Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Oké, dan gaan we als eerste naar mevrouw Van den Heuvel. Ja, dank u wel, voorzitter. Weliswaar voor vanavond en deze periode van Commissie Samenleving het laatste agendapunt, maar ik denk tegelijkertijd voor de beginnende raad, één van de eerste onderwerpen die zij op moeten gaan pakken, namelijk het dossier jeugdhulp en ook vooral de stijgende uitgaven op de jeugdzorg. Vanavond agenderen we samen met de collega's van GroenLinks, PvdA, D66 en het CDA de brief Actieplan Jeugd, Toegang en Regionale Inkoop. En waarom? Omdat de brief eigenlijk vrij nonchalant rapporteert, drie weken na de begroting, het vastgestelde begroting dat we een stevige kostenstijging of uitgavenstijging hebben buiten de scope van het actieplan om. En wel te weten, voor 2025 geven we bijna 3 miljoen meer uit dan eigenlijk de bedoeling was of zelfs waarvoor dekking is. En juist van dit laatste element, het feit dat deze kostenstijging geen dekking heeft, denk ik, maakt dat we het daar toch even met elkaar over moeten hebben. Voorzitter, we begonnen deze Commissie Samenleving met de regiovisie over huiselijk geweld en in die regiovisie stond een heel mooi principe, het principe van het college dat wanneer we geen middelen hebben of te weinig middelen, we gaan prioriteren. En ik ga ervan uit dat datzelfde principe eigenlijk nu toegepast wordt op dit onderwerp, namelijk op het moment dat we teveel moeten gaan uitgeven, dat we daarin ook gaan prioriteren. Wat gaan we wel doen, wat gaan we niet doen? Oftewel concreet gezegd dat dus de dekking van dit tekort ook komt vanuit het sociaal domein zelf. Graag een reactie van de wethouder hierop. Voorzitter, wat gaan we dan doen? De brief daarin is kraakhelder. Op pagina één staat te lezen: een stevig lokaal team, strakkere afbakening inclusief stopstrategie en het aanscherpen van regionale inkoop zijn noodzakelijk om de beweging van het Actieplan Jeugd te realiseren. En daar werd ik nog enthousiast, maar verder lezen werd mijn enthousiasme al wat minder, namelijk die twee het grootste instrument, het lokale team, oftewel de toegang, de manier waarop onze inwoners zorg en ondersteuning kunnen vinden. Zowel de raadsbrief zelf als het onderliggend rapport wat is meegestuurd, benoemt deze toegang tot het belangrijkste sturingsmechanisme op zowel de financiële uitgaven, maar misschien nog veel belangrijker, ook op de kwaliteit van onze zorg en toegang. Al jaren roept mijn fractie of vraagt mijn fractie om een blik op deze toegang en wij worden hierin gesteund door wat het rapport nu ook knip en klaar zegt, namelijk dat onze toegang niet voldoet aan landelijke regelgeving en vooral ook niet doet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Jeugdwet zelf. Het kan dan ook niet anders duidelijk zijn en die conclusie staat ook in het rapport dat een andere inrichting van onze toegang, van onze lokale toegang, nodig is. En daar vind ik hem ingewikkeld worden. Want als we dan verder lezen, dan wordt deze inrichting van de toegang van jeugdhulp verbreed en opgehangen aan een gehele nieuwe inrichting en reorganisatie van het gemeentelijk apparaat op het sociaal domein. En los van dat dit plan daar ook klaarblijkelijk sinds 2016 ligt, het kan natuurlijk niet zo zijn dat er nog een ander vraagstuk naast komt te liggen, namelijk dat als wij als raad straks niet akkoord gaan met zo'n hele grote brede herinrichting, wat ongetwijfeld ook nog wel wat gaat kosten, dat dat betekent dat we dus niks aan de toegang naar jeugdhulp gaan doen. Nogmaals, een toegang die niet voldoet aan wet- en regelgeving. Voorzitter, deze raad vraagt hier al vaker om of al langer om. Ik noem maar zomaar de motie van juli 23, 747 of zelfs de motie 594 uit 2021, die nota bene nog heet 'regel de toegang wethouder', maar tot op heden zien wij eigenlijk nog niks gebeuren. Toch even de vraag aan de wethouder hoe hij nu op korte termijn, zonder dat we hoeven te wachten op een geheel reorganisatieplan, toch kan verzekeren dat die toegang van lokale jeugdhulp aan kwaliteitseisen gaat voldoen en daarmee kan zorgen dat onze inwoners op een goede manier snel en het liefst wijkgericht die toe of de zorg kunnen vinden. Voorzitter, een ander iets wat daarmee samenhangt en het wordt eigenlijk vrij licht benoemd in het rapport, is natuurlijk ook de afbakening van de jeugdhulp. En het mooie aan deze Commissie Samenleving vind ik altijd dat ongeacht dat we misschien verschillen van mening over hoe of waar we wel of niet iets gaan doen, we wel met elkaar het realisme hebben om te zeggen dat er iets moet gebeuren, dat de manier waarop we nu jeugdzorg, en ik zeg specifiek jeugdzorg hè, dus de zwaardere vormen van jeugdzorg samen vormen van zorg aanbieden en organiseren, dat dat eigenlijk niet meer houdbaar is. Het coalitieakkoord spreekt erover. Deze wethouder kennen we als iemand die daar ook vaker al iets over gezegd heeft, dus zowel de vraag, wanneer gaan we nou aan die lokale toegang naar jeugdhulp werken alsook aan de afbakening van jeugdhulp. Namelijk, wat zit er nou in ons basisassortiment? Wat is eventueel een eerste schil wat we op dat moment nog nodig extra achten, maar wat gaan we ook niet doen? Wat hoort bij het leven? Wat is de verantwoordelijkheid?
