Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Welkom. U heeft hier 4 minuten. Goedenavond, geachte raadsleden, geachte collegeleden. Mijn naam is Monique Lammers en ik spreek in namens de Bomenbond Rijnland. Vanavond spreek ik dus in over de omgevingsvisie en dan zal ik de nadruk leggen op het gebied Vlietland Noord. Het MER-advies is duidelijk, daarin staat: de commissie adviseert het omgevingseffectrapport eerst aan te vullen en daarna pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie. En wel hierin: de commissie adviseert om in het alternatievenonderzoek de doelen voor natuur en energie te betrekken. Zo kan de gemeente een brede en integrale afweging maken. Wij dringen er bij u op aan dit advies over te nemen en ik leg u uit waarom. In onze zienswijze hebben wij gezegd dat Vlietland Noord een natuur- en recreatiegebied is. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft na onderzoek geconstateerd dat er diverse beschermde diersoorten aanwezig zijn. Nou is natuurlijk vele onbeschermde soorten. U verwijst ons in uw reactie naar zienswijze 11, waarin staat: de aanduiding voor Vlietland is gebaseerd op de beschrijving uit het vastgestelde bestemmingsplan. De aanduiding van Vlietland Noord als recreatiegebied is daarmee correct. Het zuidelijke deel van Vlietland heeft er enkele bestemmingen natuur. Het is daarom ook correct om heel Vlietland te omschrijven als recreatie- en natuurgebied, maar dit is een woordenspel. Het college bestempelt nog steeds Vlietland Noord als recreatiegebied, in contrast met het zuidelijke deel van Vlietland dat een natuurgebied is. Wij raden nog steeds een aanduiding aan die recht doet aan het natuuraspect van Vlietland, iets wat iedere bezoeker zelf kan waarnemen. Iedere bezoeker ziet nu ook de ravage die is aangericht onder de noemer onderhoud, die niet alleen vele bomen doet verdwijnen, maar het gebied is de komende seizoenen ook zeer onaantrekkelijk geworden voor de meeste broedvogels en zoogdieren. Uw college verwijst ook naar het vastgestelde bestemmingsplan uit 2005. Er is toen onderzoek gedaan naar natuurwaarden. In 2003 was de conclusie dat er geen sprake was van beschermde en bedreigde soorten in het gebied. Nu is daar dus wel sprake van. De bouwplannen zijn gebouwd op een bestemmingsplan uit een andere tijd met andere omstandigheden. Over het conceptbestemmingsplan kunnen wij verder niet zeggen. Dat is nog steeds niet ter besluitvorming voorgelegd. Voor de ambities op het gebied van biodiversiteit en bomen verwijst u naar het bomenbeleidsplan uit 2025. In een bomenbeleidsplan staan mooie ambities en beschrijvingen, maar wij zien geen enkele rekenschap van de mogelijke kap van de 8000 bomen of daaromtrent in Vlietland Noord die volgens het bestemmingsplan uit 2005 in Vlietland zelf vervangen moeten worden. Per jaar zal volgens het bomenbeleidsplan het gemeentelijk bomenbestand met 2000 groeien, maar is dat met inbegrip van de 8000 te kappen bomen in Vlietland Noord? Of is dat naast dat de kappen bomen waardoor we uitkomen op 10.000 bomen erbij en waar gaan deze geplant worden? Ook is het zo dat de omgevingseffectrapportage concludeerde dat de maatregelen voor klimaatadaptatie, beschermde natuurgebieden, soortenbescherming en biodiversiteit niet voldoende zijn. Het college antwoordt dat de plannen niet concreet genoeg zijn, maar de doelen zullen sowieso niet gehaald worden als het plan wordt uitgevoerd. En dan komt het erop aan de ambities te verhogen en te concretiseren en te integreren in een gehele omgevingsvisie en deze daarna in latere plannen op te pakken. We hebben onderbouwd aangegeven dat er juist in deze regio geen behoefte is aan extra arbeidsplaatsen en dat de veiligheidsrisico's voor een bungalowpark moeten worden meegewogen in de omgevingsvisie. Maar voor uw reactie hierop verwijst u naar uw reactie op zienswijze 11 die hier helemaal niet over gaat. Die gaat immers over de aanduiding natuurgebied. Wij zouden alsnog een reactie op deze punten in onze zienswijze willen ontvangen opdat u deze als gemeenteraad kunt meenemen in uw afweging over deze omgevingsvisie. En dan is er een melding op 11 november 2025 van de ontwikkelaar die op uw gemeentelijke website kwam en weer verdween. Uitvoering van dat plan zal de situatie ter plekke weer veranderen en op zijn minst onderzoek vragen. Wanneer besluit het college of de documenten wel of niet op orde zijn en zal het de afspraken handhaven? Kortom, u kunt als gemeenteraad niet op basis van deze stukken een brede en integrale afweging over uw omgevingsvisie maken. Daarom dringen wij aan op het volgen van het MER-advies. De onderbelichte aspecten natuur en energie later in plannen omzetten en ze dus niet nu integraal behandelen zal ertoe leiden dat u deze aspecten een ondergeschikte positie in zal laten nemen waarvoor ruimte moet worden gezocht als alle andere.
