Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Goed, als iedereen de plekken weer wil innemen, dan heropen ik de vergadering. Ik was gebleven bij het raadsvoorstel vaststellen startnotitie verordening jeugd en de raadsbrief uitgangspunten sterke basis voor jeugd. De context hierbij is dat ik eventjes wat rust in de zaal graag. Dank u. Met dit voorstel vraagt het college de raad de inhoud inzake de fundamentele herziening verordening jeugdhulp vast te stellen, zoals opgenomen in raadsvoorstel 4342. In het raadsvoorstel staat overigens dat het raadsvoorstel zelf de startnotitie is. Dus wat voorligt is eigenlijk het vaststellen van de startnotitie, met daarbij het participatieproces. De verordening jeugdhulp wordt op een later moment aangeboden aan de raad ter vaststelling. Dat zal volgens de planning plaatsvinden in het derde kwartaal van 2026. Op verzoek van de agendacommissie is ook de raadsbrief uitgangspunten sterke basis voor jeugd toegevoegd bij dit agendapunt. Welkom in ieder geval wethouder Keus en ik ga even een rondje maken. Mevrouw Van den Heuvel, mevrouw Van Saltbommel, mevrouw Vogelaar, de heer Koster, mevrouw Vilt.
Dan ga ik ze eerst naar mevrouw Van den Heuvel van de VVD. Voorzitter, toch nog even voor mijn scherpte: behandelen we nu beide stukken tegelijkertijd, ja of apart? OK, dan is mijn eerste opmerking. U zei het al, voorlichten startnotitie en een startnotitie gaat over het proces wat wij gaan doorlopen om te komen tot uiteindelijk hier, hè? De besluitvorming en het gesprek over de verordening en die de verordening die herzien wordt, nadruk ligt vooral op participatie. En wat mijn fractie betreft, de startnotitie an sich ziet er goed uit, dus we zeggen vooral, ga van start. Wat ons wel opviel, was de formulering van het besluit. Het besluit is iets wat onhandig geformuleerd en laat daardoor ruimte om het op meerdere manieren te interpreteren. Wij hebben hier met alle woordvoerders hier in deze raadzaal dit weekend over gehad en we zijn van mening dat onze inwoners, maar ook onze collega's die na ons komen, met één blik moeten kunnen zien wat wij besloten hebben en daardoor kan ik bij deze hier nu een amendement aankondigen die wij raadsbreed, partijbreed zullen indienen om het besluit iets te versimpelen en vooral te verduidelijken wat dat betreft de startnotitie. Wij kijken uit naar het uiteindelijke debat en de input vanuit de participatie. Dan de raadsbrief uitgangspunten sterke basis voor jeugd en daar ging het wat mij betreft denk ik vanavond om. Voorliggen wat zijn het, zeven eigenlijk uitgangspunten die bijna kaders moeten gaan zijn voor de besluitvorming, het denken, maar ook de gesprekken die wij of die de gemeente die wij ook hier als raad met elkaar gaan voeren. Als je ze leest, kun je er eigenlijk bijna niet tegen zijn, zou ik willen zeggen, maar toch, ik heb toch nog iets gevonden wat wij als VVD Leidschendam-Voorburg eigenlijk heel erg missen en mijn collega Laurens van der Linden heeft het al vaker naar voren gebracht. Bij het jongerenwerk is dat talentontwikkeling. We kennen allemaal het staartje dat van de 100% jongeren 80% eigenlijk goed opgroeit, 15% nou ja, misschien even her en der een klein duwtje nodig heeft en 5% echt in de zware jeugdzorg zit. Echter, deze uitgangspunten gelden voor alle jongeren, dus eigenlijk ook voor die 80% en volgens mij begint juist de basis dan met het uitgangspunt dat wij talentontwikkeling en zelfontplooiing bij onze jongeren willen zien, willen stimuleren. Want juist, we hebben een vrij veranderende gemeente, een vrij veranderende samenleving en dus is het ook belangrijk dat onze jongeren weten wat ze kunnen, waar ze voor staan en wie ze zelf zijn. Hè? Dat noemen wij als VVD de basiskennis en de handvatten om later zelfstandig in deze samenleving je weg te kunnen vinden wat ons betreft. En ik weet niet of er helemaal een soort van al volgordelijkheid in de uitgangspunten zit of die zo bedoeld is, maar starten wij op één met talentontwikkeling en zelfontplooiing en op twee vervolgens met de rechten van het kind en dan in de volle breedte. Want, en dat is het tweede punt, ik merk toch een beetje een soort van zorgtoon in dit stuk zitten. Het is heel erg gericht of bedacht vanuit zorg en ondersteuning en nogmaals. Volgens mij hebben we het over die 80%. Ik zie dat de heer Wilschut ervan schrikt.