Ik hoor graag van de wethouder. Dank u wel, meneer Streefkerk, Partij van de Arbeid. Ja, dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft sluiten de stukken die voorliggen goed aan bij de koers die we al langere tijd voorstaan. De analyse herkennen we: investeren in de sociale en pedagogische basis, minder verkokering, stevige integrale toegang, allemaal essentiële dingen. En tegelijkertijd moeten we ook vaststellen dat deze analyse niet nieuw is. We roepen dit als raad al jaren, als partijen roepen we dat al jaren, maar ook als raad. En de zorg die we vandaag willen uitspreken, is dan ook dat er in de praktijk gewoon te weinig fundamenteel is veranderd, met name waar het gaat om de toegang, dus net al even genoemd. Die toegang is cruciaal. Als die niet goed is ingericht, dan heeft het hele systeem daar last van. Inwoners verdwalen, professionals lopen vast, zwaardere zorg wordt onnodig belast, onnodig ingezet. En daarom is dit wat ons betreft vooral een moment om, nou ja, in deze arena de druk op te voeren, niet richting een individuele wethouder, maar ook gewoon als signaal van de raad naar de gehele gemeentelijke organisatie. Want dit is een opdracht die organisatiebreed moet worden opgepakt. En dat zeggen we ook met het oog op de komende verkiezingen en een nieuw college. En in die zin is het misschien ook wel een oproep aan de nieuwe raad. Dit dossier mag niet telkens opnieuw worden geanalyseerd, maar moet structureel worden verankerd, los van wie er straks bestuurlijk verantwoordelijk is. Voor ons zijn daar verschillende punten bij leidend: sneller, zichtbare en concrete stappen in de toegang, en vooral ook voldoende mandaat voor lokale teams. Structurele en gelijkwaardige samenwerking met niet-gemeentelijke partners zoals welzijn, jongerenwerk, schuldhulpverlening. Een betere aansluiting tussen regionale inkoop en lokale sturing. En dan vooral ook als vierde: laten we ervoor waken dat het debat niet afglijdt naar een financieel debat. Geld is een middel, kostenstijging is een aanleiding, maar de goede ontwikkeling van kinderen is het doel. En boekhoudkundig naar sociale vraagstukken kijken geeft niet de oplossing. Tot slot, voorzitter, heb ik een vraag aan de wethouder. En deze vraag is niet bedoeld als een flauwe opmaat naar de campagne. Ik sta niet in campagnemodus, dat zijn anderen. En gelet op de weerbarstigheid van dit thema is het een oprechte vraag. Met de kennis en ervaring die de wethouder nu heeft, wat zou hij nou aan zijn opvolger willen meegeven om dit traject anders of beter te laten landen dan in afgelopen jaren is gebeurd?
Zeker, mevrouw Vogelaar van D66. Dank u wel. Ja, het rapport van de verkenning van de toegang vind ik een hele nuttige en heldere analyse. Mijn dank gaat ook uit naar de opstellers voor de scherpe situatieschets. Ik vond hem erg helpend en het goede nieuws is dat het lokale actieplan jeugd voorzichtig effect laat zien, maar de jeugdhulp kosten nemen buiten de scope van het lokale actieplan wel nog steeds toe per saldo. Sterke lokale teams en een stevige, duidelijke toegang zijn de meest effectieve manier om de stijgende jeugdkosten te beheersen en, nog belangrijker, de kwaliteit van de hulp te verbeteren. Op dit moment werkt de gemeente nog niet met lokale teams die zelf basiszorg leveren. Het college geeft aan dat deze op termijn wel georganiseerd gaan worden en daar ben ik heel blij mee, want daar hebben wij ook al eerder om gevraagd, maar op termijn klinkt wel akelig langdurig. Daarom de concrete vraag aan de wethouder: wanneer verwacht u dat dit gaat gebeuren? De signalen uit het rapport zijn verder serieus. Inwoners en medewerkers ervaren de toegang niet als voldoende laagdrempelig en medewerkers noemen hoge caseload en tijdsdruk. Integraal overleg over complexe situaties komt onvoldoende van de grond en inwoners missen vaste aanspreekpunten bij complexe problematiek en er ontbreekt vaak een domeinoverstijgende regisseur. De benoemde knelpunten zijn concreet, maar de reactie van het college blijft abstract. Versterken, anders inrichten, afbakenen. Het zijn bekende zinsnedes, maar het is mij eigenlijk nog steeds niet duidelijk wat er nou precies gaat gebeuren en volgens welke planning. Tot slot, voorzitter, het anders organiseren van de toegang loopt een beetje vertraging op vanwege de inpassing in de bredere gemeentelijke reorganisatie. Collega Van den Heuvel haalde het al aan vanuit ambtelijk perspectief. Wellicht logisch, maar dit kan toch niet de bedoeling zijn als we zien dat de toegang nu tekortschiet.