Dat is geen brede en integrale afweging en daarom besluiten wij uitstel van besluitvorming. Dank u wel. Dank u wel, ik kijk even en dan begin ik aan mijn rechtertijd. Of er mensen zijn die een vraag hebben. Nee, geen vragen. Dank u wel. Mevrouw Post, mag ik u vragen om naar voren te komen?
Goedenavond raadsleden en wethouders en andere aanwezigen. Mijn naam is Mirjam Post en ik sta hier namens de AVN natuurvereniging en de stichting Duurzaam Leidschendam-Voorburg. Gezien de beperkte tijd kom ik meteen ter zake. In de omgevingsvisie die nu voorligt, is er geen balans tussen woningbouw en groen. Zeker, er zijn meer woningen nodig, maar 4000 woningen zijn ruim voldoende om aan de eigen woningbehoefte te voldoen en dat is veel minder dan de 6000 in de omgevingsvisie, want dat gaat ten koste van de leefomgeving, de groene leefomgeving, en wij vinden dat alle huidige, maar ook de toekomstige bewoners recht hebben op een groene en gezonde leefomgeving. Er is ook goed nieuws, want er staan ook mooie dingen in de omgevingsvisie over groen en dat vinden wij ook positief. De 3-30-300 groen norm bij nieuwbouwprojecten en het beschermen en uitbreiden van de hoofdgroenstructuur, dat zijn goede ambities, maar in de praktijk zijn ze boterzacht. Wanneer je 6000 woningen wil realiseren en achteraf toetst of ze aan de voorwaarden voldoen, steeds weer zien we dat bouwlocaties maximaal volgebouwd worden. Groen trekt steeds aan het kortste eind. Kijk maar naar de Klein Plaspoelpolder, Overgoo en de Van Ruysdaellaan. Van de ontwikkelvisies in de omgevingsvisie zijn er een aantal die niet voldoen aan die 3-30-300 norm en een aantal locaties die ten koste gaan van die groenstructuur die we zouden beschermen en uitbreiden. Sinds deze commissie in september sprak over de omgevingsvisie, is er nieuwe informatie. Zienswijzen zijn ingediend en beantwoord in de zienswijzennotitie. Het is teleurstellend dat de vele suggesties ten aanzien van groen en natuur niet tot wijzigingen hebben geleid. En dan de omgevingseffectrapportage, net al genoemd, beoordeeld door de Commissie MER, maar dat kritische advies van de Commissie MER heeft niet geleid tot aanpassing van de omgevingsvisie. Want, zegt de commissie, de twee onderzochte alternatieven kijken alleen naar woningbouw en arbeidsplaatsen. De gevolgen van de woningbouw voor natuur, leefomgeving, energie en geluid zijn onvoldoende in beeld. De Commissie MER adviseert dan ook om de twee alternatieven te verbreden met natuur, biodiversiteit en energie en om pas daarna besluitvorming over de omgevingsvisie in te plannen. Ik kom tot een oproep aan de raad: volg het advies van de Commissie MER. Die groen norm 3-30-300 moet vastgelegd worden in voorschriften en in anterieure overeenkomsten met de bouwers. Schrap de bouwlocaties die ten koste gaan van groen en ontwikkel tot 2040 om te beginnen alleen locaties die aan de groen norm voldoen of pas de plannen aan. Houd Vlietland groen en zie af van 222 recreatiewoningen. En tenslotte, geef groen en natuur een boost door de groenstructuur in de stad te versterken en door in het buitengebied meer bos en struweel aan te planten, bijvoorbeeld in Vlietland Noord, de Duivenvoordecorridor of de uitbreiding van Leidschendammerhout. Nu raadsleden, is het uw kans.
Op onderdelen te verbeteren? Kies voor een betere balans tussen wonen en groen. Dank u wel. Als u nog even blijft staan, dan kijk ik even of er een vraag is in het gezelschap. Nee, de commissie heeft dat niet. Dank.
