Raadsvoorstel toelating en installatie tijdelijk raadslid de heer Snellink
Gaan we nu bij deze wel naar agendapunt 3. En dat houdt in dat meneer Snellink wordt benoemd tot tijdelijk vervanger van meneer Van der Schaft voor de fractie van de SP. Mevrouw Van de Kooij wordt benoemd als jeugdombudsman. Meneer Koster wordt voorgedragen als commissielid van de fractie van het CDA. Maar de installatie daarvan doen we aan het eind en meneer Dupont wordt voorgedragen als commissielid van de fractie Aandacht LV. Alle stukken zijn onderzocht en akkoord bevonden, begreep ik? Wilde even oogcontact met de heer Visser, hè? Die zegt ja, alles klopte. Vindt u het dan goed dat we daarbij overgaan tot het instemmen met de raadsvoorstellen en daarna naar de installatie? U vindt dat goed. Dank u wel. Dan is dat bij deze besloten.
Dan vraag ik of meneer Snellink naar voren wil komen en bij mij wil staan, en dan zal ik hem de belofte afnemen voor de installatie als raadslid. Ja, is dat heel goed, wacht even tot de rest ook staat, hè?
Zo. De tekst om toegelaten te worden tot de gemeenteraad die luidt: Ik verklaar dat ik om tot lid van de Raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik trouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plicht als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. De heer Snellink (SP): Dat verklaar en beloof ik.
Dank u wel, dan mag ik u feliciteren. Wat wij wel gaan doen is, u krijgt van mij bloemen, maar het hele felicitatiecircus doen we als we een heel clustertje bij elkaar hebben want er komen nog een paar. Maar ik ga u wel even bloemen geven dan kunt u daar mooi mee op schoot zitten.
Dan kunt u blijven staan. Ja, meneer Voortman, u denkt, daar gaan we nou zitten? Nee, want ik ga mevrouw Van der Kooij naar voren vragen.
U legt de eed af om benoemd te kunnen worden tot of geïnstalleerd te worden als de Jeugdombudsman voor Leidschendam-Voorburg en de tekst die luidt: ik zweer dat ik om tot jeugdombudsman benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik trouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en mijn plichten als jeugdombudsman naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw Van der Kooij (jeugdombudsman): Zo waarlijk helpe mij God almachtig. (Martijn) Vroom, M.W.: Gefeliciteerd