We nu juist tempo maken tot zover. Dank u wel. Dank u wel, meneer Van Duffelen, CDA. Ja, voorzitter. Collega Van den Heuvel zei het al, het is vanavond het laatste debat over jeugdzorg in deze commissie in deze raadsperiode, maar dat neemt niet weg dat het niet onbelangrijk is wat wij vanavond nog bespreken. Want, voorzitter, de CDA-fractie is wel geschrokken over de berichtgeving dat we weer hoger in de realisatie lopen voor de uitgaven aan jeugdzorg dan begroot en nog extra omdat de brief eigenlijk pas net volgt na het vaststellen van de begroting voor dit jaar. Voorzitter, het CDA heeft al meermalen geformuleerd dat voor haar drie belangrijke denkrichtingen gelden: normaliseren, lokale jeugdteams die integraal kunnen kijken naar zorg en sociaal domein, en drie, budget en zorgkeuzes naar dezelfde plek. En vanuit deze visie benaderde het CDA ook de raadsbrief. Concrete vraag aan de voorzitter is of aan de wethouder is, voorzitter, weet de wethouder al hoe dit structureel tekort wordt ingevuld? Waar komt dit ten laste van, ook richting de begrotingen die nog moeten gaan komen? En hoe wordt ervoor gezorgd dat onze begrotingen structureel sluitend blijven? Kan het ten laste komen van het budget op jeugd via het actieplan? Zo niet, waar dan wel? Je benoemt het CDA graag dat in de financiële doorberekening van het actieplan negen extra maatregelen stonden om kosten te besparen, waarvan het college er maar twee overnam. Is het wellicht niet tijd om bijvoorbeeld te kijken naar de maatregel huisartsenverwijzingen via gemeentelijke toegang of nieuwe aanvragen tot zorg in buurtteams oppakken door zelfzorg te leveren al voor een specialistische zorg in te zetten? Kortom, voorzitter, welke aanvullende maatregelen kunnen we verwachten? Graag reactie van de wethouder. Ook, voorzitter, wil mijn fractie weten wat nu de tijdlijn is betreffende twee belangrijke richtingen van het actieplan jeugd: afbakenen en lokale regie, oftewel toegang. Kan de wethouder delen wanneer de fundamentele keuze over dit thema verder?
Dank u wel, GroenLinks, mevrouw Feld. Dank, voorzitter. Ja, in de afgelopen vier jaar dat ik raadslid heb mogen zijn, is wel gebleken dat jeugdzorg en jeugdhulp een van de belangrijkste onderwerpen is. Niet alleen omdat er een hele hoop misgaat binnen de jeugdzorg en het aantal jongeren met mentale problemen in de jeugdhulp alleen maar toeneemt, maar ook omdat het een spiegel is van hoe het met onze maatschappij en onze wereld gaat. Want jeugdhulp is heel veel meer dan wat er omgaat in het hoofd van een jongere of een kind. Het gaat over onderwerpen als individualisering, prestatiedruk, sociale media, toegenomen aantal scheidingen, huiselijk geweld. Het kan ontzettend breed zijn en jeugdzorg zou dan ook niet in bedragen uit te drukken aantal behandelingen moeten zijn, maar een veel overkoepelender geheel van aandacht, zorg en hulp aan kinderen, hun ouders en verdere omgeving. En dit begint dan ook echt op lokaal niveau bij lokale teams. Goede toegang en integrale hulpverlening is essentieel en toch blijft het daar nog steeds op stokken. We zien weer een idee van plannen die er in de toekomst wellicht komen, maar de concrete stappen die blijven uit. En ik vraag me af, wanneer gaan we die nou echt zetten en ons systeem, ons lokale systeem omgooien? En ik ben ook wel benieuwd naar de vraag van mevrouw Van den Heuvel van als dit wordt betrokken in een heel grote reorganisatie, hoe waarborgen we dan dat de stappen die gezet moeten worden als het gaat om nieuwe inrichting van lokale teams, lokale hulpverlening, dat dat sowieso doorgaat? Om zo ook te werken vanuit wat nodig is. En nu we het hier dan voor mij voor de laatste keer over jeugdzorg hebben, vind ik het toch ook wel weer belangrijk om te benadrukken dat jeugdzorg een niet in bedragen uit te drukken aantal behandelingen is. En ik blijf het dan ook toch stuitend vinden dat ook weer in dit stuk zoveel in termen van kosten wordt gesproken, want ja, het is vervelend dat er, en ik quote, een stijging is in kosten op de duurdere verblijfsvormen en op geïntegreerde en hoogspecialistische GGZ. Maar wat echt verschrikkelijk is, is dat dat betekent dat zoveel kinderen en jongeren zijn die zo diep zitten dat ze niet meer thuis kunnen wonen en zware hulp nodig hebben. En sterke