En dat begint bij talentontwikkeling en zelfontplooiing. Dank u wel, dank u wel. Mevrouw Kok, Partij van de Arbeid. Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dit is... We hebben nu redelijk wat debatten over jeugd gevoerd. En naast het feit dat de Partij van de Arbeid zich, zoals mevrouw Van den Heuvel al aankondigde, aansluit bij haar initiatief om die verordening vooral over het proces te laten gaan en niet te hinten dat die ook wel over de inhoud gaat, blijven we eigenlijk toch heel erg benieuwd naar... Nou ja, eigenlijk wat in onze ogen een soort randvoorwaarde is voor het doen slagen van heel deze exercitie. Het doel is eigenlijk een fikse inperking of bezuiniging op het gebruik van jeugdhulp en nu kunnen we dat vanuit de geformuleerde uitgangspunten als Partij van de Arbeid best onderschrijven. Maar we hebben ook al die tijd gehamerd op dat er dan wel een alternatief moet zijn. Er wordt ook in de uitgangspunten weer genoemd dat die collectieve voorzieningen er dan zijn. Ik weet dat nou, we hebben natuurlijk net het nieuwe subsidiebeleid vastgesteld en er worden weer voor komend jaar allerlei nieuwe plannen en zo gemaakt en activiteiten opgetuigd. En wij zijn eigenlijk heel benieuwd of de wethouder iets kan vertellen over wat er dan in 2026, maar misschien ook de jaren daarna, gaat gebeuren op het gebied van opvoeden en opgroeien wat deze pedagogische basis mogelijk maakt. Want dat is wat de Partij van de Arbeid betreft wel een voorwaarde om aan de jeugdhulpkant te gaan snijden, zeg maar. En nou spreek ik mezelf een klein beetje tegen, realiseer ik me, door te zeggen dat het goed is dat die verordening niet alleen over de inhoud gaat, maar wij vroegen ons toch af of de wethouder al een kijkje kan geven naar hoe de uitgangspunten beslag gaan krijgen in de verordening. Kan hij alvast een inkijkje geven in hoe hij van plan is om die uitgangspunten uit de brief...
Een plek te gaan geven in de verordening. Waar moeten we aan denken, aan wat voor soort concrete wijzigingen? Tot zover, dank u wel. Ik hoor twee gevaarlijke vragen, een doorkijkje meenemen.
Goed. Precies daarom, meneer Koster. Ja, dank voorzitter, ik zal het heel kort houden, want zoals collega terecht aangeeft, we hebben het hier al heel erg veel over gehad, dus ik ga niet eens herhalen wat het CDA allemaal zou willen op jeugdzorg, want dat hoop ik is inmiddels wel duidelijk na al die debatten. Om wel een reflectie te geven op wat mevrouw Van den Heuvel zegt: natuurlijk uiteraard steun voor de voorgestelde amendementen en over haar verhaal over talentontwikkeling en dan zeker haar benoeming dat het heel erg zorggericht was. Ik las die uitgangspunten veel meer samenlevingsgericht, dat we samen met elkaar voor elkaar verantwoordelijkheid nemen voor onze jongeren. Dat is het gevoel wat ik er heel erg vanaf hield. En niet dat het dan in de zorg zat, maar meer in die samenlevingskracht. En uiteraard kan ik mij daar heel erg in vinden, dus ik, voorzitter, roep eigenlijk vooral de wethouder op om zo snel mogelijk aan de slag te gaan die verordening rond te krijgen, zodat we...
We allemaal met elkaar willen. Tot zover, voorzitter, en dank u wel. Dan ga ik naar uw buurvrouw, mevrouw Vogelaar, D66. Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hou het iets minder kort, want ik heb een hele inbreng voorbereid. Daar zult u het mee moeten doen. Ik begin even met dank voor de opmerkzaamheid van collega Van den Heuvel. Wij sluiten ons uiteraard aan bij dat amendement. Nou, heel scherp, dank. Dankbaar inhoud. Ik begin even met de procesnotitie over de nieuwe jeugdverordening. De verordening is één van de acties die voortkomt uit het lokale actieplan jeugd en veel van de tekstfragmenten uit dit raadsvoorstel klinken dan ook bekend. En ja, op inhoud, zeg maar, of sorry, op hoofdlijnen kunnen wij ons vinden in de voorgestelde planning. Overlappen we natuurlijk een stukje naar de nieuwe raadsperiode, dus het is denk ik wel belangrijk dat de volgende raad daarin ook goed meegenomen wordt. We hadden nog een aantal opmerkingen die ik even afloop. Ten eerste, D66 is blij te lezen dat er verschillende stakeholders, zoals professionals, zorgaanbieders, scholen en welzijnsorganisaties, worden betrokken bij het opstellen van een nieuwe verordening. Dat is wat ons betreft een goede zaak, maar de belangrijkste stakeholders zijn natuurlijk de jongeren. Waarom het gaat? In het raadsvoorstel worden zij wel genoemd als groep die wordt geraadpleegd, maar wat D66 betreft mag hun rol nog wel iets steviger neergezet worden, want zij krijgen er uiteindelijk primair mee te maken. Ziet de wethouder mogelijkheden om de rol die jongeren in dit proces krijgen nog wat steviger te verankeren, bijvoorbeeld door het instellen van een meedenkgroep van ervaringsdeskundigen? En om dan nog even bij de participatie te blijven: in de planning staat één participatiebijeenkomst vermeld die nog deze maand gaat plaatsvinden. We gaan een flink aantal spelers, het raadsvoorstel noemt er 9, zullen deelnemen. Gezien de grote hoeveelheid actoren aan tafel vraagt D66 zich af of één participatiebijeenkomst dan wel afdoende is om al deze partijen ruimte te geven om hun verhaal te doen of dat er misschien toch nog wat meer nodig is. