik, nou ja, kan ik me helemaal vinden in wat de heer Visser zei en zijn reflecties op het debat. Wat de Partij van de Arbeid betreft, is het ook nog zeker het laatste woord niet hierover gezegd. We hebben niet genoeg geruststelling op de eigen bijdrage voor de doelgroepen die...
Initiatieven op, dus wat ons betreft is het ook zeker een bespreekstuk. Dank u wel. Dank u wel, meneer Voortman. Ja, dank u wel. Ik heb eigenlijk geen aanvullende zaken.
Laten we het een bespreekpunt worden. Prima. Oké, mevrouw Vogelaar. Dank u wel. Ja, als er collega's zijn die daar een bespreekpunt van willen maken, dan ga ik er uiteraard in mee. Daarbij wel de algemene opmerking dat gaande het wat ik wel een beetje het idee kreeg dat we afdrijven van waar dit stuk eigenlijk over gaat. En nou, daar wil ik niet zeggen dat de andere onderwerpen die zijn opgebracht niet belangrijk zijn of dat er niet over gesproken.
Ik niet recht doen aan het stuk, dus dat even meegeven. Dank u wel, meneer Van der Lubbe. Ja, dank u wel, voorzitter. Voor de cijfers verwijs ik graag naar het interdepartementaal beleidsonderzoek vereenvoudiging sociale zekerheid, waarin staat dat 9 op de 10 mensen die gebruik maken van de Wmo ook gebruik maken van de sociale zekerheid. 5 op de 10 van de AOW, wat logisch is, want hoe ouder je wordt, hoe meer gebruik van de Wmo je maakt, en 4 op de 10 van ofwel de WW, ofwel de bijstand, ofwel de Wajong of IOAW. Fijn dat we dat even hebben kunnen ophelderen dan. Daarnaast zou ik de wethouder wel nog even willen vragen of hij in zijn tweede termijn in zou kunnen gaan op of wij dat minimabeleid voor die eigen bijdrage dit najaar dan nog krijgen te zien en of hij daar dan al wel een doorkijkje van zou kunnen geven. Want wij worden straks al geacht meer iets over te besluiten. Dit is onderdeel van dat besluit, dan is het wel fijn dat we een...
Straks opgaat de NDA ernaast onderschrijf ik ook dat ik het graag als bespreekpunt zou willen laten terugkomen. Dank u wel, meneer Wilschut. Ja, voorzitter, wij hebben juist uit de beantwoording wel meer vertrouwen gekregen over het gevoel met de doelgroep en ook dat de juiste dingen gebeuren om er heel dicht op te zitten, zoals tolken, het vrijwaren van minima en ook dat is nog recept, noem ik maar even een paar. Tegelijkertijd denk ik wel dat we nog even door moeten praten over die eigen bijdrage van de begeleiding en de timing daarvan, want ik zou het liever nog steeds 1 januari 2027 doen en nog wat dingen combineren en ook over het taal verwacht ik dat we nog door moeten praten waar we mogelijk nog over door gaan praten is over het SSP, want daar wil ik eigenlijk nog wel het college verleiden tot iets meer uitleg over wat nou de vervolgstappen zijn qua versterken, want we weten natuurlijk dat in de...
Waar we allemaal volgens mij blij van worden, want dit is volgens mij nog maar een tussenstap. Kijk tenslotte nog even naar meneer Van der Schaft. Ja, dat maakt. Maak er toch maar even gebruik van, want Wmo-beleid zoals geschetst wordt, is niet helemaal beroerd. Laat ik dat vooropstellen, maar er zitten nog een aantal dingen die duidelijk beter kunnen. En ik vind het wel jammer zoals het debat gaat en met name ook over het taalstukje dat daar door de portefeuille heel snel overheen gestapt wordt. Want als ik simpelweg naar de website ga en ik zeg ondersteuning bij Wmo-pagina en druk op het knopje Engels, dan kom ik weer op de homepage van de gemeente terecht, dus daar is zeker iets te winnen. Alleen dat element al, want waarom is inderdaad de hele site wel vertaald in het Engels en een stukje eenmaal niet. En laten we ook voor nog maar even herhalen wat in eerdere debatten al gezegd is. Mensen beginnen pas met taalonderwijs als ze een status hebben gekregen en hier daar begint dat niet dus. En ik denk niet dat je binnen een week Nederlands leert, ook niet op B1-niveau. Ik sluit aan bij de collega's die links georiënteerd zijn, dan pakken we het CDA ook maar even mee.
Dingen wel moeten bespreken in de komende tijd en dan komen we er inderdaad graag op terug. Dank u wel. Dank u wel, wethouder. Tweede termijn, er waren nog wat openstaande zaken. Nou, voorzitter, ik deel in ieder...
Mij betreft een andere afslag neemt. Een voorbeeld daarvan vind ik net. Dag, meneer Wilschut. Ja, ik vind dat een vreemde constatering, want ergens denk ik, je bespreekt een stuk. Dat zal misschien 90% heel goed zijn en in 10% waar dus precies even debat over moet zijn. Daar heb je het dan over. Dat kan ook aan bepalende dingen zijn, want de leefwereld is nou eenmaal.