lokale teams en een stevige toegang vormen niet alleen de meest effectieve manier om de stijgende jeugdzorgkosten te keren, maar zijn gewoon essentieel om kinderen, jongeren en hun ouders eerder effectieve begeleiding te bieden en echt te zien wat zij wel en ook niet nodig hebben en hopelijk te voorkomen dat het van kwaad tot erger wordt. En dat betekent dus soms ook dat juist die hele dure hulp niet hetgene is wat we zo lang mogelijk moeten uitstellen, maar juist hetgene is wat we zo snel mogelijk moeten aanbieden. Daarom is het dus belangrijk om niet alleen naar die kosten te kijken en ik vrees dat dat toch echt nog steeds heel erg leidend is, maar echt te kijken naar wat jongeren, kinderen, wat zij nodig hebben en wat er allemaal rondom hen heen speelt. Dus daarom toch ook de vraag aan de wethouder waarom er nou toch ook weer in dit beleidsstuk over jeugdhulp nog steeds zoveel in euro's.
Meneer Steutel, Gemeentebelangen Leidschendam-Voorburg. Ja, voorzitter, ik was niet in slaap gevallen, maar ik zat me even voor te bereiden op hetgeen wat ik wel en niet ga zeggen. Ik begin eigenlijk even met iets waar we als fractie in ieder geval positief over zijn als het gaat om de raadsbrief. Dat is dat de raadsbrief geen snelle reorganisatie predikt, maar het meerjarig programma integraal toegang sociaal domein met nadruk op het totaal sociaal domein. Daarom vindt onze fractie het bijzonder jammer dat onze technische vragen niet beantwoord zijn. En omdat die zich richten op de samenhang in het sociaal domein, mis ik ook de andere wethouder en daar spreek ik toch wel mijn teleurstelling over uit bij deze. Want het kan niet alleen zo zijn dat de wethouder jeugdzorg geconfronteerd wordt met het hele dilemma van het sociaal domein. Dat doe je dan dus samen. Dat is een standpunt dat we toch graag innemen. Een programma dat ruimte biedt om te leren, te experimenteren en stap voor stap te verbeteren, samen met de ambtelijke organisatie. En daar zit ook een ding, dat kan, dat moet een keer gezegd worden. Blijkbaar is het niet zozeer alleen de Raad, de politiek die de Raad bedrijft, maar ook de organisatie die blijkbaar toch wat watervrees heeft om de stappen te zetten waar we al vier jaar om vragen. En dat kan je het college kwalijk nemen, maar ik denk dat we met elkaar daar ook eens naar moeten kijken en daar ligt inderdaad, zoals eerder gezegd, een opdracht voor de nieuwe Raad. En die benijd ik niet allemaal, omdat dat best ingewikkeld is. Voorzitter, toch even terug. Als je de benadering vanuit GBLV bekijkt, kunnen we hier heel lang over jeugdzorg praten en hoe belangrijk het is. Wat ik al eerder heb gezegd in een ander agendapunt is dat we niet moeten gaan schieten in de zorgreflex, want ook dat proef ik weer. En wij hebben zelf al eerder gepleit, en ik haal hem er even bij, dat we moeten stoppen met het kind of de inwoner als een te repareren object te zien. Normaliseren, dat wordt in een raadsbrief ook aangegeven, betekent dat we accepteren dat het leven soms schuurt. Dat een kind dat druk is op school of een ouder die het even niet trekt, niet direct een psycholoog of een zware hulptraject nodig heeft. Ze hebben een stevige pedagogische basis nodig en wat GBLV betreft met als basis de winnende indicatoren. Ik ga ze niet nog een keer allemaal benoemen. Mijn buurvrouw heeft dat in de afgelopen periode vaak genoeg gezegd, maar in ieder geval normaliseren met gezinnen als basis, dus gewoon. Woord voor ons: medicalisering, de check op schulden, ontschotten van de jeugdzorg. En dat is met name het ontschotten van het geheel in het sociaal domein en daar blijven we dus voor pleiten. Integraal kijken naar de problematiek waarvoor we staan als gemeente met jeugdzorg en alle andere onderdelen van het sociaal domein. Voorzitter, en als je dan kijkt naar de raadsbrief waarin op 4.1 de integrale aanpak en afbakenen in de toegang wordt gepredikt, dan sluit dat heel goed aan bij datgene waar we als GBLV voor staan. Dat is integraal werken, normaliseren, onmedicaliseren en niet direct over kosten gaan beginnen, maar we moeten dat ook niet uit het oog verliezen omdat het ook niet zo kan zijn dat we kosten blijven maken in een traject waarvan eigenlijk iedereen weet dat we op een andere manier moeten gaan kijken. En laten we dan beginnen.