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Ten tweede, in de raadsbrief met de 7 uitgangspunten wordt er expliciet benoemd hoe de input van de eerder genoemde critical friends, zoals Jeroen Stellaaard en Bertwine, zal worden meegenomen in het toekomstige beleid. Echter, worden deze kritische vrienden niet genoemd in het proces rondom het opstellen van een nieuwe jeugdverordening. Terwijl ik me wel kan voorstellen dat ze daar hele nuttige dingen over te zeggen hebben, is er misschien nog ruimte te maken in dit proces om ook hun input een plekje te geven. Dan nog een derde en laatste opmerking over de jeugdverordening, iets waar D66 al eerder aandacht voor heeft gevraagd. Eenmaal opgesteld legt het college de conceptverordening 6 weken ter inspraak voor en als reacties leiden tot een aanpassing, dan onderbouwt het college dat met de gemaakte afwegingen. Zo staat dat in het raadsvoorstel. D66 zou er graag aan willen toevoegen dat het college ook zal reflecteren op suggesties die niet worden overgenomen. En dat klinkt misschien wat technisch, maar in het kader van de transparantie vindt D66 het wel belangrijk dat de gemeente duidelijk uitlegt aan de mensen die de moeite hebben genomen om een inspraakreactie op te stellen dan ook duidelijk te communiceren waarom hun suggesties wel of niet zijn overgenomen. Voorzitter, dan ga ik nog even in op de 7 uitgangspunten die richting geven aan het toekomstige jeugdbeleid. Mooi dat de uitkomst van alle gesprekken die tot nu toe zijn gevoerd vastgelegd worden, zodat er ook in de toekomst op teruggegrepen kan worden. Vooral de zinsnede 'thuis zitten is geen optie'. Daar werd ik erg blij van. De lijn is duidelijk, we maken de beweging van individuele hulp naar een collectief aanbod dat de onderlinge verbinding en ontmoeting tussen gelijkgestemden stimuleert. Toevallig las ik daar vanochtend nog een stukje uit een pas verschenen boek over 'The Connection Cure' van Julia Hots, waarbij het uitgangspunt is dat mensen met problemen flink opknappen door in een groep erkenning en steun aan elkaar te vinden. En de eerste resultaten zijn veelbelovend. Maar, voorzitter, soms is professionele en individuele hulp gewoon nodig. Kan ik ook uit persoonlijke ervaring vertellen en we moeten met z'n allen dus scherp op zijn dat die hulp wel gewoon beschikbaar blijft voor wie dat echt nodig heeft. Waarbij relatief eenvoudige hulp in de toekomst het liefst verleend wordt door hulpverleners die in dienst zijn van de gemeente zelf. Voorzitter, de 7 uitgangspunten geven de richting, zijn herkenbaar uit het lokale actieplan jeugd en zijn veelbelovend. Tegelijkertijd hebben ze ook wel een redelijk hoog overgehalte en is D66 ook heel benieuwd naar hoe ze in de praktijk gaan doorwerken.
Dank. Gemeentebelangen leidt zo een voorbeeld, mevrouw Van Saltbommel. Voorzitter. We gaan het stuk jeugdhulpverordening en participatie bespreken en complimenten aan het college en ambtenaren en ieder die hiertoe hebben bijgedragen. In de voorgaande Commissie Samenleving van dit voorjaar hebben we met elkaar een mooi debat gevoerd over het nieuwe jeugdbeleid. In november 2024 is het actieplan Jeugd vastgesteld door het college en dat was dan nodig omdat de visie van 2014 dient te worden herzien en de subsidie eind 2025 wordt beëindigd. De gemeente Leidschendam staat voor een uitdaging daar waar momenteel één op de zeven jongeren een vorm van hulpverlening krijgt, zal dat tot 2030 worden gehalveerd en daarbij zal de gemeente de pedagogische basis gaan versterken. Het voorliggende jeugdplan met de focus op de vele pedagogische basis sluit beter aan bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Draagt bij aan een gezond, veilig en kansrijk opgroeien van jongeren tussen de nul en 23 jaar. Waarbij de basis ligt op de samenwerking met ouders, scholen, hulpverlening met de nadruk op de pedagogische basis. Het is noodzakelijk om anders te gaan kijken naar het opgroeien en ontwikkelen van jongeren. We moeten niet de focus leggen op het kind, maar op de ouders en een ieder die daarbij betrokken is. Dus niet over het kind praten, maar vragen wat nodig is aan de ouders, dus het labelen terugdringen. Nou, het is echt herhaling wat we in de vorige commissies ook hebben gezegd, maar kan het niet vaak genoeg zeggen en in het nieuwe plan wordt gebruik gemaakt van de zeven uitgangspunten die hier ook al benoemd zijn, hè? De samenwerking, de inkoop zoveel mogelijk collectief doen. Snippering zzp'ers. Bekijken participatieproces goed laten verlopen. En dan vooral de ouders, professionals en beleidsambtenaren die met elkaar evalueren binnen het sociaal domein en een adviesraad instellen wat ook belangrijk is om schooluitval te voorkomen. We zien dat het momenteel vaak voorkomt. Schooluitval dus kijk daar naar. Hoe komt dat dat kinderen zo vaak uitvallen? En dan kom ik weer op die pedagogische basis, het inzetten van specialistische hulp. Voorkomen dan wel verkorten, tenzij het echt nodig is. Scholen verwijzen namelijk heel snel door en kinderen krijgen dan labels. En, dat moet extra aandacht komen voor kwetsbare jongeren. Dat mogen we nooit vergeten. Dus als die hulpverlening nodig hebben, dan moeten die dat natuurlijk krijgen. En wat belangrijk is dat alle kinderen binnen onze gemeente maar overal in Nederland de kans krijgen en het recht hebben op goed onderwijs en dus ook een visie waar Bertwine altijd op benadrukt, hè? De bijdrage aan de leefbare veilige wijk waar jongeren actief ook bij betrokken zijn, hè? Dus wij moeten niet vanaf bovenaf denken, maar laat ook zoveel mogelijk jongeren zelf zeggen waar zij behoefte aan hebben. Dan ga je nou inzetten op de samenwerking met de ouders, de scholen en de jeugdwerkers. Een bredere aanpak integraal zoals GBLV dat graag ziet. Voorzitter, GBLV is ook verheugd met de voornemens en is zich bewust van het feit dat het anders denken niet iets is wat je zomaar binnen een jaar kan veranderen en dat kost gewoon tijd en dat is tijd voor een ieder die met kinderen te maken heeft van. Kijk nou eens wat nodig is voor een kind en niet wie. Voorzitter, zoals jullie in deze commissie wel van mij weten, ondersteun ik de visie en de richtlijnen