En mag ik dan mevrouw Van Dongen vragen om naar voren te komen? Goedenavond leden van de gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en overige aanwezigen. Samen met andere bewoners van Voorburg heb ik een zienswijze ingediend. Eind november ontvingen wij van de gemeente de zienswijzennota. In totaal zijn er 75 zienswijzen ingediend. In de begeleidende brief staat dat de zienswijzen soms hebben geleid tot aanpassingen. En ik benadruk het woord soms. Want wat ons in de eerste plaats is opgevallen in de zienswijzennota is dat het grootste deel van de zienswijzen geen aanpassing in de omgevingsvisie krijgt. Ook onze genoemde punten krijgen geen aanpassing. Die hebben voornamelijk betrekking op mobiliteit en parkeren. Over deze twee onderwerpen is namelijk al heel veel te doen in Voorburg. Voor Voorburg Noord keurde de gemeente in mei vorig jaar de buurtvisie goed. Een visie die een heel klein draagvlak heeft binnen de wijk. De petitie die 2200 handtekeningen opleverde, is daarvoor het bewijs. Dit is een integrale meting geweest ten opzichte van de selecte steekproef die de gemeente heeft gedaan. Onderzoeken moeten statistisch goed worden uitgevoerd en betrouwbare en zorgvuldige uitkomsten opleveren. Volgens de werkgroep Auto voor de Deur is deze buurtvisie gebaseerd op ondeugdelijk onderzoek en onjuiste informatie. De werkgroep heeft daarom de nodige acties ondernomen, maar die hebben helaas nog niet tot de gewenste aandacht van de gemeente geleid. En zo kwamen wij in onze zienswijze voor de Omgevingsvisie 2050 ook op het onderwerp participatie. Eind 2024 is de wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden. De wetgever vindt het belangrijk dat inwoners invloed kunnen uitoefenen op beslissingen die hen aangaan. Met hun ideeën en kennis kunnen ze ervoor zorgen dat besluiten van de gemeente beter aansluiten bij hun behoeften. Participatie is daarmee een onderdeel van een sterke en levendige democratie, aldus de wetgever. Het woord participatie klinkt door in alle documenten en bewoordingen van de gemeente. Maar kennelijk hebben u en wij een heel andere interpretatie van dit woord. Bewoners nemen deel aan klankbordgroepen, enquêtes, een dromenlab, een informatielab, een ambitielab, termen die ingehuurde adviesbureaus gebruiken voor participatieprojecten zoals de herinrichting van Voorburg Noord, de Julianabaan en de Kwikfit-locatie. En dan laat ik de perikelen rond de mol nog maar even buiten beschouwing. Bewoners steken een hoop energie en tijd in de participatieronde. Maar waarom voelen bewoners zich dan toch niet gehoord? Waarom voelen zij zich niet serieus genomen in hun deelname aan deze projecten? De laatste maanden heb ik vele insprekers gehoord, allemaal met andere zienswijzen op de plannen van de gemeente. Maar het lijkt wel of de gemeente niet wil luisteren, want ja, we mogen meedoen, maar de plannen die er al langer liggen, gaan toch gewoon door. En zo is het ook weer met de Julianabaan gegaan. Een geplande opknapbeurt waar niemand tegen is, verandert tegen de zin van bewoners en ondernemers in de renovatie van 21 miljoen euro. Dat frustreert inwoners zodanig dat een grote groep niet eens meer de moeite wil nemen om hun inspraak te doen. Op de kernbijeenkomst voor de Omgevingsvisie 2050 in Voorburg waren er ook slechts 25 bewoners. Let wel, ik probeer niet verwijtend of rancuneus te zijn. Wat ik hier aan u wil vragen, is om het hier eens met elkaar over te hebben in de gemeenteraad. Hoe kan het zijn dat een groot deel van de bewoners het vertrouwen in de gemeente kwijt is? Zelfs een petitie die 2200 handtekeningen oplevert, geeft u niet de aandacht die dit verdient. Ik zou zeggen, vraag dat uzelf eens met elkaar af. Door op deze manier met burgerparticipatie om te gaan, bereikt u het tegenovergestelde van wat de wetgever bedoeld heeft. In maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen.
Luisteren naar inwoners kan het verschil maken en daarmee het vertrouwen in de politiek terugbrengen. Dank voor uw aandacht. Ik dank u wel. Ik kijk even rond of er een vraag is.