Dan kijk ik nu naar de wethouder. Dank u wel, voorzitter. Ik kijk ook even naar de, ja, twee minuten. Hij loopt door. Ik begin eigenlijk bij de soort van gewetensvraag van de heer Streefkerk, van wat zou je met de kennis van nu inderdaad anders hebben gedaan? Of wat zou je misschien mee willen geven aan de opvolger? En ik denk, we hebben twee weken geleden, heeft u misschien kunnen lezen of kunnen zien, een hele grote groep partners met mensen, vertegenwoordigers vanuit het onderwijs, vanuit ook ouders, een manifest ondertekend over de uitgangspunten die we hier ook in de commissie en in de raad hebben besproken. En één van die uitgangspunten is dat het kind nooit het probleem is. Laten we dat eens als hypothese en ook gewoon mee beginnen dat het kind niet het probleem is, dat het kind normaal gedrag laat zien in de context waarin een kind opgroeit. Dus dat is een als er heel veel stress thuis is, als er of op heel veel druk wordt gezet op een kind of dat er heel weinig aandacht is voor een kind, dan laat het kind normaal gedrag zien. Als ik dan dat terugredeneer, zit ook als het gaat over de toegang en de afbakening, gaat het niet over toegang jeugd, maar dan gaat het over wat heeft de context nodig van waar een kind in opgroeit? En daarom ben ik blij ook wel met de opmerkingen die gemaakt worden door de heer Sleutels van het zit hem bijna altijd, het was bijna het zit. In de meeste dingen zit het vaak in zaken die buiten het jeugddomein omgaan. En natuurlijk heb je jeugdzorg dan voor een groep kinderen die dat echt nodig hebben, maar ik denk dat we teveel maatschappelijke problemen aan het oplossen denken te zijn, want dat zijn we niet. Maar het denken dat we aan het oplossen zijn met inzetten van jeugdhulp, omdat het nou eenmaal voorhanden ligt, het relatief makkelijk is om het in te zetten ten opzichte van grondoorzaken van problemen zoals armoede bijvoorbeeld. En met die kennis van nu zou je denk ik, en dat ik denk dat we daar juist een hele grote stappen nu aan het zetten zijn, dus inderdaad veel integraler de grondoorzaak inderdaad centraal stellen in plaats van de symptomen. En dat betekent ook wat voor je toegang, dat betekent namelijk dat je als de gemeentelijke toegang waarbij het woord toegang misschien al ter discussie gesteld moet worden, omdat het gaat over lokale teams die inderdaad lichte hulp kunnen bieden en echt die hulp kunnen bieden waar het gezin behoefte aan heeft. En daar zetten we nu hele grote stappen, maar dat maakt ook dat we niet zijn waar we vanuit de raad, denk ik, de verwachting of de hoop was geweest waar we nu waren geweest met een echt een op poten gezette toegang qua governance helemaal geregeld, maar dat we daar nog grote stappen in te zetten hebben. Dus dat is eigenlijk het antwoord daarop. We maken de grote stap in, we zijn er ook hè? We zijn nu bezig met extra inlooppunten bij de jeugdgezondheidszorg. Ik noemde net al inderdaad de alliantie met het manifest wat we hebben ondertekend. We maken concrete afspraken met huisartsen ook over de toegang, dus we maken afspraken met het onderwijs over hoe om te gaan met de toeleiding naar jeugdzorg en waarin het vooral geen jeugdzorg ook is, maar dat we iets anders met elkaar te doen hebben. Dus daar zetten we wel degelijk inderdaad grote stappen. Maar ja, daarvan kan je zeggen, daar had je misschien verder kunnen zijn met de kennis van nu, dus dat laat ik daar dat antwoord daarop opgeven. Ik vind aan de ene kant ook mooi, hè? Er zijn ook partijen zoals CDA die hebben daar wel al ideeën inderdaad over. Nou, ik denk dat hè, als het gaat over lokale jeugdteams dat we dat dat ook een onderdeel is waar we naar aan het kijken zijn. We kijken ook naar andere gemeentes hoe die dat hebben ingericht, maar het gaat er vooral om dat we niet die reflex inderdaad hebben dat we het bij het kind gaan zoeken, maar dat we teams hebben die divers zijn in samenstelling die echt de grondoorzaken van waar iemand tegen aanloopt, kunnen aanpakken, maar ook gewoon kan zeggen van nee, maar dit hoort gewoon bij opvoeden. En we weten wel een bijvoorbeeld een ergens misschien wel wat Maarten college, waar een ruimte in de avond beschikbaar is gesteld waar ouders bij elkaar komen om bijvoorbeeld, hoe ga je om met social media of zo, hè? Dat soort avonden met andere