van dr. Bertwine in de pedagogische basis. Ik volg hem en ja, ik vind het heel boeiend hoe hij denkt en hoe hij ons wil helpen. En wil je ook de omslag in het denken maken? Dan zou ik het advies geven om te beginnen, bijvoorbeeld bij een consultatiebureau, hè? Dat ouders ontmoeten elkaar, daar kunnen daar met elkaar in gesprek gaan of kinderdagverblijven. En dus nu trek ik het even naar pragmatische en ga dan eens kijken hoe je de focus kan verleggen van het kind naar de ouders. Creëer bijvoorbeeld plekken waar ouders met elkaar in gesprek gaan. En dan kijk ik even terug naar mijn tijd. Toen ik bij de politie werkte bij jeugdzaken. Ik ben verschillende keren in Amerika geweest, Los Angeles, San Diego en daar zag ik hoe de omgang met kinderen was. Dat daar veel meer de focus lag op de ouders. En ondersteuning van de ouders dan wat ik hier in Nederland heb gezien, dus ik heb nogal wat meegenomen hier naar Nederland en in Zweden heb daar ben ik zelf niet geweest helaas. Maar daar hebben ze ook heel sterk dat ze al beginnen op een consultatiebureau. Groepen ouders bij elkaar en dan hoe gaat het met de opvoeding en elkaar daarin ondersteunen en de onderzoeken daaruit kwamen voordat er veel minder kindermishandeling plaatsvond. Omdat. Het is niet altijd positief, hè? Je kan kinderen hebben die heel druk zijn of die iets hebben. Maar als ik dan terugkijk nog naar mijn politiezaken. Dan ga ik ervan uit dat elke ouder het beste met een kind voor heeft, hè? Ik heb zeker baby's behandeld. Verdachten in mijn voorkamer gehad. En dan nog als je mij vraagt, is elke ouder betrokken en heeft hij het beste met een kind voor? Dan zeg ik ja. Maar soms is er hulp nodig. Nou, het is misschien even een heftige slot van mij. Ik zou willen vragen aan de portefeuillehouder hoe hij in praktische zin het contact kan leggen met ouders om de pedagogische basis te versterken. Dus met andere woorden, van hoe gaan wij nou, hè? Wij gaan over stukken een besluit nemen.
Nou, tot zover dank. Dank. Meneer Van der Schaft, Socialistische Partij. Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, we gaan een traject starten om tot een verordening jeugdhulp te komen en het is terecht geconstateerd dat het besluit dat te nemen is om het traject op te starten, met name de procesmatige kant. Maar in het raadsvoorstel wordt toch wel heel duidelijk een basis gelegd waar vanuit gedacht wordt en we hoorden net al de inbreng van GBLV die het heel erg heeft op de pedagogische kant. Het is het opvoeden wat de ouders doen met hun kinderen. En daar valt eigenlijk geen speld tussen te krijgen, maar je loopt wel het risico, zeker zoals het verwoord wordt in, zeg maar de raadsbrief, dat dit het enige is waar naar gekeken wordt. We hebben met name moeite met de zin van kinderen zijn nooit het probleem. Als je daar vanuit gaat dat kinderen nooit het probleem zijn, dan heb je dus geen oog voor de kinderen waar wel een probleem in is en dat vinden wij echt een bezwaar. Ik zou zeggen, maak kinderen niet het probleem. Dat dekt ook de lading en laat de ruimte om zorg en hulp te bieden, daar waar het kind dat echt nodig heeft. En met name waar het nodig heeft als het niet om een pedagogische kant gaat. Nou, we zien het regeerakkoord met vertrouwen tegemoet, maar ik wilde dit toch in ieder geval meegeven en ik hoor graag hoe de portefeuillehouder over mijn gedachten hierop denkt. En nog om even aan te geven. We kunnen allerlei mensen die gestudeerd hebben en niet doorgeleerd hebben bepaalde onderwerpen als handvat gebruiken. Ik gebruik veel meer het werk van Rutger Jan van der Gaag, is alweer een tijdje geleden, maar die geeft een andere blik op hoe jeugdhulp georganiseerd zou moeten worden. En zo heeft ieder tijdsgewricht zijn eigen kampioenen zullen we maar zeggen, maar waar het hierom gaat is dat bijvoorbeeld een beleidskader waar ieder verwijder wel recht doet aan de hulp die nodig is en misschien als laatste vraag toch aan de portefeuillehouder als we tot een beleid komen, probeer dan ook te kwantificeren en dat zouden we zeer op prijs stellen waar inderdaad.
Dat heeft voor degene die die hulp op dit moment wel krijgen. Dank u wel, mevrouw Feld, GroenLinks. Dank voorzitter. Nou, de twee stukken waar we het vanavond over hebben, lijken me goede stukken. Ik ga mee met de amendementen die hier zijn benoemd. Het amendement dat is benoemd, maar bij mij blijft wel toch licht de angst bestaan dat we vooral heel erg gaan afbakenen en normaliseren, oftewel minder hulp bieden, maar niet echt effectief gaan bijdragen aan de pedagogische basis. Daarmee te weinig alternatieve hulp bieden, want het doel van halvering van het jeugdhulpgebruik moet namelijk starten vanuit een sterkere pedagogische basis. Dat is een start. Voor normalisatie en afbakening ook mogelijk wordt, maar dan moet die pedagogische basis en de bijdrage van de gemeente daarin explicieter uiteen worden gezet. Wat GroenLinks betreft. Ik weet dat dit een raadsbrief is, een basis is, maar ook daarin dus toch ook die vraag naar een klein beetje dat vooruitzicht, maar ook de vraag, wat is de rol van de gemeente? Ligt deze rol alleen in de subsidieregelingen of ook daarbuiten? En de verdeling van de subsidieregeling sterk pedagogische basis is, als het goed is, bekend en de vraag aan de wethouder wat we dan bijvoorbeeld in 2026 gaan doen om deze basis te versterken? Dat is inhoudelijk hier en dan neem ik toch nog even. Ik heb even nagedacht, moet ik dit doen of niet? Maar ik vind het belangrijk om je grenzen aan te geven. Even een klein uitstapje de oproep om passie inzet en een kritisch betoog niet als theatraal te bestempelen. Ik denk dat dat stigmatiserend werkt. Het leidt af van de inhoudelijke inzet.