Niet het geval, dan dank ik u voor de presentatie, dank u, en dan mag ik de heer Van Oosten vragen om naar voren te komen. Voorzitter, raadsleden, andere aanwezigen, mijn naam is Hans van Oosten. Ik spreek namens de Initiatiefgroep Huygenstunnel. Stel, u staat in 2050 op de Christiaan Zolder van Hofwijk. En ik kijk over de tuin naar buiten, wat ziet u dan? Rechts het fraaie Huygenskwartier. Voor u een prachtige tuin, deels gereconstrueerd, maar links: hoogbouw. En wat horen we? Lawaai. Een weinig aanlokkelijk beeld, dus dat kan anders. De gemeentelijke omgevingsvisie als leidraad voor toekomstige ruimtelijke beslissingen moet de nodige ruimte bieden aan waardevolle plannen en initiatieven die zeker niet frustreren of blokkeren. IGH is in dit licht uiterst kritisch over de manier waarop het Stationsplein als ontwikkellocatie nu is opgenomen in de Omgevingsvisie 2050. Er wordt gepleit voor stedelijke verdichting van het Stationsplein, met prioriteit voor het realiseren van woningen, ruimte voor werken en voorzieningen. Hoogbouw wordt daarbij niet uitgesloten, al staat een zorgvuldige aansluiting op de omgeving voorop. Echter, de Omgevingsvisie 2050 gaat wat betreft het Stationsplein volledig voorbij aan regionale plannen en initiatieven die het plein ook gaan raken. Dit zijn onder andere een lightrailnetwerk van onder andere de Koningscorridor, mogelijke verbreding van de spoorlijn Den Haag-Gouda met vier sporen, herstel van de tuin van Hofwijk, zoals beschreven in Afslag Meerwaarde, de aanbeveling van de onafhankelijke Commissie Maire, ook al even genoemd, net over de Huygenstunnel. Kortom, het speelveld is veel groter dan de Omgevingsvisie 2050 nu suggereert. De vraag is: wat is dan de samenhang tussen al die plannen? Wat betekent dit samenspel voor het Stationsplein? Het antwoord is vermoedelijk echt veel. En wanneer je alle plannen en wensen integraal bekijkt in plaats van op een postzegelniveau los van elkaar, dan komen er oplossingen in zicht. Bijvoorbeeld, als we de Vlietlijn wel als een deel van een naar Zoetermeer doorgetrokken Koningscorridor beschouwen. We spreken dan van een station op een doorgaande lijn. En de Huygenstunnel is dan de oplossing voor de route van de Vlietlijn met het station op mogelijk een andere locatie. Daarom moeten we ons nu niet vastleggen op stedelijke verdichting van het huidige Stationsplein. De kans is immers groot dat dat later niet meer past. Overigens past hoogbouw en verdichting nu al niet op het Stationsplein. De directe omgeving, het Huygenskwartier, Westeinde, Opas Veldje, is gekenmerkt door laagbouw. Met de herstelde tuin en zonder het A12-viaduct is hoogbouw hier helemaal niet vanzelfsprekend. De Initiatiefgroep Huygenstunnel pleit ervoor om eerst goed na te denken en dan pas te besluiten. Onze aanbeveling is dan ook: pauzeer. Stel het besluit over de Omgevingsvisie 2050 uit. Harmoniseer, leg de puzzel van lokale en regionale plannen. Bekijk ze in samenhang. En verrijk. Ontwikkel een integrale, prachtige visie op dit gebied. En denk dan aan de fasering: wat kun je nu doen en wat moet je vooral laten om die visie straks realiteit te laten worden? Het platform dat hiertoe uitnodigt, bestaat al. Het onafhankelijke kennis- en informatieplatform, Stedelijke Snelwegen en Ruimtelijke Ontwikkeling, SSRO afgekort. De politiek kan bestaande plannen en initiatieven daar inbrengen. Die inbreng levert amper vertraging op en leidt vrijwel zeker tot een integrale en daarmee een realistische visie op toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. Tot slot, als ik na 2025 uit het raam kijk van de Christiaan Zolder op Hofwijk, dan zie ik een groene tuin.
Park waar niet alleen de bewoners van Voorburg, maar ook die van de Binckhorst heerlijk kunnen vertoeven. Ik dank u wel. Hé dank u wel, ik kijk even rond of er een vraag is vanuit de commissie. Nee, dank u wel, meneer Van Oost. En dan de heer...
Goedenavond leden van de raad, college, aanwezigen. Mijn naam is Tjerk Groenewegen. Ik kom hier een toelichting geven op mijn zienswijze voor liefhebbers nummer 60, waar ook het college op heeft gereageerd. Het gaat over het onderwerp mobiliteit. Dat raakt ons allemaal als gebruikers van de openbare weg. Ik ben er daarnaast ook mee bezig omdat ik woon aan een fietsstraat in Voorburg-West, onderdeel van de regionale fietsroute. Voor die route en de fietsstraat zijn er ingrijpende plannen voor veranderingen. Bij bestudering van de plannen en constructieve gesprekken met de gemeente hierover bleek dat er geen helder uitgangspunt is voor welke type weggebruiker fietsvoorzieningen zoals die regionale route zijn bedoeld. In de praktijk gaat het dan om de keuze om wel of niet brommers, snorfietsen en andere bijzondere fietsen toe te laten. Door grote verschillen in snelheden, acceleratie en gewicht ontstaan er gevaarlijke situaties. Dit is niet alleen een probleem voor de verkeersveiligheid, maar vermindert ook de interesse om te