Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
De heer Van Rossem van GroenLinks heeft gevraagd om het debat te voeren over de vraagstelling inzake de Nashville-verklaring. Dus ik wil hem als eerste het woord geven. Dank.
Voorzitter, twee weken geleden spraken we in het vragenuur over de Nashville-verklaring, een kwetsend pamflet dat volgens mij bij iedereen wel in het journaal voorbij is gekomen over de zondigheid en onreinheid van homoseksualiteit, transgenderisme en aanpalende aandoeningen. Een pamflet ondertekend door de voorman van de SGP in de Tweede Kamer, een prominent politicus met dezelfde politieke signatuur als onze eigen wethouder Financiën. Wethouder Rouwendal vond het twee weken geleden, in tegenstelling tot zijn collega's in het college, onnodig om afstand te nemen van die verklaring. Sterker nog, wethouder Rouwendal stoorde zich aan alle ontstane commotie en vergeleek in zijn uitgebreide antwoord de krabbel van Van der Staaij onder dat pamflet met uitspraken van bijvoorbeeld Arnoud van Doorn in de Haagse gemeenteraad, die daar wat heftige uitspraken deed. Dat is wel een scheve vergelijking wat mij betreft, want van de wethouder van Financiën van onze gemeente verwacht ik een stuk meer zinnigheid dan van een raadslid uit een andere gemeente dat wel vaker onverstandige dingen zegt. Maar wethouder Rouwendal stoorde zich er ook aan dat zijn mening überhaupt bestreden werd. Hij noemde bovendien de commotie rond de Nashville-verklaring hysterisch. Heeft een wethouder dan geen recht op een eigen mening? Jawel, voorzitter, dat recht heeft hij. Maar wanneer het recht strijdig is met ons coalitieakkoord, met de gedeelde waarden in deze raad of zelfs met de wet, want het OM is er nog steeds niet over uit of vervolging niet op zijn plek is, dan wordt dat wel een ander verhaal. En dat geldt wat mij betreft ook wanneer we het hebben over een mening die zo veel dieper binnenkomt in het leven van LHBT'ers. Wethouder Rouwendal had namelijk ook voor kunnen kiezen om die mening thuis te laten en zich te voegen naar het coalitieakkoord, waar de ambitie om een koplopergemeente te zijn of een regenboogstad overgenomen is van de coalitie daarvoor. Hij had er zelfs voor kunnen kiezen om zich te verschuilen achter een geen commentaar, maar dat gebeurde niet, want de principes wogen te zwaar. De opvattingen over welke liefde of welke geaardheid wel door de beugel kan en welke niet, konden niet achter de voordeur blijven. En dan komen we er, want een mening hebben is één ding, maar hem uitdragen is een tweede. Waar het college normaal met één mond spreekt, is dat in dit geval anders.
Wethouder Rouwendal kon zijn eigen mond in dat geval dus niet houden, sprak bovendien beteuterd over de kleiner wordende ruimte om middeleeuwse standpunten te spuien. Je mag ook niks meer tegenwoordig. Maar dat betekent wel dat we nu een wethouder hebben die enerzijds gecommitteerd en medeverantwoordelijk is voor het besturen van een koplopergemeente of een regenboogstad. Maar die anderzijds de mening is toegedaan dat de ene relatie meer waard is dan de andere. De ene liefde is zondig, de andere is dat niet, voorzitter.