Meneer Wilschut ging niet volgens mij deze ronde. Dan komen we bij de wethouder. Ja, dank u wel, voorzitter, en met 10 minuten spreektijd probeer ik me inderdaad echt te beperken tot de vragen die echt op de stukken betrekking hebben. Ook al is de verleiding groot om soms ook inhoudelijk te reageren. Maar ik zou zeggen, grijp dan vooral in, voorzitter. Ik begin bij de VVD. Nou, mooi dat er inderdaad draagvlak is voor een amendement. Je ziet zo dat taal inderdaad ook echt enorm van belang is en fijn dat het zo dan geregeld kan worden. En ik denk dat dat goed is, ook om degenen die terugkijken op dit proces goed kunnen achterhalen wat er nou precies is besloten. Ja, en dan de uitgangspunten en wat ik mooi vind, inderdaad, is de nadruk op talentontwikkeling. Nou, ik heb ook in mijn portefeuille laten opnemen expliciet, dus dat geeft wel aan dat deze wethouder en dit college talentontwikkeling heel hoog in het vaandel hebben staan. Ook vanuit een oprecht geloof dat zelfontplooiing een van de mogelijkheden biedt tot een beter leven en dat wij als overheid daar ook een rol in hebben. Ik zou die in dat opzicht... Ik denk dat het niet per se nodig is om dat als apart uitgangspunt te nemen, omdat ik ook eigenlijk lees in "het kind is nooit het probleem" dat, en dat ook in antwoord op de SP, wat we daarmee proberen te zeggen is dat de reflex inderdaad, en wat nu ook in de huidige verordening in de beleidsregels heel erg de focus toch te veel op het achterhalen van problematisch gedrag en de oorzaken ervan bij kinderen is. Eigenlijk wat deze uitspraak bedoelt, is een spiegel van: ja, maar wat hebben wij nou als samenleving verkeerd gedaan of wat knelt er? Wat maakt dat er wellicht problematisch gedrag bij dat kind optreedt of dat er andere problemen spelen? Maar de oorzaak van de problemen niet bij het kind worden gevonden, maar in de context van het kind. En dat betekent, daar zie ik ook...
Op dat kind moeten we inzetten voor het achterhalen van de problemen, maar juist moeten we inzetten op de talentontwikkeling. Mevrouw Van den Heuvel: Ja, voorzitter, ik zit even te kauwen op het antwoord van de wethouder. Maar het klinkt nog heel erg alsof het kind niet het probleem is en we ons dan focussen op de structuren rond het kind. Terwijl als je zegt, we zetten in op talentontwikkeling en zelfontplooiing, waar dat kind zich ook bevindt, hè? Aan de goede kant van de balans of juist helemaal aan de slechte kant, dan gaat dat juist over het kind zelf, los van de structuur. En ik vind dat eigenlijk een mooier startpunt, dat we bij het kind beginnen voordat we gaan roepen: ja, maar jij zit in de structuur van jeugdzorg.
In de structuur van armoede, en daar gaan we dan eerst maar eens even naar kijken. Ik chargeer natuurlijk, maar als u snapt wat ik bedoel. Ja, dat is geenszins de bedoeling inderdaad met dit uitgangspunt om weer die beperkende rol van de huidige structuren daarop toe te passen, zo zie ik het niet. Ik denk juist inderdaad dat het tegenovergestelde, hè? Dus dat is ook in de LEA denk ik dat we dat sterk ook met de onderwijspartners en met de kinderopvang als de uitgangspunten hebben genomen dat talentontwikkeling centraal staat en daar committeren we ons als gemeente ook aan. Ik kan me voorstellen dat dat misschien in de verdere ontwikkeling van de uitgangspunten dan ook in de participatie dat dit misschien wat scherper kon, maar dit is wel echt de insteek en ook de bedoeling ook vanuit dit uitgangspunt om juist die talentontwikkeling centraal te zetten.
Bepaalde structuur dat te benaderen, maar dat juist bijna, nou ja, holistisch wil ik bijna zeggen, meneer Koster. Ja, ik wilde dan toch een vraag aan mevrouw Van den Heuvel stellen, en dat is dan wat meer ideologisch gezien de vraag wellicht. Maar u begint met een perspectief van individuele ontplooiing en volledig het individu van het kind. En ik ben wel benieuwd of u niet ook de waarde ziet van het benoemen dat het kind in relatie staat tot de omgeving waarin zij opgroeit. Dan heb ik het niet over de structuur jeugdzorg, zoals een overheidsstructuur, maar de structuur van de samenleving, de ouders, de buren, de wijk waarin je woont.
Erg accent opleggen ook te te voordelen is van het kind en diens ontwikkeling. Mevrouw Van den Heuvel, voorzitter, een liberaal die de context van de samenleving ontkent, is geen liberaal, want die samenleving is er gewoon en daar zullen we mee dealen. Alleen waar ik waar ik zou willen waar wij als VVD zou willen beginnen. Als we kijken naar onze jongeren die opgroeien in onze samenleving, dan is dat bij henzelf en de meerwaarde die zij hebben. Dit zit in hun eigen talent, in hun eigen zelfontplooiing. In hetgeen zij als persoon komen brengen, en dan kijken we pas. Zorg en ondersteuning in alle beperkende factoren. Dat is het beeld wat wij graag zouden zien als we het hebben over jeugdbeleid in de volle breedte. Of dat nou gaat over onderwijs over jeugdbeleid zelf, maar ook over de openbare ruimte over.