gaan of te blijven fietsen. De huidige situatie op de weg is bovendien erg onduidelijk. Routes bestaan vaak uit verschillende stukken waarin een bepaald soort gebruiker is toegelaten. Soms gaat het om een stuk van een paar 100 meter en daarna geldt er alweer iets anders. Alleen fietsers, dan brommers en fietsers, daarna weer fietsers, et cetera. Dit is voor alle weggebruikers op twee wielen een minpunt. Het beleid voor mobiliteit voor de hele gemeente, dat wordt vastgelegd in de omgevingsvisie en zou moeten gelden tot 2050, werkt het verduurzamen van mobiliteit uit aan de hand van het STOMP-principe met het oog op leefbaarheid, verkeersveiligheid en de doorstroming. Daarbij is het idee vooral dat we naast lopen met een half heel veel gaan fietsen. Dan past het allemaal in de beschikbare ruimte. Maar wat valt er onder fietsen? En is de uitwerking van de T van trappen fietsen in de praktijk op straat voor iedereen uitvoerbaar? Kan men een geschikte route vinden waarop men mag rijden, al dan niet met het navigatiesysteem, en is dit in de praktijk ook veilig? De samenvatting in de zienswijzennota onderdeel 3.60 geeft mijn inbreng over het STOMP-principe goed weer. De gemeente zou een duidelijke keuze moeten maken welke verkeersdeelnemers vallen onder de T van trappen. Maar helaas, de samenvatting noemt mijn concrete voorstel niet. Kort gezegd komt mijn voorstel erop neer dat de gemeente als uitgangspunt voor het mobiliteitsbeleid een keuze maakt wie de doelgroep is op fietspaden, fietstraten en dat soort voorzieningen. Dit vastlegt in de omgevingsvisie. Daarbij focust op de maximumsnelheid voor bepaalde voertuigen op twee wielen en dit uit te werken samen met omliggende gemeentes en de Metropoolregio. Het is goed om te zien dat B&W in een reactie erkennen dat de T van trappen inderdaad niet gedetailleerd is uitgewerkt, terwijl de nieuwe modaliteiten aan fietsvoertuigen die zijn ontstaan vragen om duidelijkheid. Ook geeft B&W aan dat verduurzaming van de mobiliteit zal worden uitgewerkt, bijvoorbeeld in programma 10 duurzame mobiliteiten en bereikbaarheid. Helaas gaat B&W in plaats van gas te geven op basis van de zienswijze opgenomen voorzetten vervolgens op de rem staan. Volgens B&W zou de verantwoordelijkheid allereerst liggen bij de wetgever. Dat is de wetgever die gaat over de definitie van fiets, snorfiets, bromfiets en alle andere varianten die er al zijn of misschien nog komen. Ja, die wetgever gaat erover, maar het is juist aan de gemeente om de inrichting van de openbare weg en het gebruik ervan te bepalen. Dat is bijvoorbeeld ook in Amsterdam gebeurd waar de snorfiets niet meer op het fietspad mag rijden. Vaststelling van de omgevingsvisie is een uitgelezen kans om de koers te bepalen. Dit zou kunnen door niet uit te gaan van alle verschillende definities van fiets met of zonder hulpmotor, dat is veel te ingewikkeld, maar door een heldere keuze te maken op basis van maximumsnelheid. Vraag de gemeenteraad om bij het vaststellen van de omgevingsvisie ook te bepalen wat beleidsmatig wordt bedoeld met de T van trappen binnen het principe STOMP. Als er formeel of andere redenen zijn dat dit niet in het document zelf zou moeten worden vastgelegd, zou de gemeenteraad kunnen bepalen dat voor de uitwerking, bijvoorbeeld in het eerder genoemde programma 10, het uitgangspunt...
Maximumsnelheid van 20 tot 25 km per uur, zoals in mijn zienswijze en deze bijdrage toegelicht. Ik dank u voor uw aandacht, dank u wel. Ik kijk even rond of er vragen zijn vanuit de commissie. Nee, dat is niet het geval. Dank u voor uw inbreng. Mag ik de heer Van der Weijden vragen om naar voren te komen?
Goedenavond dames en heren, dank voor de gegunde tijd om in te spreken. Mijn naam is Lex van der Weijden. Gezien de korte tijd zal ik mij beperken tot een aantal kernpunten. Uit de uitnodiging bleek dat als ik mijn in te spreken tekst op de mail zou zetten naar de griffie, u allen deze tekst tot uw beschikking zou moeten hebben. Ik ga ervan uit dat u dat heeft gehad en ik zou u ook willen vragen om deze volledig te lezen bij gelegenheid en in het persoonlijk gesprek wil ik graag er verder over uitweiden. Ik wil graag inspreken betreffende specifiek onderdeel van de Omgevingsvisie 2050. Ik heb tijdens de ter inzagelegging een uitgebreide zienswijze ingestuurd en daar een niet al te compleet antwoord op ontvangen. Mijn zienswijze heeft in dit geval alleen en uitsluitend betrekking op de Leidschendammerhout, oftewel het gedeelte van de gecombineerde Damhouder en Starrenvaartpolder tussen de A4 en de Vliet. Dit gebied wordt in de Omgevingsvisie 2050 consequent benoemd als natuur- en recreatiegebied, terwijl dit gebied van oudsher helemaal en ook nu nog voor een flink gedeelte agrarisch is. In mijn zienswijze heb ik onder andere gevraagd om het agrarisch gebied in onze polder ook als agrarisch te benoemen. Dit is niet gedaan. Wordt op deze wijze de agrarische bestemming weggepoetst. Ik maak