ouders te bespreken en dat we dat hè, dus dat we dat soort voorzieningen goed. Ook ook, want die initiatieven die zijn er al, maar dat we dat ook op een goede manier weten te faciliteren. Dat, voorzitter, wat dat betreft even de toch even heel kort de toegang en de lokale teams. Dan de afbakening, we zijn as we speak. We hebben vandaag ook ambtelijk ook weer goed gesprek gehad, ook weer over de nieuwe verordening. Ik verwacht ook dat die rond de zomer, ik denk dat het de inzet de planning is voor de zomer, dat de nieuwe verordening naar de raad gaat. En daarin zit ook de afbakening, hè? Van wat gaan we niet meer onder de jeugdhulp laten vallen? De beweging is daar echt van. We willen die grondoorzaken aanpakken, dus de centrale vraag is niet van, wat gaan we niet meer met jeugdhulp doen? Maar dat is, hoe gaan we gewoon grondoorzaken aanpakken waardoor jeugdhulp niet nodig is of dat dat eigenlijk eigenlijk alleen maar in de weg zou zitten daarvan. En daar zit ook de afbakening in, toch één. Bij het voorbeeld, we kijken heel kritisch naar één op één begeleiding. Er zijn toch ook even de financiën? Dat zijn ook dure trajecten, terwijl we ook weten dat als je dat zonder goed doordacht plan inzet dat dat ook schadelijk kan zijn voor kinderen als dat langdurig één op één begeleiding wordt gegeven en daar hè, dat zo zijn er nog een aantal zaken waar we naar kijken hoe we echt die afbakening via die verordening kunnen realiseren. Ja, voorzitter, dat vraagt tijd, maar ik denk dat we daar
Ja, voorzitter, dan toch even het financiële verhaal van hoe meneer Wilschut dekken. Ik had toch nog even een vraag over die grondoorzaken aanpakken. Hoe breed gaat dat nou? Want er werd net al genoemd: echtscheidingen, maar ook armoede en schulden. Dat draagt nogal bij, zeg maar, aan ook hoe de jeugd erbij zit, zeg maar. Tegelijkertijd weten we natuurlijk dat we een nieuwe regering net hebben gekregen die nou qua zekerheid toch wel schepjes eraf haalt. Dat als je verstandige dingen in het verkiezingsprogramma schrijft over minimaal regeling verhogen, dat je een tik krijgt wat linkse hobby's zijn.
Met de jeugdhulp en de kosten, zeg maar de komende jaren. Ja, voorzitter, ik denk en dat kom ik dan ook wel weer bij de toegang en wat je ook wel ziet is dat wij nu nog heel erg, in dat opzicht misschien nog enigszins verkokerd inderdaad werken, dat we echt inderdaad zo georganiseerd zijn dat ieder zo zijn specialisme heeft. Ik geloof er echt wel in dat ook vanuit de intrinsieke motivatie van onze medewerkers, ook die grondoorzaken aangepakt willen worden. En ik denk ook wel dat daar de mogelijkheden voor zijn, maar dat wij inderdaad hier de taak hebben om dat voor hen ook mogelijk te maken en ook het mandaat kunnen geven om die grondoorzaken aan te pakken. En ik zie dat nog niet direct als een hele financiële kwestie. Waar ik wel van overtuigd ben, als we op die manier gaan werken, dat wij, het kan dan niet anders dat we geld over gaan houden op jeugdzorg en niet omdat de jeugdzorg minder nodig is, maar omdat er gewoon minder een beroep op gedaan hoeft te worden. En dat is denk ik, en daar hebben we ook actief, en dat is de stopstrategie die we natuurlijk ook in de brief ook noemen. Dat betekent ook wel actief dat je met dingen moet gaan stoppen omdat je weet dat dat symptoombestrijding is en dat we daarmee niet de kern van het probleem oplossen. Voorzitter, toch heel even toch de financiën, de tegenvaller, laat ik het zo zeggen, klinkt te gek uit mijn mond, maar ik vind hem niet verrassend, want het maakt onderdeel uit van dat patroon waar we in zitten. Hij wordt gedekt uit, hè? We hebben middelen gekregen vanuit de meicirculaire. Ook daar wordt een deel van die uitkering die we vanuit het rijk krijgen, vanuit de compensatie, die kan daarvoor worden ingezet en een deel zal moeten worden verwerkt, inderdaad vanuit de algemene middelen. En dat is het.
Dekking, dat is geen duurzame manier, dat zeg ik er ook gelijk bij. Mevrouw Van den Heuvel, nou ja, dat was inderdaad mijn opmerking. Dat geldt dan voor de dekking voor 2025, maar het raadsvoorstel doet ook inderdaad de waarschuwing dat dit niet incidenteel is, maar eigenlijk een trend is. Dus we zullen ook dekking voor 26, 27 en 28 moeten vinden. En dan niet alleen maar naar alle waarschijnlijkheid.