En zelfs gelijke kansen. Als ik ze dan allemaal rond deze zaal heb gehad. Meneer Koster, dank voor de verduidelijking. Ik merk, ik benoem wel en ik denk niet dat mevrouw Van den Heuvel hem zo heeft benoemd, dat voor mij natuurlijk de samenleving niet beperkt, maar verrijkend is voor het kind.
Dank voor de verduidelijking. Wethouder, vervolgt u de beantwoording. Ja, ik oh, ik zie mevrouw Van Zon, excuus. Nou, ik wil toch nog even een opmerking maken over van sluit me dan ook aan bij de VVD, want het is ook echt iets van. Wat
In talentontwikkeling, daar zit dat dan ook in, dus dat wilde ik eventjes kwijt. Bij deze dan nu naar de wethouder weer. Ja, voorzitter, ik wil graag door ook naar de vraag die zijn gesteld over de randvoorwaarden en ook eigenlijk al doorkijkt naar die alternatieven. Daar wil ik niet te diep op ingaan, want dat is iets wat we juist voorstellen om in proces met partijen, met partners, met jeugdigen zelf. We hebben ook Jong Doet Mee, dus jongeren met ervaring in de jeugdhulp die we betrekken intensief ook in dit proces en daar willen we dat ook gezamenlijk tot stand laten komen. Maar je ziet wel dat een aantal, denk ik, grote lijnen wel te herkennen zijn waarvan één is dat we echt af moeten van de hele intensieve individuele begeleiding zonder end peer van de helm, die daar ook onderzoek naar heeft gedaan. Die wijst ook echt juist op die schadelijke effecten van dat soort vormen van zorg, die eigenlijk alle zelfstandigheid en verantwoordelijkheid juist weghalen bij. En juist het afsluiten eigenlijk van een jongere of een kind van die gemeenschap, waar juist inderdaad een kind tot herstel juist weer vertrouwen kan komen. En alternatieven daarin zijn juist bijvoorbeeld collectieve voorzieningen waar jongeren onderling aan elkaar steun kunnen hebben, met elkaar kunnen praten over bepaalde situaties waar ze mee worstelen. En dat denk ik ook dat dat de rol van de gemeente meer gaat worden. Is dat we dat soort plekken faciliteren, juist plekken voor ontmoeting, dit soort gesprekken en dat zijn de alternatieven. Maar als ik dan ook nog toch nog één mag noemen, is één van de uitgangspunten dat we ouders meer centraal gaan zetten en dan niet individuele ouders, maar ouders juist met elkaar. Denk ik dat we daar bijvoorbeeld al als één van de weinige volgens mij in de regio ook Centrum Parenting ook doen, waarin ouders die tegelijkertijd rond in dezelfde periode een kind hebben gekregen in groepsverband en met onder begeleiding, soms van een jeugdarts of verpleegkundige, juist gesprekken rondom opvoeding en juist die eerste dagen hebben. Denk ik dat dat voorbeelden zijn waar we veel meer op kunnen inzetten en niet alleen voor groepen in bepaalde aandachtswijken. Maar ik kan me, ik als ouder zelf weet ik ook dat ik daar behoefte aan zou hebben, dat we dat veel breder zouden inzetten. Maar dat is ook vanuit het actieplan. Dat begint bij mij, waar we ook de hele positieve reacties op krijgen. Maar ook het jongerenwerk wat we natuurlijk besproken hebben, dat zijn voorbeelden van meer collectieve voorzieningen die veel meer aansluiten bij, denk ik, de menselijke behoeftes dan het afzonderlijke van mensen juist van de gemeenschap. Dus dat zijn voorzieningen waarvan ik overtuigd ben dat die een plek gaan innemen in plaats van de individuele, niet effectieve, zelfs schadelijke vormen van hulp die ook nog een keer zeer kostbaar zijn. Dus nou heb ik toch een inkijkje gegeven, excuus. Daarin herkent, denk ik, het CDA inderdaad ook meer die samenlevingstroom en dat is de Village, hoe je het noemen wil, en daar heeft iedereen de mond van vol. Maar dat is volgens mij wel hoe we daar invulling aan willen gaan geven. En dat is ook spannend, want dat betekent ook dat je echt met dingen, je moet daar ook ruimte voor gaan scheppen, dus de randvoorwaarden die daarvoor. Dat is naast tijd inderdaad, want dit is niet zomaar, hè, inderdaad even met een verordening geregeld. John Stel heeft laten zien dat het al 50 jaar eigenlijk weer niet uit die patronen komen. Maar ook inderdaad dat we van bepaalde dingen afscheid moeten gaan nemen om ruimte te creëren voor juist dit soort waardevolle en wel werkende en dat is echt pas, hè. De wethouder financiën zal het misschien iets anders zien, maar dat is echt secundair die ook gewoon goedkoper zijn. En dat zijn ook middelen die voor andere belangrijke dingen ingezet kunnen worden, niet onbelangrijk. Voorzitter, kom ik bij de fractie van D66 ook over het proces. Als we straks inderdaad inspraak hebben en de verordening aangepast moet worden op onderdelen naar aanleiding van de inspraak dat we ook laten zien. De suggesties die zijn gedaan die niet zijn overgenomen. Dat is volgens mij gewoon gangbaar dat we dat doen. Maar ik dus bij deze kan ik u daarmee geruststellen, denk ik, evenals met de nou misschien toch de zorg of de erkenning. In ieder geval dat dat de meeste hulp en verwijs dan naar een boek dat ik zeker wil gaan lezen, zoals iemand dat nog. Dus wil doorsturen, maar dat er altijd natuurlijk een groep overblijft waar professionele hulp voor nodig is. En u leest ook overal dat het gaat over een halvering van de jeugdzorg en die jeugdzorg naar nul. En dat is juist ook om ruimte te creëren voor juist die meest kwetsbare, die eigenlijk nu meer in de knel zitten, omdat het eigenlijk alle maatschappelijke vraagstukken nu lijken toe te leiden naar jeugdhulp. Dus ook daarom vanuit de inhoud is het echt zaak dat we rigoureus wel echt met sommige dingen gaan stoppen, ook om gewoon qua capaciteiten vrij tijd vrij te maken voor de kinderen die dat het hardst nodig hebben. Ja, voorzitter, u noemt ook fractie van D66 heeft een aantal kritische vrienden. Nou, Bertwine, die hebben we ook benaderd. Ook een aantal.