daar nu met u allen als toehoorders getuigen als getuige ernstig bezwaar tegen. In de media en dergelijke lezen wij sinds kort over plannen omtrent een te maken gebiedsplan en inrichting van de Leidschendammerhout, maar wij als bewoners zijn nog nooit benaderd. Wij als bewoners, grondeigenaren, agrariërs waar ik er één van ben, van de Oostvlietweg zijn geen belanghebbenden. Wie zijn dat dan wel? Wie zijn er nu al plannen aan het maken? Want er worden plannen gemaakt. Men schrijft dat de Leidschendammerhout meer open moet voor recreanten en dergelijke, waaruit blijkt dat dat moet weten. De aanwezigen hier hoe toegankelijk dit gebied nu al is. Mijn vraag luidt, waar komt die noodzaak vandaan om plannen te maken het gebied om te vormen? Vinden gemeenteraadsleden ook dat dat moet en dat Leidschendam daar tonnen voor de plannenmakerij tot miljoenen. Men spreekt zelf van 3 tot 6 miljoen euro voor op gaan hoesten of wordt dit plan uiteindelijk alleen leuk als de provincie of een andere belanghebbende dat geld gaat betalen? Wordt het uitbreiden van natuur in onze mooie open polder met vergezichten tot aan Zoetermeer gebruikt om TBO's ter wille te zijn, terreinbeherende organisaties, om een eventuele waterzuivering te compenseren waarvan we het eens zijn dat dat noodzakelijk is, de waterzuivering of gaan we dit gebied zelfs gebruiken om er niet te stoppen? Huizenbouw in de Vlietlanden te compenseren. Hebben onze bedrijven aan de Oostvlietweg geen toegevoegde waarde in zo'n verstedelijke omgeving, zodat stedelingen ooit nog eens een levende koe, schaap of paard zien, of een haas, een kievit of een andere weidevogel. Een heet hangijzer is natuurlijk de vestiging van de waterzuivering vorderinkwater drinkwaterwinning uit de Vliet. Dat wordt in de Omgevingsvisie niet verder benoemd dan ik denk mee, koppel kansen. Moet Leidschendam niet gewoon zeggen Dunea, mag ik denk zelf tegen Leidschendam aan haar waterzuivering bouwen en verder geen gedoe? Moet Leidschendam niet gewoon zeggen? Ga eerst eens zorgen voor het bestaande bos, knap dat op en ga goed beheer uitvoeren. Leidschendam moeten jullie niet eens denken, we gaan dat geld voor plannenmakerij voor de Leidschendammerhout inzetten voor het goed onderhouden van wegen rondom Stompwijk en wat mij betreft ook in de rest van Leidschendam. Leidschendam moeten jullie ook niet eens denken? De Nieuwe Driemanpolder tegen Zoetermeer aan. Wat zijn daarvan eigenlijk? De jaarlijkse kosten van onderhoud en was dat? Toen het plan ter tafel kwam voorzien, zulke bedragen. Mogelijk loop ik met deze scherpe opmerkingen voor de muziek uit, want concrete plannen zijn er nog niet. Maar de richting waarin sommige heen willen ligt er erg dik bovenop en dan is het te laat nogmaals. Mogelijk loop ik voor de muziek uit, maar een andere mogelijkheid om voor de zoveelste keer bij de gemeente en beleidsmakers duidelijk te maken dat wij als bewoners, agrariërs, grondeigenaren. Nog nooit benaderd zijn of er bij een plan betrokken zijn. Worden wij doelbewust gepasseerd?
Het niet, maar vandaar mijn spreekbeurt. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht en mochten er vragen zijn, ja, ik hoor ze graag. Ik zal het even vragen, zijn er vragen voor de heer Van der Weijden? Nee, dank u wel en in aanvulling wat de heer Van der Weijden zei. De inspreekteksten zijn vandaag op gifnieuws gezet voor zover de insprekers die nog niet hebben aangeleverd. Dat kan uiteraard nog steeds gebeuren en dan wordt dat alsnog aan ons doorgegeven.
Kan iedereen alle teksten volledig lezen? Ik dank u wel. Mevrouw Geelen, mag ik u vragen om naar voren te komen? Goedenavond, geacht aanwezigen. Mijn naam is Judith Geelen en ik wilde het ook hebben over de OER. In de OER staat dat er meerdere milieuthema's met het huidige beleid slechts matig tot slecht scoren, waaronder geluidshinder. Juist daarom is het belangrijk om serieus te kijken naar oplossingen die de leefbaarheid structureel verbeteren. In de omgevingsvisie wordt de Huygenstunnel maar liefst vier keer genoemd. Hans had het er ook al over. De commissie meer adviseert hiervoor een scenario door te rekenen of tenminste een gevoeligheidsanalyse te maken, zodat de kansen en milieueffecten op hoofdlijnen zichtbaar worden. Een beginnetje zeg maar. Toch start het college niet met doorrekenen met het argument dat een ondergrondse tunneloplossing niet binnen de looptijd van de omgevingsvisie concreet wordt. Tegelijkertijd hoor ik zelf wel het getal gekoppeld worden van 2070 aan de Huygenstunnel. Dat is nog heel ver weg. De discussie van gisteren over de Vlietlijn laat bovendien zien hoe ingewikkeld en tijdrovend het is om infrastructuur in een stedelijk gebied te realiseren. Mijn vraag is aan het college: deelt het college de zorg dat het vooruit schuiven van het ondergronds brengen van de auto, trein en tram naar 2070 in de praktijk neerkomt op uitstel zonder concreet perspectief? Maar het is ook veel belangrijker.