Ik vind dat een raar verhaal. Dat betekent gewoon dat die 90% gewoon op orde is, zo zie ik het dan maar, wethouder. Ik vind het geen slecht debat. Ik vind alleen dat de sfeer soms af en toe de verkeerde kant opduikt en dat komt wat mij betreft ook door bijvoorbeeld als het onderwerp fraude aan bod komt, waar deze raad zelf een motie over aangenomen heeft, dat daar in de inbreng geïnsinueerd wordt dat die fraude gericht is op onze cliënten, terwijl we het hier hebben over juist fraude bij zorginstellingen waar we landelijk te maken hebben van 6 tot 10%. Dus dan komt er...
Maar dat vind ik de kansjes die ik liever niet en volgens mij die hier niet thuishoren, omdat we dan verwarring met elkaar zaaien. Mevrouw Kok. Ja, volgens mij sluit ik me hartgrondig aan bij wat de heer Wilschut zegt, want de wethouder noemt het een vreemde afslag, terwijl ik denk, dat is volgens mij precies het democratische proces wat we hier aan het doen zijn. En als dat een vreemde afslag is, dan is nou ja, nee, dat ga ik niet doen, want dan ben ik misschien aan het insinueren. Ik stelde gewoon een vraag en die vraag is eigenlijk met dit antwoord van de wethouder heel erg beantwoord, want de fraudecontrole ziet blijkbaar niet op inwoners, individueel of op cliënten, maar op zorginstellingen. Nou, daarmee is een belangrijke zorg van de Partij van de Arbeid bij deze weggenomen. Dat wil ik dan ook graag erkennen.
Ik hoop dat dat volgens de wethouder dan weer de goede afslag naar de Hoofdweg terug is, want dat is volgens mij precies het goede gesprek wat we hier met elkaar voeren vanavond. Wethouder, nou, dan zal ik sowieso maar even zelf denk ik het debat nog maar even gaan terugkijken hoe de precieze gezegd werd. Maar in ieder geval ga ik zo graag op de Hoofdweg door, want ik denk dat hier inderdaad, net zoals wat u zegt en mooi dat dat de constatering is dat hier voor 90% heel mooi product ligt. Even kijken.
Kijken. Volgens mij werd daar ook twee uitleg over de SS-punt, meneer Van der Lubbe, die nog een vraag had gesteld. Misschien was ik dan overweldigd door in één keer de hoeveelheid data, maar is dat daar een vraag aan vast.
Ja, ik was benieuwd, voorzitter, of de wethouder wanneer we het nieuwe minimabeleid zouden zien en of die alvast een doorkijkje zou willen geven. Nou, er komt geen nieuw minimabeleid in, maar kijk, we hebben hierin gezegd, we ontzien de minima en dat moeten we inregelen en dat gaan we doen en daar zal ik of daar zullen we de Raad van op de hoogte stellen op welke manier wij dat doen. En, we doen dat voordat deze regeling ingaat dus, maar dat is geen.
Groot beleid? Nee, dat is een inregeling van hetgeen wat hier in dit stuk besluiten. Mevrouw Kok. Ja, dank u wel, kan de wethouder daar wellicht een toezegging op doen, want over überhaupt het begrip minima natuurlijk ook vaak debatten gehad in deze raad, hè? Gaat het dan om mensen met een inkomensnorm tot 110% van de bijstand?
Dan noteren we die als toezegging? Meneer Visser, ik kijk even naar de spreektijd van het CDA. Ik weet niet hoelang u voor het volgende onderwerp nodig heeft, maar twee, twee kleine dingetjes. Ik had gevraagd of we voor 80-plussers en vooral 80-plus mantelzorg misschien wat extra gedaan wordt, anders dan dat er gesteld wordt dat er voor mantelzorg wordt gedaan.
Vraag over de Wmo in een dashboard van wethouder van Financiën zat. Daar heb ik nog geen antwoord op. Wethouder, het hele stuk is juist ook gericht op ouderen en daar maken we nu geen onderscheid in 70, 80 plus. Wat wel zo is, is dat natuurlijk de complexiteit toeneemt. Omdat ook, nou ja, ik zeg maar wat, als jij 100 bent en je hebt mantelzorg nodig en jouw eigen kinderen lopen al in de 70, dat dat complexer wordt. Maar daar zijn we dan op gericht om daar ook betere zorg omheen te leveren en om juist daar ook de mantelzorgcoaching op in te zetten. En als het echt niet gaat, dan zullen daar natuurlijk andere vormen van zorg nodig zijn. Dus dat is in dat brede zorgveld. De opmerking over de connectie met financiën en de Wmo-monitor kan ik niet direct plaatsen.
Monitor waar ook alle financiële parameters in verwerkt zitten. Meneer Koster, voorzitter, het ging mijn fractie meer om de dashboard die de wethouder van Sociaal, die de wethouder van Veller aan het ontwerpen is om het makkelijker te maken om te kijken waar je recht op hebt als inwoner. Daar
Volgens mij zijn we nu in een ontwikkelingsfase mee bezig en wij waren gewoon even benieuwd of ook Wmo-voorzieningen et cetera in dat dashboard worden meegenomen. Ik ga ervan uit dat dat daarin zit inderdaad, want dit is één van onze meest prominente...
Regelingen om mensen te helpen, dus deze hoort daar één thuis. Helder dan met de toezegging aan de Partij van de Arbeid en de conclusie van mij dat we dit als een bespreekstuk voor de komende raad gaan agenderen met een aantal opmerkingen en een aantal moties. Dank ik de wethouder en de ondersteuning voor hun bijdrage aan dit debat vanavond en daarmee sluit ik dit onderwerp.