Ik sta er zeker voor open om ook anderen daarvoor uit te nodigen. Dus als de goede man nog leeft, dat weet ik niet eens. Nou ja, met AI kunnen we tegenwoordig ook een hoop, dus nee, maar daar sta ik ook zeker voor open. Even kijken. Dat geldt dus ook inderdaad. De fractie van GBLV die terecht inderdaad ook aandacht vraagt voor hoe zit dat nou met kinderen die uitvallen op school? Zoals je ziet is in de participatie het onderwijs ook betrokken in dit proces en willen we ook met het onderwijs, want er zijn hier geen, we moeten absoluut geen vingers naar elkaar wijzen of dat het onderwijs het nalaat of zorg of de jeugdzorgaanbieders. Ik geloof er echt in wat betreft ook een positief beeld. Dat iedereen het beste voor heeft met het kind, maar we hebben op dit moment zo'n stelsel, zo'n systeem met elkaar gecreëerd dat je dus heel dat niet recht doet aan wat we nou precies willen bereiken. En dat is ook het doel van de uitgangspunten is dat we juist een gemeenschappelijke taal daarin ook vinden waarin ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid invulling aan kan geven, waarbij ik ook ervan overtuigd ben dat we daarmee ook schooluitval adresseren. Voorzitter, ook het betrekken van consultatiebureaus en kinderopvang. Moeten ook weer toe naar nieuwe afspraken met de JGZ, dus dan kan ik me ook niet anders voorstellen dat dit ook inderdaad onderdeel van gaat uitmaken van hoe we daarin samen gaan optrekken. En ja, het positieve oude beeld leest u terug ook in de uitgangspunten en ik denk dat dat ook terecht is. Ja voorzitter, dan een fractie van de SP. Nou inhoudelijk. Ik vond echt oprecht een goed punt. Kinderen zijn niet het probleem. Met de nuancering erbij, maar kunnen wel in een, daarmee je zo zie je dat iedereen het anders kan lezen. Je kan je ook terwijl je afschuiven van, er is niks aan de hand, maar er kan. Wat betekent natuurlijk zijn dat kinderen in een problematische situatie zitten en dat is volgens mij ook wat we hiermee willen bereiken is dat professionals maar ook, nou wij zelf binnen het onderwijs dat als er dat kinderen vaak heel normaal gedrag laten zien, gelet op de context waarin ze opgroeien, maar dat we niet gaan proberen met labels en dergelijke. Ik zeg het ook even rechercheerd. Het kind proberen te fixen. Het is ook wat ik veel hoor vanuit ouders en vanuit kinderen en jongeren zelf die met jeugdzorg te maken krijgen. Maar dat we gaan kijken, wat hebben we nou in de context? Wat zit er in de context niet goed en wat kunnen we met elkaar beter maken? En daar hebben we als gemeente daar ook een rol in, dus het is echt een ander paradigma of een andere reflex die we eigenlijk moeten gaan trainen en dat is wat hiermee bedoeld wordt, dus zeker absoluut geen ontkenning dat kinderen niet een probleem hebben en dat die baat hebben bij hulp. Ja en dan met het kwantificeren. Ja, dat is inderdaad denk ik ook de uitdaging en een spanning inderdaad dat je aan de ene kant juist die controle en het gevoel van dat we zaken kunnen beheersen of beheren dat het alles te maken is. En juist meer vertrouwen geven ook aan die samenleving en tegelijkertijd wil je ook natuurlijk wel wat terugzien in de cijfers. Dat is ook iets wat ik vanuit het actieplan en de monitor en de indicatoren wat we inderdaad ook moeten zien te krijgen en dat daar zijn we nog niet, maar daar wordt wel ook vanuit het actieplan wordt daaraan gewerkt. Ja, voorzitter dan. Dan kom ik tot slot bij de fractie van GroenLinks. Ja toch wel een beetje de zorg dat het om dat het misschien toch iets teveel gaat over bezuinigen en het afbouwen. Nou, ik heb daarnet denk ik een aantal voorbeelden genoemd die gewoon aantoonbaar recht doen en ook tegemoetkomen aan behoefte van ouders steun onderling met elkaar juist het normaliseren van opvoedvragen waar we allemaal mee worstelen. Denk ik juist dat we daar stappen in aan het zetten zijn en ik ben het ook eens wel van. Dat we in dit proces het ook explicieter mogen maken waar we dan als gemeente ook voor zijn en ik denk wat daar explicieter in kan is ook dat we duidelijker maken dat wij meer zijn voor het faciliteren van dat soort ontmoetingen en ook vanuit de toegang waar we mee bezig zijn. Ook voor lichte hulpvragen voor dat we die kunnen adresseren en niet een keten die helemaal vastgelopen is aan het werk zetten, maar zelf ook kunnen doen en ook mandaat hebben om te doen wat nodig is in zo'n situatie. Ja voorzitter, daar wil ik het eigenlijk voor nu bij houden met laatste misschien woorden. Misschien zijn er nog wat vragen open, maar dat ik het ook mooi vind.