Gele ik dank u wel. De heer Hendriks, mag ik u verzoeken naar voren te komen? Goedenavond en raadsleden, wethouders, hartelijk dank dat ik hier mag inspreken. Ik wilde ook, gezien de korte tijd, als een soort van klein duimpje in de... Is de presentatie ergens te zien? Ja, daar is die. Als een soort van klein duimpje met zevenmijlslaarzen door de lessen over groenbehoud heen lopen die we in de afgelopen jaren hebben gekregen. En ik hoop dat die lessen niet als de spreekwoordelijke broodkruimels door een soort van kraai of vogel worden opgegeten, maar echt serieus worden genomen. Waarom sta ik hier toch nog weer? Ook nadat ik al vele malen hier over deze thema's heb ingesproken, omdat groen noodzaak is en geen luxe. Dat wordt ook in de... Eens kijken, hij wil niet. Zo denk ik, nee. Yes. Dat die noodzaak die wordt ook in diverse documenten van de gemeente belicht, onder andere in de grondstructuurplannen en in het boombeleidsplan. Daar wordt het ook mooi verwoord. De stad leeft op onderbladeren. Ook uit recente cijfers van het CBS, zeer recente cijfers, blijkt dat natuur een kwestie is van gezondheid en ook van economie. En dat het een groot economisch belang heeft en dat het dus niet zo is dat we dat zomaar opzij kunnen schuiven. OK, dat gaat de verkeerde kant uit. Er is ook nog een andere reden om ervoor te kiezen voor meer natuur en dat is dat er in de natuurherstelverordening is aangenomen in 2024 in de Europese Commissie en er staat een artikel 8 dat de gemeente juridisch verplicht is om aan groenbehoud te doen van stadsnatuur en vanaf 2031 is het zelfs verplicht om stadsstructuur te laten toenemen. Juridisch vastgelegd. Dat moet dus ook daarbij meegenomen worden in de omgevingsvisie. Vraag is dus, is dat gebeurd? Dat de toename is na 2031, omdat wij nu niet 45% natuur hebben in de stad. Zouden we onze versteende gebieden daarvoor niet kunnen gebruiken? En laten we dan meteen meenemen dat in ons eigen groenstructuurplan staat dat vierkante meters groen, één van de kerngroenkwaliteiten is. OK, wat voor stad willen we? Willen we links een stad die grootstedelijk met alleen maar restgroen is, geen extra parken en volgens de norm ook beneden peil, of willen we de groene woonstad die we zijn en die we nog meer kunnen worden door naar 30% boomkroon te gaan, meer parken en een bebouwingsdichtheid die onder de 50% ligt? Hieronder staan, dan heb ik nu staan die kruimels die ik daarover wil opmerken en die tot de conclusie zouden moeten leiden dat 6000 woningen niet passen om deze doelen te bereiken. We zien nu een boomkroonbedekking van ongeveer 23%. Dat is dus veel kleiner dan zou moeten. We zien een groenbedekking per buurt die veel kleiner is dan 45%. Als je naar het echte groen kijkt, denk ik dat je ongeveer over 30% praat. Voldoet dus niet aan die natuurverordening. Wat is het grote probleem met onze nieuwbouwplannen? Wij kiezen voor een te hoge bebouwingsdichtheid, te veel woningen, te groot bouwvlak. Er blijft dan simpel genoeg niet veel, niet genoeg ruimte over voor 30% boomkroonbedekking en voor 45% groen. Dus met deze bouwvlakken lukt het gewoon niet. Ook die 50 m² groen per woning die halen we niet. KPP praten we over 30 m² groen per woning. En dan nog even over... OK, ja, dus dat was de grafiek die u thuis kunt bekijken waarom groen niet gaat passen bij deze bouwdichtheden. En dan hebben we nog de bomen, even eigenlijk een tussenopmerking, bedenk struiken zijn geen bomen, die dragen wel bij aan die 45% groen, maar niet aan boomkroonbedekking. Dus en...
En hittestress het meest bestrijden. Ik ben even terzijde. Kunt u zo langzamerhand afronden? Ja, dus nou dan oké, dan ga ik dan in hele grote zevenmijlsstappen. Een belangrijk aspect is dat we de grond verkopen met een te grote belofte aan woningen. Daarom wordt hij te duur en daarom krijg je een self-fulfilling prophecy. De ontwikkelaar kan er niet minder op zetten. We laten bouwen in onze groenstructuur. En op deze manier zijn de plannen om voor groen die we overal neerzetten gewoon niet haalbaar. We vragen dan ook ernstig om inderdaad de MER uit te stellen en om een groen scenario uit te werken waar we niet bouwen in natuur, waar we elk nieuwbouwproject aan.