Maar misschien zelfs nog wel verontrustendere getallen. Hoe ziet u dat dan voor zich? Ja, voorzitter, dat zie ik echt voor me dat die dekking natuurlijk vanuit de, ja, vanuit de opgave die daar de financiële opgave die er ligt binnen het jeugddomein en daar de taakstellingen die daarop liggen. En ja, die, ja, die moeten gewoon worden gerealiseerd. Daarin zien we vanuit het actieplan en daar ben ik wel enigszins voorzichtig in. Maar we zien echt wel daar ontwikkelingen. Dus de acties die we in gang hebben gezet, daar zien we echt wel.
Maar het heeft wel vertrouwen in dat we in staat zijn om tijden te keren. Meneer Streefkerk, nou ja, de consequentie daarvan kan natuurlijk zijn dat we
Aan het uitkleden zijn voor iets wat we proberen structureel weer op te lossen. Dus hoe kijkt de wethouder daar dan naar? Ja, dat zou natuurlijk niet heel onverstandig zijn, dat eigenlijk het geld wat je nodig hebt om die kernproblemen of die grondoorzaken aan te pakken, dat daarop bezuinigd gaat worden. Dat zit ook binnen het jeugddomein zelf. Er zijn een aantal pilots die best wel kansrijk lijken, maar die zijn wettelijk niet per se verplicht en zijn wel de eerste projecten die in beeld komen om daarmee te stoppen, zo simpel is het. En ja, dat moet ten alle tijden worden voorkomen. Er zijn een aantal kansrijke pilots als het gaat bijvoorbeeld over inclusieve kinderopvang, waarbij we echt zien dat kinderen niet naar een dagbesteding gestuurd hoeven te worden, wat een hele dure voorziening is, terwijl nu een kind naar een voorschoolse educatie kan in de buurt. Dus we moeten dat op een goede manier aanpakken.
De zin van, nou ja, iets wat we zien aankomen moet meteen binnen hetzelfde domein gedekt worden. Ja, heel vreemd, want nu ga ik heel kritisch op mezelf zijn. Want dat moet wel bewezen worden, want ik denk dat het ook niet duurzaam is als we dit soort pijltjes blijven doen zonder dat we dat scherp krijgen. Inderdaad, kijk dan, want dat geeft vertrouwen als het vertrouwen geeft van hé, we het lukt echt hier om met een betere voorziening die veel meer recht doet aan de belangen van het kind en die ook nog een keer substantieel goedkoper is.
Ja, dan moet dat ook wel. Daar zit ook wel een bewijslast aan onze kant dan om dat aan te kunnen tonen. Maar voorzitter, tot slot, er is net ook een oproep gedaan en die steun ik van harte om integraal naar het sociaal domein te kijken. Maar als je dat op deze manier aanvliegt, ja, dan loop je dus dat risico dat je integraal bezien juist enorm afbreuk pleegt aan programma's die elkaar juist zouden moeten bevorderen en elkaars oplossing zouden moeten.
Doe dan toch nog een keer de oproep, hoe gaan we dat voorkomen? Mevrouw Van den Heuvel, nou mag ik dan een tegenvraag stellen aan de heer Streefkerk, want u schept nu een doembeeld. We concluderen nu gewoon meer uitgaven dan begroten en we concluderen ook een stijgende lijn erin. Hoe gaan we die dan wel bekostigen als u ze dus niet uit...
Als u ze zelfs ook niet eens uit het sociaal domein wil dekken, dus hoe gaan we dan wel dekken? Nee, het is natuurlijk een terechte vraag en toch wil ik beginnen bij wat ik net in mijn betoog al aangaf, is dat we het niet als een in de kern financieel vraagstuk moeten benaderen, maar een in de kern ontwikkelingsgericht vraagstuk moeten benaderen. We hebben een opgave met jongeren in onze gemeente. Nou, de inhoud daarvan is, denk ik, voldoende gewisseld en we zijn gelukkig rijk genoeg om een aantal dingen inderdaad te proberen zonder dat we afbraak moeten plegen op sociale programma's die heel waardevol zijn.
Dat er ergens meer uitgaven zijn, betekent dat je iets anders dus niet kunt doen. Voorzitter, die twee jaar is natuurlijk een schromelijke overdrijving.