Ook al een andere taal zelf aanspreken zijn als we het hier over hebben. En dat vind ik ook mooi om te constateren. Dank u wel. Dank, ik kijk even rond of er
Bij mevrouw Vogelaar en bij mevrouw Veld, mevrouw Vogelaar. Dank u wel, voorzitter. Ik had de wethouder nog een vraag gesteld over of met de participatiebijeenkomst van deze maand we daar nou mee afdoende geborgd hebben dat alle partners hun input voldoende kunnen geven en eraan gekoppeld had ik nog het voorstel om de positie van jongeren als een soort van, nou ja.
Laat ik het zo zeggen, om die rol iets steviger te verankeren in het proces. Mevrouw Feld, ja, deels is mijn vraag al wel beantwoord, maar ik was nog wel benieuwd of we dan die, als de wethouder zelf ook aangeeft van, we kunnen onze eigen rol iets duidelijker neerzetten, of dit dan dus...
Die subsidieregeling daar invulling aan geeft? Wethouder. Ja, dank over de rol van jongeren. Wat ik al zei, jong, doe mee, maar dat zijn echt de jongeren die zelf met de ervaring in de jeugdhulp hebben. Die worden, ja, die worden echt wel heel nauw ook betrokken en dat is echt heel waardevol. Ik kan me voorstellen dat we ook jongerenwerkers voorstellen. Dat gaat gewoon gebeuren dat we ook jongerenwerkers natuurlijk ook betrekken. Ook hierbij. Die als het ware een brug ook zijn naar jongeren die we anders misschien iets minder goed kunnen bereiken. Dus daar heb ik aandacht voor, dus dat we dat wat steviger dan zullen benadrukken overigens. De belangrijkste stakeholder, ik denk zeker een hele belangrijke stakeholder in dit proces, maar ik wil toch echt benadrukken dat ik ouders minstens zo belangrijk vind in dit proces. Dus met de jongeren. Ook de rol van ouders hoe we kunnen die ook stevig in het proces kunnen zetten, neem ik dat mee, en als het gaat over de participatie, ja, dat is natuurlijk hè dit ja, dit doen we niet. Elke dag wat we hier aan het doen zijn. Sterker nog, ik denk dat dit ook wel een andere, misschien ook wel een nou een andere wil ik niet zeggen, maar het is natuurlijk echt wel een doorlopend proces. Het houdt natuurlijk niet op bij de verordening. En ik denk de inhoud is hierin leidend en de participatie is daar dienend aan. Dus als we het gevoel hebben van hé, er moet toch iets meer nog worden georganiseerd of een extra bijeenkomst of misschien een extra raadplegen of een extra gesprek voor input? Ja, zullen we dat niet nalaten. Dus wat dat betreft is het niet, hè? De contouren ziet u in de startnotitie. Maar als daar wendbaarheid nodig is om toch iets extra's daarvoor nog te doen, dan denk ik dat die flexibiliteit dat we die hebben. Dan tot slot dan de vraag ja, explicieter hè? De rol ook van de gemeente. Nou, volgens mij hebben we best wel daar ook al in de huidige. Als het gaat over de subsidie voor de pedagogische basis dat we daar al nou al echt al paar goede elementen daarin terug laten komen. Ik denk dat het ook in de verordening ook explicieter natuurlijk gaat komen. Van welke rol zien we inderdaad als gemeente en dat we dat ook wat bewuster inderdaad gaan neer dat we dat ook met elkaar kunnen gaan vaststellen dat we deze rol willen.
Gaan we aannemen, dus daar ook zal dat ook. En ik denk ook dat dat in andere beleidsstukken kan landen. Ja. Dank u wel. Dan gaan wij naar de tweede termijn. We hebben een raadsvoorstel, een raadsbrief. Nou, het raadsvoorstel. Dat lijkt mij wel. Dat wordt een punt wat bij ons bespreekpunten komt te staan vanwege het amendement wat ingediend is.
Gaat worden en de helaas brief hebben we nog over tweede termijn. Wie wensen we nog iets toe te voegen of te zeggen, mevrouw Van den Heuvel? Nou ja, toch nog heel even. U zult het begrijpen dat ik wat teleurgesteld ben, dat u toch niet zo enthousiast meteen toe hapt om een punt aan toe te voegen. Ik denk dat dit gesprek nog niet helemaal ten einde is en we ook misschien in de uitvoering daar ook nog wat vaker.
Mevrouw van Saltbommel? Nee. Meneer van der Schaft. Ja, u heeft het zelf al gezegd. Wij komen toch even met het amendement, omdat het, zoals wij het zoals
De stukken meegenomen die dus onderdeel zijn van de besluitvorming. Dus ik vind dat we dat stuk ook kunnen amenderen. Oké. Spannend? Nee, we nemen hem heel veel motie. Of ik weet niet wat er allemaal moet, even kijken hoe we dat.
Maar ik wil wel aangeven dat wij veel vertrouwen hebben in de beweging die wordt ingezet en de bevlogenheid. En volgens mij is er 7 ook een mooi getal. Goed. Dan concludeer ik hem af volgens mij. Er komt nog in ieder geval iets in welke vorm dat is. Dat wordt dan met de griffie bekeken met betrekking tot de raadsbrief. Het raadsvoorstel dat wordt geamendeerd. En de raadsbrief wordt in ieder geval gegarandeerd voor bespreking. Prima dan. Bedank ik de wethouder en de ondersteuning voor de bijdrage.
Bij het verduidelijken van deze twee stukken. En dan ga ik door naar de hamerstukken. We hebben twee besluitenlijsten: de besluitenlijst van de Commissie Samenleving 23 juni 2025 en de besluitenlijst van de gecombineerde Commissie van 2025. Hier zijn