Voldoen. En dan hebben we een passende hoeveelheid woningen waarbij we aan onze groene ambities voldoen. Dank u wel, ik kijk even rond of er een vraag is vanuit de commissie. En uiteraard kunnen alle slides gezien worden in iWAPS, zoals dat bij ons zo mooi heet, en dan zal ik die ook graag toelichten, iets langer dan nu mogelijk.
Dank u wel en uiteraard mevrouw Faber. Hij had ze natuurlijk aangemeld met excuus dat we in eerste instantie niet genoemd hebben. Maar u mag het ze afsluiten. Goedenavond commissieleden en gemeenteraadsleden. Wijkvereniging Leidschendam Zuid heeft in haar zienswijze aandacht gevraagd voor de infrastructuur in Leidschendam Zuid, omdat de Nieuwstraat in het Damcentrum als alternatieve route naar de Mol wordt gebruikt als de N14 het verkeer niet meer aankan. Het gevolg voor de buurtbewoners is dat zij de wijk niet in, maar ook niet uit kunnen. Wij kunnen ons niet vinden in uw reactie en de zienswijzennota, want de filevorming door het verkeer richting de Mol op deze wegen wordt niet opgelost met het verlengen van de OV-halte Leidschendam Voorburg. Die fileoverlast heeft te maken met de problemen bij de Mol en de opening van de zuidelijke sluisbrug en daar helpt het verlagen van de snelheid van 50 naar 30 km op de Nieuwstraat ook niets aan. We hebben gevraagd om de omgevingsvisie te toetsen of de bereikbaarheid bij calamiteiten in Leidschendam Zuid. Nu landt er regelmatig een traumahelikopter op de groenstrook bij ons tolhuis. Op die groenstrook heeft u nu 25 huizen gepland om uw ambitie van 6000 woningen te halen. In uw antwoord in de zienswijzennota geeft u aan dat dit een realistische ambitie is en dat het plan afhankelijk van een nadere verkenning uitgewerkt zou worden. Wij kunnen ons niet vinden in 25 woningen op dit kleine stukje groen, maar net een speeltuin is aangelegd. Deze groenstrook zou voor een leefbare omgeving groen moeten blijven als tegenwicht op de hittestress en verstening van de Venestraat, de Nieuwstraat en het sluisgebied en het Damcentrum. En als buffer tussen de flats aan de Venestraat en de A4. Deze strook zal op termijn zelfs nog kleiner worden door de voorgenomen verbreding van de A4. Hiermee nogmaals het verzoek om deze 25 woningen te schrappen en de balans van de omgevingsvisie voor Leidschendam Zuid niet naar verstening, maar naar vergroening te laten gaan. U heeft in de zienswijzennota niet gereageerd op ons verzoek om meer parkeerplaatsen in de wijk aan te leggen dan in de parkeernota opgenomen, omdat er geen OV is en ouderen te ver van de betreffende aansluitingen wonen, maar wel nog in de auto kunnen rijden. Ook voor gezinnen is één parkeerplaats gewoon te weinig. Woon, werken en school zijn niet eenvoudig via het OV te organiseren om te voorkomen dat er later parkeeroverlast zal zijn, kan beter aan de voorkant van dit project een ruimere norm toegepast worden. Wij zouden deze punten graag in de omgevingsvisie aan willen laten passen, want dit is essentieel voor...
Het plan is nu ten slotte nog in wording en kan dan ook tijdig worden aangepast. Alvast bedankt voor uw medewerking. Ik dank u wel, en dan kijk ik even rond of er nog een aanvullende vraag is. Nee, dat is niet het geval. Dank u wel, dan dank ik deze sprekers voor hun bijdrage en nogmaals die zijn zo niet nu al straks te.
En er is geen verzoek ontvangen voor het spreekrecht van inwoners. Dus daar ga ik over naar agendapunt 5: het raadsvoorstel vaststellen omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050. De context van dit voorstel is dat het college voorstelt om de omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050 vast te stellen. Hiervoor heeft het ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegen. Inwoners en organisaties konden een zienswijze indienen. Dat hebben velen gedaan. Dat zie je in de zienswijzennota, daar zijn ook de nodige wijzigingen doorgevoerd. Op 13 januari heeft het college nog een laatste presentatie in de beeldvorming gegeven, waarbij raadsleden al een feitelijke waarneming hebben kunnen doen. De feiten zijn dus bekend en nu is het aan u en de raad om een oordeelsvorming te doen. Je kunt uiteraard de insprekers betrekken bij het debat. Welke leden melden zich aan voor dat debat? Ik kijk even beginnend vanaf rechts.