Ja, als ik zou mogen reageren. Tot slot ook nog is dat ik wel denk dat het dus ook wel een beetje gevaarlijke gedachte is. We hebben het al vaak genoeg gehad over boemerangbeleid, over dat we dit alles juist integraal moeten aanvliegen. En zodra het weer op de centen aankomt, nou, dan is er een partij die daarop reageert. Terwijl het is gewoon ruimschoots bewezen dat zoveel factoren invloed hebben op een kind. En als je inderdaad telkens juist binnen diezelfde factoren gaat wisselen, hoe ga je daar je substantiële bijdrage leveren aan die ontwikkeling naar een betere mentale gesteldheid van onze jongeren? En dat betekent misschien inderdaad dat er extra geld bij moet. Dat betekent misschien op een gegeven moment ook dat er helemaal niet extra geld bij moet, maar dat we in ieder geval moeten stoppen met bezuinigen. En daar hebben we ook al, want we krijgen altijd de vraag natuurlijk, maar hoe ga je dat dan betalen? Hebben we ook al vaker antwoord op gegeven, daar hebben we echt meerdere oplossingen over geboden. En dat betekent bijvoorbeeld ook dat je de inkomstenkant inderdaad dat je daar iets doet, maar dat zijn keuzes die je maakt.
Ja, voorzitter, dan voel ik me toch heel even aangesproken. Ik snap het inhoudelijke verhaal, hè? En u kent mij als iemand van de inhoud, maar ik heb toch eens even teruggekeken. Ik zit nu 8 jaar in deze commissie en in 8 jaar van het beginpunt, waar ik ook mijn eerste vergadering had, tot nu zijn de uitgaven met 8 miljoen per jaar gestegen. En ik snap nog steeds uw inhoudelijke verhaal en u vindt mij aan uw zijde. Maar we zullen iets moeten met die 8 miljoen. We kunnen dat financiële plaatje niet...
En dat is mijn oproep. Ja, maar die financiën zijn er ook nog steeds. Ja, voorzitter, en dan moeten we toch het verhaal blijven voeren zoals het hoort, want die 8 miljoen is ook een schromelijke vertekening, want de gemeentebegroting is ook gegroeid en die 8 miljoen gaat niet als 8 miljoen vanuit de reserve dus. Het financiële vraagstuk, als we dat dan op die...
Nee. Nu ga ik even ingrijpen, want nu wordt het echt een verkiezingsdebat. Wat we nu moeten gaan hebben. Ja, daar wou ik ook een beetje van wegblijven, voorzitter. Helemaal goed. Het is. Nee, waar ik voor pleit is: als je integraal kijkt en je bent bereid om die stappen te zetten en ook met de kleine projecten die mogelijk zijn, dan moet je denk ik af en toe accepteren dat het misschien af en toe wat meer geld kost. Maar we weten, diegenen die dagelijks met budget werken, dat in creatieve initiatieven binnen die budgetten, als je die de ruimte geeft, dat daar enerzijds energie voor bij medewerkers ontstaat, anderzijds dat er een vliegwieleffect. En, ik ben geen orakel van Delphi, laat het even duidelijk zijn. Een vliegwiel ontstaat op de effecten die je met elkaar inzet en op termijn levert dat dus rendement op en dan heb ik het wel over geld. Dat betekent dat je uiteindelijk met minder ingrijpende hulpverleningskosten betere resultaten hebt, omdat je uiteindelijk toch terug moet naar het gezin. En we moeten niet alleen dat kind centraal.
Centraal zetten. Dan gebeurt het, daar is het ontstaan. Dank u. Dank u wel, ik denk dat we hem gaan afronden. Dat doe ik dan ook maar bij deze. Ik weet niet of er nog moties overweegt voor de komende raadsvergadering of niet. In ieder geval wil ik de wethouder danken en de ondersteuning voor de inbreng van vanavond en de beantwoording van de vragen. En daarmee eindigen ook het agendapunt.
Hamersstukken af te hameren. Als eerste het vaststellen van de besluitenlijst van de Commissie Samenleving van 19 januari 2023. En de gecombineerde Commissie van 21 januari. Daarop zijn geen wijzigingsvoorstellen ontvangen.
En we besluiten dan ook conform. Dan hebben we agendapunt 6.2: het raadsvoorstel tweede wijziging verordening raadscommissie 2024 en eerste wijziging verordening raad 2024. Dat ging, geloof ik, over spreektijden, wordt het begrepen. Kan dit voorstel naar...
Als hamerstuk komt de agenda. Bij deze en 6.3 het raadsvoorstel vaststellen normen en toetsingskader rechtmatigheid 2025. Ik neem aan dat dit voorstel ook als hamerstuk naar de raad kan. Dan bij deze, en dan voordat.
Ik ga sluiten. Afscheid nemen is een beetje service, zeggen ze altijd. Maar onze laatste commissievergadering van vanavond. Ik denk dat we de afgelopen 4 jaar met zijn allen een mooie tijd hebben mogen doorbrengen. Ieder vanuit zijn eigen optiek, al dan niet met verlengde spreektijden, verkorte spreektijden, geen spreektijden. Welke spreektijden? Ik denk dat deze wethouder in ieder geval de hofleverancier van onze commissie is geweest. Als ik zo om me heen kijk, is er een aantal mensen die wij niet meer, in ieder geval in deze blauwe stoeltjes, terug gaan zien. Meneer Steutel, mevrouw van Saltbommel, meneer Voortman, en mevrouw Veld en meneer Streefkerk in ieder geval.